Artikel
1
1
In deze regeling wordt verstaan onder:
-
a.
ambtenaar: de ambtenaar van politie, bedoeld in artikel 2 van de Politiewet 2012, aan wie een of meer wapens rechtens zijn toegekend;
-
b.
wapen: het krachtens artikel 15, eerste lid, artikel 17, tweede lid, artikel 18 of artikel 19 van het Besluit bewapening en uitrusting politie goedgekeurde wapen;
-
c.
vuurwapen: het krachtens artikel 15, eerste lid, artikel 17, tweede lid, artikel 18 of artikel 19 van het Besluit bewapening en uitrusting politie goedgekeurde vuurwapen;
-
d.
munitie: de krachtens artikel 15, eerste lid, artikel 17, tweede lid, artikel 18 of artikel 19 van het Besluit bewapening en uitrusting politie goedgekeurde munitie;
-
e.
vervoer van een wapen: het op de openbare weg of andere voor het publiek toegankelijke plaatsen bij zich hebben van een wapen dat zodanig is verpakt, dat het niet voor onmiddellijk gebruik kan worden aangewend;
-
f.
dragen van een wapen: het bij zich hebben van een wapen anders dan voor vervoer in de onder e bedoelde zin;
-
g.
het pistool: het pistool als bedoeld in artikel 1, onder b, van het van het Besluit bewapening en uitrusting politie;
-
h.
wapenkamer: de voor de opslag van wapens ingerichte en beveiligde ruimte;
-
i.
wapenkamerbeheerder: de ambtenaar die is belast met het feitelijk beheer, de inname, de uitgifte en het onderhoud van de wapens;
-
j.
operationele dienst: de uitvoering van de politietaak waarbij publiekscontacten kunnen plaatsvinden;
2
In deze regeling wordt onder wapen mede verstaan de krachtens de artikelen 15, eerste lid, en 19 van het Besluit bewapening en uitrusting politie goedgekeurde munitie.
3
In deze regeling wordt onder pistool mede verstaan de krachtens artikel 15, eerste lid, of artikel 19 van het Besluit bewapening en uitrusting politie goedgekeurde patroonhouder en munitie voor het pistool.