Artikel
1
1
Het bedrag dat De Nederlandsche Bank op grond van artikel 17 van de Wet bekostiging financieel toezicht eenmalig in rekening brengt bij de in dat artikel bedoelde banken voor de uitgebreide beoordeling, bedoeld in artikel 33, vierde lid, van verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad van 15 oktober 2013 waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen (PbEU 2013, L 287), bestaat uit:
-
a.
een basisbedrag van € 85.000 per bank verhoogd met:
-
b.
een variabel bedrag per bank, dat afhankelijk is van het aantal kredietdossiers dat De Nederlandsche Bank heeft beoordeeld in het kader van die uitgebreide beoordeling.