Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, van 18 mei 2015, nr. IENM/BSK2015/74417, houdende vaststelling van regels over de aanleg, het beheer, het gebruik en de veiligheid van lokale spoorwegen (Regeling lokaal spoor)

Regeling lokaal spoor

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • besluit: Besluit lokaal spoor;

  • kinematisch omgrenzingsprofiel: profiel waarbinnen de spoorvoertuigen met alle daaraan bevestigde losse delen, bij een gelijkmatig verdeelde, volle belasting, in bogen met een straal gelijk aan of groter dan een vastgestelde referentieboog blijven;

  • profiel van vrije ruimte: de vrij te houden ruimte boven en naast een spoor waarbinnen zich geen vaste voorwerpen mogen bevinden, om een ongehinderde doorgang van de spoorvoertuigen te waarborgen;

  • referentieboog: boog met een vastgestelde straal aan de hand waarvan het kinematisch omgrenzingsprofiel en het profiel van vrije ruimte worden vastgesteld;

  • werkmaterieel: spoorvoertuigen, niet bestemd voor het vervoer van personen, die gebruikt kunnen worden voor het verrichten van werkzaamheden in het kader van aanleg en beheer van een lokale spoorweg.

Hoofdstuk

2

Tunnelveiligheid

Artikel

2

Hoofdstuk

3

Indienststelling lokale spoorweginfrastructuur

Artikel

3

Een informatiedossier als bedoeld in artikel 9, vijfde lid, van de wet

bevat in ieder geval:

  • a.

    een kaart met daarop aangegeven de tracés en de ligging van de lokale spoorwegen, kunstwerken, tunnels, overwegen en overpaden, en de stations en haltes;

  • b.

    overzichten van:

    • 1°.

      de toegelaten maximumsnelheid per baanvak;

    • 2°.

      de beweegbare bruggen, de overwegen en overpaden en de beveiliging daarvan;

    • 3°.

      de eindpunten, rangeerterreinen en opstelsporen, met uitzondering van sporen op de terreinen van werkplaatsen en remises;

    • 4°.

      de situering van de lichtseinen;

  • c.

    informatie over de technische specificaties van de lokale spoorweginfrastructuur, waaronder:

    • 1°.

      de spoorwijdte met gehanteerde marges;

    • 2°.

      de railprofielen;

    • 3°.

      de maximaal toelaatbare asdruk per baanvak;

    • 4°.

      de systemen die gebruikt worden bij het bedienen van wissels;

    • 5°.

      de vereiste afmetingen van de wielen;

    • 6°.

      de vereiste wielprofielen, zowel nieuw als toelaatbaar gebruikt;

    • 7°.

      de horizontale en verticale geometrie, inclusief horizontale en verticale boogstralen en het maximaal toelaatbare verkantingsverschil;

    • 8°.

      het kinematisch omgrenzingsprofiel;

    • 9°.

      het profiel van vrije ruimte;

    • 10°.

      de werking van seinen en op welke baanvakken deze geplaatst zijn;

    • 11°.

      het type treinbeïnvloedingssysteem en de daartoe vereiste voorzieningen in de spoorvoertuigen;

    • 12°.

      de energievoorziening voor de spoorvoertuigen, waaronder de gebruikte spanning en stroomsoort;

    • 13°.

      het type en de wijze van bevestiging van een stroomgeleider alsmede een ruimtelijke tekening van het rijvlak van de geleider ten opzichte van het kinematisch omgrenzingsprofiel;

    • 14°.

      de afmetingen van de perrons, waaronder de lengte, de breedte en de hoogte gemeten vanaf de bovenkant van de spoorstaaf, alsmede de afstand van de perronrand tot het hart van het meest nabijgelegen spoor; en

  • d.

    tekeningen van de aanwezige tunnels, waarop de locaties en afmetingen van de vluchtwegen zijn aangegeven, alsmede de uitgangen naar de openbare ruimte.

Hoofdstuk

4

Indienststelling spoorvoertuig

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Een informatiedossier als bedoeld in artikel 32, vierde lid, van de wet bevat in ieder geval:

  • a.

    een beschrijving van de wijze waarop wordt voldaan aan de eisen, bedoeld in artikelen 4, 5 of 6;

  • b.

    gegevens over het totale gewicht bij volle belading, het ledig gewicht, het maximum laadvermogen, de asdruk, en de aslastverdeling van het spoorvoertuig;

  • c.

    gegevens over het remvermogen inclusief te verwachten remvertragingen van het spoorvoertuig bij normale bedrijfsremming en bij noodremming;

  • d.

    gegevens over de maximumsnelheid die het spoorvoertuig kan bereiken;

  • e.

    indien het een spoorvoertuig betreft bestemd voor het vervoer van personen, de aantallen zit- en staanplaatsen;

  • f.

    indien het een spoorvoertuig betreft bestemd voor het vervoer van goederen, het draagvermogen;

  • g.

    tekeningen van elk aanzicht van het spoorvoertuig en relevante doorsneden;

  • h.

    een plattegrond, ten minste op schaal 1:50, met daarop weergegeven:

    • 1°.

      indien het een spoorvoertuig betreft bestemd voor het vervoer van personen, de positionering van zitplaatsen in elke afdeling en op elk balkon; en

    • 2°.

      indien het een spoorvoertuig betreft bestemd voor het vervoer van goederen, de uitvoering van de laadruimte.

Hoofdstuk

5

Veiligheidsbeheersysteem

Artikel

9

In het veiligheidsbeheersysteem, bedoeld in artikel 19 van de wet, zijn in ieder geval opgenomen:

  • a.

    het kinematisch omgrenzingprofiel;

  • b.

    het profiel van vrije ruimte;

  • c.

    de aanleg-, interventie- en afkeurnormen van de lokale spoorweginfrastructuur;

  • d.

    de technische specificaties waarover een spoorvoertuig moet beschikken om veilig en betrouwbaar gebruik te kunnen maken de lokale spoorweg; en

  • e.

    een beschrijving van de seinen, verkeersregels en verkeerstekens die gelden voor het spoorverkeer op de lokale spoorweg.

Artikel

10

In het veiligheidsbeheersysteem, bedoeld in artikel 28 van de wet, zijn in ieder geval opgenomen:

  • a.

    een beschrijving van het veilig gebruik van een spoorvoertuig;

  • b.

    de interventie- en afkeurnormen van spoorvoertuigen; en

  • c.

    een beschrijving van de verkeersregels die een bestuurder van een spoorvoertuig in acht neemt.

Hoofdstuk

6

Personeel

Artikel

11

Artikel

12

Een bedrijfspas als bedoeld in artikel 38 van de wet is in ieder geval voorzien van:

  • a.

    de naam, geboortedatum, veiligheidsfunctie en een goedgelijkende pasfoto van de houder;

  • b.

    de naam of het logo van de werkgever;

  • c.

    de lokale spoorwegen waarop de veiligheidsfunctie mag worden uitgeoefend;

  • d.

    indien het een bestuurder betreft, het type spoorvoertuigen waarop de veiligheidsfunctie mag worden uitgeoefend;

  • e.

    de datum van afgifte; en

  • f.

    de datum waarop de pas zijn geldigheid verliest.

Hoofdstuk

7

Slotbepalingen

Artikel

14

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling lokaal spoor.

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,W.J.Mansveld