Besluit van 5 maart 2015, houdende regels met betrekking tot de vergunningverlening, het toezicht daarop en de handhaving daarvan voor bepaalde categorieën grote inrichtingen op Bonaire, St. Eustatius en Saba (Besluit grote inrichtingen milieubeheer BES)

Besluit grote inrichtingen milieubeheer BES

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu van 6 maart 2014, nr. IenM/BSK-2014/54479, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 17 april 2014, nr. W14.14.0059/IV);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu van 2 maart 2015, nr. IenM/BSK-2014/265867, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel

2

Artikel

3

Onze Minister is bevoegd gezag voor inrichtingen als bedoeld in artikel 2.

Artikel

4

Degene die een inrichting als bedoeld in artikel 2 opricht, in werking heeft of, onverminderd artikel 5.1, derde lid, en 5.25 van de wet, de inrichting of de werking daarvan wil veranderen, vraagt een vergunning aan bij Onze Minister.

Artikel

5

Artikel

6

Indien de inrichting waarvoor de vergunning wordt aangevraagd, naar haar aard tijdelijk is, vermeldt de aanvrager dit in de aanvraag. Hij vermeldt daarbij tevens zo mogelijk het tijdstip waarop de inrichting buiten werking zal worden gesteld.

Artikel

7

Voor zover Onze Minister van oordeel is dat die gegevens nodig zijn voor de beslissing op de aanvraag, verstrekt de aanvrager als onderdeel van de aanvraag gegevens met betrekking tot:

  • a.

    ongewone voorvallen als bedoeld in artikel 8.1 van de wet, die redelijkerwijs mogelijk zijn te achten;

  • b.

    de aard en de omvang van de bij voorvallen als bedoeld in onderdeel a te onderscheiden vormen van belasting van het milieu;

  • c.

    de maatregelen die worden getroffen om de belasting van het milieu die de inrichting, ten gevolge van voorvallen als bedoeld in onderdeel a, kan veroorzaken, te voorkomen of te beperken;

  • d.

    de resultaten van een onderzoek naar de kwaliteit van de bodem op de plaats waar de inrichting zal zijn of is gelegen.

Artikel

8

De gegevens, bedoeld in de artikelen 5 en 7, behoeven niet te worden verstrekt voor zover Onze Minister over die gegevens beschikt.

Artikel

9

Bij een melding als bedoeld in artikel 5.25, eerste lid, onderdeel b, van de wet, verstrekt de vergunninghouder de volgende gegevens:

  • a.

    zijn naam en adres;

  • b.

    de vergunning of vergunningen krachtens welke de inrichting opgericht dan wel in werking is;

  • c.

    de beoogde verandering van de inrichting of van de werking daarvan;

  • d.

    gegevens waaruit blijkt van welke onderdelen en in welke mate van de vergunning of vergunningen als bedoeld in onderdeel b en de daaraan verbonden beperkingen en voorschriften wordt afgeweken;

  • e.

    een situatieschets waarop de beoogde verandering is weergegeven;

  • f.

    gegevens waaruit blijkt dat de beoogde verandering van de inrichting of van de werking daarvan niet leidt tot andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu dan die de inrichting ingevolge de vergunning en de daaraan verbonden beperkingen en voorschriften mag veroorzaken, en

  • g.

    het tijdstip waarop beoogd wordt de voorgenomen verandering te verwezenlijken.

Artikel

10

Artikel

11

Artikel

12

Artikel

13

Artikel

16

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Artikel

17

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit grote inrichtingen milieubeheer BES.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Wassenaar
Willem-Alexander
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, W.J. Mansveld
De Minister van Veiligheid en Justitie, G.A. van der Steur