Artikel
1
Kantoororganisatie, verhouding met de Raad (artikel 15 lid 1 sub c Wrb)
-
a.
Ten behoeve van de gegevens met betrekking tot het aanvragen en declareren van toevoegingen en piketten voorziet de advocaat in de naar het oordeel van de Raad noodzakelijke inrichting.
Met het webportaal Mijn RvR kunnen advocaten een aanvraag voor diverse toevoegingen en declaraties digitaal bij de Raad indienen. Sinds 1 januari 2014 is gebruikmaking van Mijn RvR voor alle advocaten verplicht. De advocaat geeft de Raad een persoonlijk e-mailadres op. Voor gebruik van het webportaal is een info@adres of een gezamenlijk kantooradres niet toegestaan.
De advocaat legt ten behoeve van het aanvragen van toevoegingen de persoonsgegevens van zijn cliënt en diens partner conform het identiteitsbewijs vast. Dit betreft de achternaam, voorletters, geboortedatum, GBA-adres, postadres en burgerservicenummer en het vreemdelingennummer. Dit voorschrift staat beredeneerbare uitzonderingen toe, waarin deze vastlegging onmogelijk is. Bijvoorbeeld daklozen en vreemdelingen die ongedocumenteerd zijn en gevallen van ruzie met de partner.
-
b.
De advocaat richt zijn toevoegingsaanvragen en declaraties zorgvuldig en volledig in, met inachtneming van de regels die bij of krachtens de wet, of op basis van algemene voorschriften of specifieke aanwijzingen van de Raad zijn gesteld.
De advocaat is open en duidelijk in de informatie die hij bij zijn aanvragen en declaraties verschaft. Hij vermeldt uit eigen beweging bijzonderheden die voor de beslissing van de Raad van belang zouden kunnen zijn.
De advocaat vraagt geen toevoegingen aan voor zaken waarvoor geen toevoegingen kunnen worden verleend, bijvoorbeeld voor het treffen van betalingsregelingen, voor zaken waarvoor geen of volstrekt ontoereikende gronden bestaan of een wettelijke termijn is verstreken. Indien daar gezien het aantal zaken waarin dit toch is gebeurd een gerede aanleiding voor is, kan de Raad voor Rechtsbijstand de advocaat waarschuwen dat zijn inschrijving hiervoor kan worden doorgehaald.
-
c.
De advocaat stemt ermee in dat de Raad desverzocht gegevens en bescheiden uit het toevoeg- en vaststeldossier kan verstrekken aan de cliënt van de advocaat.
-
d.
Indien een advocaat in een specifiek geval met een rechtzoekende, die voor een toevoeging in aanmerking komt, overeenkomt dat door de rechtzoekende geen gebruik wordt gemaakt van gesubsidieerde rechtsbijstand en dat in plaats daarvan de zaak op betalende basis zal worden behandeld, kan hij zijn werkzaamheden niet op toevoegingsbasis declareren. Indien een toevoeging is verleend, wordt deze aan de Raad ter intrekking toegezonden.
-
e.
De Raad kan op grond van artikel 37 b, eerste lid, aanhef en onder b. van de Wet op de rechtsbijstand nadere regelingen vaststellen met betrekking tot de verlening van rechtsbijstand in piketzaken. Inschrijvingsvoorwaarde is dat advocaten die piketzaken (willen) behandelen zich naar de toepasselijke nadere regeling moeten richten.
Advocaten die deelnemen aan een piketregeling moeten bereid zijn om de daaruit voorvloeiende zaken op toevoegingsbasis af te wikkelen.
De Raad heeft voor het strafpiket een reglement vastgesteld dat in werking is getreden op 1 augustus 2014.
-
f.
Voor deelname aan een piketregeling dient de rechtsbijstandverlener tijdens kantooruren, tijdens weekend en feestdagen per (mobiele) telefoon, per telefax en per e-mail bereikbaar te zijn. De advocaat verstrekt zijn 06 nummer en het mailadres waaraan piketmeldingen kunnen worden verzonden door de Raad.
De advocaat die deelneemt aan het (jeugd-)strafpiket moet beschikken over een mobiele telefoon met internettoegang ten behoeve van het ontvangen en bevestigen van piketmelding vanuit de centrale piketafdeling van de Raad.
Deze werkwijze zal in de loop van 2015 na afzonderlijke aankondiging ook gaan gelden voor piketmeldingen in vreemdelingen- en BOPZ-zaken.
Voor het ontvangen van piketmeldingen is het gebruik van een info@adres of een gezamenlijk kantoor-emailadres toegestaan.
-
g.
Advocaten worden voor maximaal drie roostergebieden uit onderstaande lijst ingeschreven:
-
1.
rooster strafpiket/ rooster Wots-overleveringspiket Amsterdam;
-
2.
rooster minderjarigenstrafpiket;
-
3.
rooster psychiatrisch patiëntenpiket;
-
4.
rooster vreemdelingenpiket;
-
1.
-
h.
Advocaten die staan ingeschreven op het beschikbaarheidsrooster aanmeldcentrum asielzoekers (‘het AC-rooster’) worden naast die inschrijving op het AC-rooster ingeschreven voor maximaal 2 piketten.
-
i.
De advocaat dient de zaken waarin hij is toegevoegd persoonlijk te behandelen dan wel de aan hem toebedeelde piketdiensten persoonlijk te verrichten, behoudens gevallen waarin sprake is van overmacht, ziekte, op dezelfde dag geplande zittingen in andere zaken of andere zwaarwegende redenen. In dat geval zorgt de advocaat voor waarneming. Indien een andere advocaat voor hem waarneemt, blijft ook de toegevoegde advocaat aanspreekbaar op de kwaliteit van de verleende rechtsbijstand.
-
j.
De advocaat laat medewerkers van het kantoor die geen advocaat zijn, in toegevoegde zaken geen andere dan ondersteunende werkzaamheden, zijnde geen rechtsbijstand, verrichten. Bij overdracht van een dossier aan een andere advocaat wordt om mutatie van de toevoeging verzocht. De advocaat draagt daarbij zorg voor een volledige en zorgvuldige overdracht van de bij de toevoeging(-saanvraag) behorende bescheiden.
-
k.
De advocaat die op grond van de Advocatenwet geschorst is, stelt het centraal kantoor van de Raad zelf onmiddellijk schriftelijk op de hoogte en draagt zorg voor overdracht van zijn toevoegingszaken. Hij meldt daarbij aan de Raad welke advocaat in zaken waarin nog geen toevoeging verleend is in zijn plaats moet worden toegevoegd.
-
l.
De advocaat voert in zaken waarin hij is toegevoegd een deugdelijke tijdregistratie. Daarin wordt de aan rechtsbijstand bestede tijd op juiste en verantwoorde wijze bijgehouden op datum en naar verrichting. Indien gebruik wordt gemaakt van vaste tijdseenheden, mogen deze niet groter zijn dan zes minuten. In een urenspecificatie moet minimaal onderscheid gemaakt worden tussen correspondentie, telefoon, conferentie, procedure, studie en een korte aanduiding worden gegeven met wie is gesproken of gecorrespondeerd.
-
m.
In wederzijds belang behoren (medewerkers van) de Raad en advocaten te streven naar een onderlinge verhouding die berust op welwillendheid en vertrouwen.
Een advocaat die zich bij herhaling schuldig maakt aan onbehoorlijk of onheus optreden, zowel jegens medewerkers van de Raad als in bredere zin door zich in strijd met de algemeen geldende normen van fatsoen en redelijkheid in de beroepsuitoefening te gedragen, kan – nadat hij op dit gedrag is aangesproken door een leidinggevende van de Raad en een formele waarschuwing heeft gekregen – van deelname aan het stelsel voor de verlening van gesubsidieerde rechtsbijstand worden uitgesloten.