Het nieuwe Organisatie- en mandaatbesluit directoraat-generaal Belastingdienst, zoals laatstelijk gewijzigd bij besluit van 19 december 2006

Organisatie- en mandaatbesluit directoraat-generaal Belastingdienst

De Minister van Infrastructuur en Milieu,
Gehoord de Ondernemingsraad van het directoraat-generaal Belastingdienst;
In overeenstemming met de secretaris-generaal;

Besluit:

Artikel

1

: Algemene leiding

Artikel

2

: Organisatie, taken en verantwoordelijkheden

Artikel

3

: Budgethouderschap

In bijlage 2 zijn de budgethouders aangewezen alsmede de budgetten waarvoor zij bevoegd zijn. De budgethouders zijn bevoegd verplichtingen – met financiële consequenties – aan te gaan en uitgaven goed te keuren binnen hun budgetten en passend binnen hun taken.

Artikel

4

: Mandaat primair proces DGBEL

Artikel

5

: Mandaat bedrijfsvoering

Artikel

6

: Mandaatregister

Onderdeel van deze regeling vormt een mandaatregister dat is opgenomen in bijlage 2. Het mandaatregister bevat handtekeningen en parafen van de in de artikelen 3, 4 en 5 gemandateerde functionarissen.

Artikel

7

: Beperking mandaat

Van de in dit besluit verleende mandaten is uitgesloten de bevoegdheid om te beslissen op een bezwaarschrift of op een verzoek als bedoeld in artikel 7:1a Awb.

Artikel

8

: Verantwoordelijkheden

De in artikel 3 en artikel 4 tweede lid bedoelde functionarissen zijn verantwoordelijk voor een adequate uitvoering van het toegekende mandaat.

Artikel

9

: Intrekking andere regelingen

Het organisatie- en mandaatbesluit directoraat-generaal Belastingdienst, met kenmerk DGB 2006- 5031M, wordt ingetrokken.

Artikel

10

: Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 18 januari 2011.

Artikel

11

: Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Organisatie- en mandaatbesluit directoraat-generaal Belastingdienst.

De Directeur-Generaal Belastingdienst,P.W.A.Veld

Bijlage

1

DGBel is de concernstaf voor de dg, voor de rest van het Dagelijks Bestuur en voor de andere leden van het MT Belastingdienst. DGBel is daarmee ondersteunend aan de besturing van het concern Belastingdienst en verzorgt de verbinding tussen de politiek en de uitvoering en vice versa. Dat gebeurt in nauwe samenwerking met de uitvoeringsverantwoordelijken in de Belastingdienst, waarvan DGBel een integraal onderdeel uitmaakt.

De kern van het takenpakket van DGBel ligt in het uitzetten van de strategie van de Belastingdienst en het ontwikkelen van beleid. Dit krijgt vorm in advisering aan de politieke en ambtelijke top. Bij DGBel worden beslissingen die de Belastingdienst raken naar de uitvoering vertaald en worden ervaringen uit de Belastingdienst omgezet in adviezen ten behoeve van toekomstig beleid. Ook draagt DGBel zorg voor een adequate en snelle behandeling en begeleiding van vragen en opdrachten die vanuit de politiek op de Belastingdienst afkomen. Daarbij is DGBel de schakel die de Belastingdienst verbindt met het directoraat-generaal voor Fiscale Zaken.

DGBel ontleent zijn toegevoegde waarde vooral aan het vermogen aan de voorkant te werken: adviseren over handhaafbaarheid en uitvoerbaarheid van wet- en regelgeving, uitzetten van strategische beleidslijnen en daarmee afgestemde meerjarige financiële, personele en bestuurlijke kaders, (systeem)control daarop en snel adequate informatie leveren aan de bewindspersoon.

Kracht en effectiviteit van een dergelijk apparaat zijn afhankelijk van de vraag in hoeverre adviezen tijdig (ook pro actief) worden opgesteld met aandacht voor alle relevante aspecten, qua reikwijdte aansluitend bij het onderwerp in kwestie en toegankelijk voor bestuurders, bewindslieden en andere betrokkenen. Om dat te bewerkstelligen zijn passende condities nodig op het vlak van informatievoorziening, organisatie, deskundigheid en competenties van medewerkers en leidinggevenden.

Typerend voor DGBel is de schakelfunctie tussen beleid en uitvoering. Daartoe moet de dg (en de medewerkers van DGBel op zijn gezag) zowel het gesprek kunnen voeren over beleid en (voorgenomen) wetgeving als over de uitvoering daarvan. Over beleidszaken wordt gesproken met de beleidsmakers van het ministerie van Financiën en van de andere departementen. Over uitvoeringszaken wordt gesproken met de eigen uitvoeringsorganisatie en met andere uitvoeringsorganisaties. Die gesprekken zijn verschillend van aard: taal en doel zijn anders naar gelang met beleidsmakers of met uitvoerders wordt gesproken. En terwijl de oriëntatie van de gesprekspartners meestal ‘eendimensionaal’ is (ófwel beleid, ófwel uitvoering) is de oriëntatie van DGBel ‘tweedimensionaal’ (én beleid, én uitvoering). Om die gesprekken goed te kunnen voeren is het belangrijk te investeren in vertrouwen, het begrijpen van het standpunt van de gesprekspartner en het meenemen van de gesprekspartner in de situatie van de Belastingdienst.

Relevant voor het functioneren is dat DGBel actief de verbinding zoekt met het primaire proces en optimaal gebruik maakt van de daar aanwezige kennis en kunde. Op die manier moet DGBel invulling geven aan zijn strategische en beleidsvormende taken. Het adagium is: ‘Medewerkers in de dienst gaan helpen op dossiers en DGBel regisseert op het niveau van koers en strategie’.

Tegen de achtergrond van dat adagium kiezen we voor een scherpe interne en externe taakafbakening en een bijpassend klein DGBel, dat uit vier clusters bestaat: Uitvoeringsbeleid, Fiscaliteit, Bedrijf en IV-Beleid.

Elk cluster is werkzaam op het specifieke aandachts- en verantwoordelijkheidsgebied van één van de leden van het Dagelijks Bestuur Belastingdienst. Samen ondersteunen de clusters de directeurgeneraal bij de uitvoering van zijn taken en het nakomen van zijn verantwoordelijkheden.

1

Cluster Uitvoeringsbeleid

Het cluster Uitvoeringsbeleid heeft de volgende taken:

  • de beoordeling van wijzigingen in en uitbreidingen van de werkzaamheden van de Belastingdienst. Het cluster heeft een aanjagende en coördinerende functie bij het uitvoeren van uitvoeringstoetsen en impactanalyses;

  • het onderhouden van contacten over het takenpakket van de Belastingdienst met stakeholders binnen en buiten het ministerie van Financiën;

  • de verbindingsfunctie tussen de Belastingdienst en het managementteam bij het optreden van damages;

  • advisering over de interne en externe communicatie van de Belastingdienst;

  • contacten met buitenlandse overheden en zusterorganisaties;

  • algemene ondersteuning managementteam Belastingdienst.

De werkzaamheden van het cluster behoren primair tot het aandachts- en verantwoordelijkheidsgebied van de directeur-generaal.

2

Cluster Fiscaliteit

Het cluster Fiscaliteit heeft de volgende taken:

  • de beoordeling van en advisering over fiscaalrechtelijke vraagstukken (incl. de invordering) voor zover daaraan politieke en/of beleidsmatige aspecten zijn verbonden;

  • de behandeling van fiscale cassatiezaken;

  • internationale fiscale aangelegenheden.

De werkzaamheden van het cluster behoren primair tot het aandachts- en verantwoordelijkheidsgebied van de Chief Fiscal Affairs.

3

Cluster Bedrijf

Het cluster Bedrijf heeft de volgende taken:

  • de coördinatie van de planningscyclus (bedrijfsplan, begroting, kadernota, stuurcontracten, formatie);

  • het personeels- en arbeidsvoorwaardenbeleid en personele aangelegenheden indien daaraan beleidsvormende aspecten zijn verbonden;

  • de ondersteuning van de bestuurder in COR en GOBD;

  • het bedrijfsvoerings-, beveiligings- en integriteitsbeleid;

  • systeemcontrol op concernniveau (betrouwbaarheid van: stuur- en verantwoordingsinformatie, concernrapportages, beheersverslag, accountantscontrole, auditing);

  • behandeling van juridische vraagstukken (zoals rond schadevergoedingen en WOB-verzoeken), zowel op het gebied van het ambtenarenrecht als op niet-fiscaal terrein, inclusief kabinetszaken;

  • de begeleiding van high potentials uit de Belastingdienst in MD-, TD- en PD-trajecten.

De werkzaamheden van het cluster behoren primair tot het aandachts- en verantwoordelijkheidsgebied van de Chief Financial Officer en de Chief Human Resources Officer.

4

Cluster IV-beleid

Het cluster IV-beleid heeft de volgende taken:

  • het opstellen en actualiseren van IV-brede kaders en beleidslijnen en ondersteunen van de implementatie daarvan;

  • het controleren of binnen de kaders wordt geopereerd, inclusief meting, analyse en toetsing;

  • het ondersteunen van de verschillende bedrijfsonderdelen: advisering over de kaders, medeontwikkelen van producten (bijvoorbeeld een projectplan), advisering over de toepassing van beleid;

  • een (beperkte) IM-functie voor de informatievoorziening van de IV-keten zelf en de ondersteuning van de CIO als opdrachtgever voor infrastructuur.

De werkzaamheden van het cluster behoren primair tot het aandachts- en verantwoordelijkheidsgebied van de Chief Information Officer.

5

Samenwerking en afstemming

Vaak zullen de onderwerpen die door DGBel worden behandeld, clusteroverstijgend zijn, aangezien er vanuit verschillende invalshoeken tegenaan kan (en moet) worden gekeken. Het is zaak dat de clusters daarin de samenwerking weten te vinden. Als hulpmiddel daarbij wordt steeds één van de clusters voor bepaalde werkzaamheden als coördinerend cluster aangewezen. Dat coördinerend cluster borgt de betrokkenheid van andere clusters bij het onderwerp, zodat DGBel integraal adviseert.

6

Aansturing

De taakgebieden van de clusters vallen samen met de taakgebieden van de leden van het Dagelijks Bestuur Belastingdienst. Medewerkers van DGBel functioneren onder de eindverantwoordelijkheid van hun MT-lid op basis van professionele vrijheid en eigen verantwoordelijkheid.

Met het oog op de span of control van de MT-leden is een adjunct directeur toegevoegd. De adjunct directeur assisteert het MT-lid in de uitvoering van zijn/haar taken. De twee hoofdtaken van een adjunct zijn: de verantwoordelijkheid voor de HRM-rol naar de andere medewerkers van het cluster én de verantwoordelijkheid voor de totstandkoming en de inhoud van de producten van het cluster. Deze taken zijn nauw met elkaar verweven want inhoudelijk gezag is onontbeerlijk voor effectieve en overtuigende loopbaanbegeleiding van hoogwaardige beleidsmedewerkers.

Bijlage

2

Niet opgenomen.