Besluit van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 29 juni 2015, nr. 2015000035533 tot het verlenen van mandaat, volmacht en machtiging aan de Stichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw inzake het nemen van besluiten ter bevordering van de financiële sanering van toegelaten instellingen (Besluit mandatering Stichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw financiële sanering toegelaten instellingen)

Besluit mandatering Stichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw financiële sanering toegelaten instellingen

De Minister voor Wonen en Rijksdienst,
Gelet op de schriftelijke instemming van de directie van WSW, d.d. 29 juni 2015

Besluit:

Artikel

1

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a.

    minister: Minister voor Wonen en Rijksdienst;

  • b.

    ministerie: ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

  • c.

    WSW: Stichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw;

  • d.

    Autoriteit: Autoriteit woningcorporaties, bedoeld in artikel 60, eerste lid, van de Woningwet;

  • e.

    Directie: directie van WSW.

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

De Directie houdt een zodanige administratie bij dat:

  • a.

    de registratie van de lasten en baten van de activiteiten die WSW uitoefent met het oog op het door toegelaten instellingen kunnen aantrekken van leningen en die van de activiteiten die worden uitgeoefend ten behoeve van de met dit besluit verleende bevoegdheden gescheiden zijn;

  • b.

    alle lasten en baten, op grond van consequent toegepaste en objectief te rechtvaardigen beginselen inzake kostprijsadministratie, correct worden toegerekend;

  • c.

    de beginselen inzake kostprijsadministratie volgens welke de administratie wordt gevoerd, duidelijk zijn vastgelegd.

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

De Directie stemt de met dit besluit verleende bevoegdheden af met de werkzaamheden die WSW uitoefent met het oog op het door toegelaten instellingen kunnen aantrekken van leningen, bedoeld in artikel 59, derde lid, onder b, van de Woningwet. Daartoe wordt bij de besluitvorming zeker gesteld dat voldaan wordt aan de minimale eisen om de toegelaten instelling op basis van het saneringsplan en de toegekende subsidie gedurende de sanering voor de noodzakelijke borging in aanmerking te laten komen.

Artikel

10

De minister geeft op voorstel van de Directie een toegelaten instelling een aanwijzing op basis van artikel 61d van de Woningwet of legt op voorstel van de Directie een last onder dwangsom of een bestuurlijke boete op basis van artikel 105 van de Woningwet op, indien een toegelaten instelling:

Artikel

11

Artikel

12

Het krachtens dit mandaat, volmacht en machtiging ondertekenen van stukken geschiedt als volgt:

De Minister voor Wonen en Rijksdienst,

namens deze:

(handtekening)

(naam functionaris)

(functie)

Artikel

13

De Directie is niet bevoegd om zelfstandig verzoeken in het kader van de Wet openbaarheid van bestuur, de Wet nationale ombudsman of de Wet bescherming persoonsgegevens, voor zover die verband houden met de uitvoering van de in de artikelen 2 en 3 van dit besluit bedoelde taken en bevoegdheden namens de minister af te doen. Dergelijke zaken worden door de Directie inhoudelijk voorbereid en ter afdoening, door tussenkomst van de Directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het ministerie, aan de secretaris-generaal van het ministerie onderscheidenlijk de minister voorgelegd.

Artikel

14

Artikel

15

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juli 2015.

Artikel

16

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit mandatering Stichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw financiële sanering toegelaten instellingen.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Wonen en Rijksdienst,S.A.Blok