Besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 10 april 2015, houdende instelling van de evaluatiecommissie Rijkswet financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten (Instellingsbesluit evaluatiecommissie Rijkswet financieel toezicht)
De benoeming loopt af van rechtswege wanneer de in artikel 2 bedoelde taak door de evaluatiecommissie is afgerond.
Artikel
4
Ondersteuning evaluatiecommissie
1
De evaluatiecommissie wordt ondersteund door een secretariaat, waaronder een secretaris.
2
Personen die de evaluatiecommissie ondersteunen zijn voor de inhoudelijke uitvoering van hun taak uitsluitend verantwoording schuldig aan de voorzitter en leden van de evaluatiecommissie.
3
De Minister benoemt de secretaris en voorziet na overleg met de evaluatiecommissie in de nodige voorzieningen ten behoeve van de werkzaamheden van de evaluatiecommissie, waaronder de nadere invulling van het secretariaat.
4
Bij de samenstelling van het uitvoerend secretariaat wordt rekening gehouden met de benodigde kennis en expertise voor een goede uitvoering van de werkzaamheden van de evaluatiecommissie en een verdeling over de betrokken landen.
5
Als secretaris wordt benoemd de heer Dirk Johannes Bonnet.
De evaluatiecommissie verstrekt aan de Minister desgevraagd de door hem gewenste inlichtingen. De Minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.
Artikel
7
Advies
1
De evaluatiecommissie brengt uiterlijk drie maanden nadat deze is ingesteld, door tussenkomst van de Minister, advies uit aan de raad van Ministers van het Koninkrijk.
2
De evaluatiecommissie neemt bij het uitbrengen van haar advies artikel 33, twaalfde lid, in acht en hoort aldus alvorens advies uit te brengen het betrokken bestuur zijnde de raad van Ministers van het land Curaçao onderscheidenlijk de ministerraad van het land Sint Maarten.
De voorzitter en de leden ontvangen een vergoeding van reis- en verblijfskosten op voet van de regeling voor het personeel werkzaam bij de sector Rijk.
4
De vergoeding per vergadering en de vergoeding van reis- en verblijfskosten komen voor rekening van de Minister.
Artikel
9
Overige kosten van de evaluatiecommissie
1
De overige kosten van de evaluatiecommissie komen, voor zover goedgekeurd, voor rekening van de Minister.
2
Onder overige kosten worden in ieder geval verstaan: de kosten voor de faciliteiten van vergaderingen.
Artikel
10
Verantwoording
De evaluatiecommissie biedt de Minister gelijktijdig met het uitbrengen van het advies een eindverslag aan waarin verslag wordt gedaan van de activiteiten gedurende de periode waarin de evaluatiecommissie werkzaam is geweest.
Artikel
11
Openbaarmaking
Het advies en andere producten die door of namens de evaluatiecommissie worden vervaardigd of vergaard, worden niet door de evaluatiecommissie openbaar gemaakt, maar uitsluitend aan de Minister uitgebracht of overgedragen.
Artikel
12
Archiefbescheiden
De evaluatiecommissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van de directie Koninkrijksrelaties van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van Nederland.
Artikel
13
Inwerkingtreding
1
Dit besluit treedt in werking met terugwerkende kracht vanaf 10 april 2015.
2
Dit besluit vervalt met ingang van 10 oktober 2015.
Artikel
14
Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit evaluatiecommissie Rijkswet financieel toezicht.
Dit besluit zal in de Staatscourant, het Publicatieblad van Curaçao en het Afkondigingsblad van Sint Maarten worden geplaatst en in afschrift worden gezonden aan betrokkenen.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A.Plasterk