Onderlinge regeling als bedoeld in artikel 38, eerste lid, van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden regelende de samenwerking op het gebied van de implementatie van de Internationale Gezondheidsregeling tussen Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten

Onderlinge regeling samenwerking implementatie Internationale Gezondheidsregeling Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten

Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten,
De ministers van Volksgezondheid van de vier landen verenigd in het Koninkrijk der Nederlanden hebben in juni 2015 een overeenkomst getekend voor samenwerking bij het implementeren en onderhouden van de Internationale Gezondheidsregeling (IGR). Dit is een internationale overeenkomst, onder auspiciën van de Wereld Gezondheidsorganisatie, voor het beheersen en bestrijden van grensoverschrijdende infectieziekten en andere incidenten van bacteriologische, chemische en radiologische aard. Met de onderlinge regeling ontstaat een samenwerkingsverband, in netwerkvorm, tussen de publieke gezondheidsdiensten van de landen Aruba, Curaçao, Sint Maarten en Nederland, inclusief de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Het Centrum Infectieziektebestrijding van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu fungeert als coördinerend lid van het gecreëerde netwerk van IGR-deskundigen.
Overwegende dat:
  • de landen verenigd in het Koninkrijk der Nederlanden als één partij lid zijn van de Wereldgezondheidsorganisatie (Engels: WHO);

  • de landen van het Koninkrijk ieder hun eigen verantwoordelijkheid hebben om het welzijn en de gezondheid van hun burgers te beschermen via onder andere ter zake dienende wetgeving op het gebied van volksgezondheid;

  • het voorhanden zijn van nationale capaciteit voor surveillance, rapportage, detectie en samenwerking ingeval van uitbraken van infectieziekten en gerelateerde incidenten van belang voor de publieke gezondheid, kernonderdelen zijn van de Internationale Gezondheidsregeling (IGR) 1De op 23 mei 2005 door de Wereldgezondheidsvergadering van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) aangenomen Internationale Gezondheidsregeling (International Health Regulations), (Trb. 2007, 34), bedoeld voor samenwerking op het gebied van het beheersen van infectieziekten en overige incidenten van bacteriologische, chemische en radiologische aard die de volksgzondheid alsmede internationaal verkeer en handel kunnen beïnvloeden.;

  • de Caribische landen van het Koninkrijk afzonderlijk onvoldoende capaciteit hebben om snel en adequaat te kunnen handelen bij het uitbreken van infectieziekten en incidenten van bacteriologische, chemische en radiologische aard die een risico vormen voor de publieke gezondheid;

  • de economische gevoeligheid voor uitbraken van infectieziekten en overige incidenten van bacteriologische, chemische en radiologische aard groot is in elk van de Caribische landen, alsmede de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;

  • in maart 2013 tussen de vier landen van het Koninkrijk, inclusief de drie openbare lichamen, een overleg heeft plaatsgevonden over een samenwerkingsconstructie ten behoeve van de implementatie en onderhoud van de IGR, gevolgd door een in september 2014 aangeboden rapport met aanbevelingen voor concretisering hiervan;

  • het Centrum Infectieziektebestrijding van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM-CIb) bij ministerieel besluit van 14 februari 2007 is aangewezen als nationaal IGR-coördinatiepunt voor Nederland, zoals bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de IGR;

  • de landen het belang inzien van en de wens hebben om met elkaar samen te werken en elkaar te ondersteunen ten behoeve van implementatie en onderhoud van de IGR in het Caribisch deel van het Koninkrijk;

  • de landen de wens hebben om de kennis en expertise van het RIVM-CIb voor de gewenste samenwerking te gebruiken;

komen het volgende overeen:

Artikel

1

Strekking van de regeling

Artikel

2

Samenwerking ten behoeve van implementatie van de IGR

Artikel

3

Operationele organisatie

Artikel

4

Het Netwerk-IGR

Artikel

5

Werkwijze

Artikel

6

Reactie op ernstige gezondheidsincidenten

Artikel

7

Commissie voor advies en bijstand voor de IGR-samenwerking

Artikel

8

Onderliggende wetgeving

De landen komen overeen, rekening houdend met ieders bestaande systeem van wet- en regelgeving, om de taken, procedures en bevoegdheden die voortvloeien uit de vereisten van de IGR in hun wetgeving te implementeren, en wel in ieder geval voor:

  • a.

    de regie op en coördinatie van de bestuursorganen, de dienstonderdelen en de maatschappelijke organisaties die een taak hebben bij de beheersing of bestrijding van een ernstig gezondheidsincident in het land;

  • b.

    de surveillance, detectie en rapportage van ziektegevallen met een infectieuze oorzaak, alsook incidenten van chemische en radiologische aard die een potentieel gevaar vormen voor de volksgezondheid;

  • c.

    het opleggen van maatregelen aan de bevolking welke noodzakelijk kunnen zijn om een ernstig gezondheidsincident te beheersen of te bestrijden en om opvolging te kunnen geven aan de aanbevelingen van de World Health Organisation;

  • d.

    de informatieplicht en het opleggen van instructies aan haven- en luchtvaartautoriteiten en het afstemmen van maatregelen met gezagvoerders van inkomende en uitgaande vaar- en vliegtuigen die met een potentieel ernstig gezondheidsincident geconfronteerd worden.

Artikel

9

Slotbepaling

Artikel

10

Inwerkingtreding

Deze onderlinge regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van het publicatiemedium waarin zij wordt geplaatst.

Deze onderlinge regeling zal met toelichting in de Staatscourant, de Landscourant van Aruba, het Publicatieblad van Curaçao en het Afkondigingblad van Sint Maarten worden geplaatst.

Voor Nederland, inclusief de Openbare Lichamen Bonaire, Saba en Sint Eustatius:
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en SportE.I.Schippers
Voor Aruba:
De Minister van Volksgezondheid, Ouderenzorg en Sport C.A. Schwengle
Voor Curaçao:
De Minister van Gezondheid, Milieu en Natuur B. Whiteman
Voor Sint Maarten:
De ad interim-Minister van Volksgezondheid, Sociale Zaken en Arbeid R. Bourne-Gumbs

Bijlage

bij de Onderlinge regeling als bedoeld in artikel 38, eerste lid, van het Statuut van het Koninkrijk der Nederlanden regelende de samenwerking op het gebied van de implementatie van de Internationale Gezondheidsregeling tussen Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten

Protocol Ernstige Gezondheidsincidenten

Dit Protocol beschrijft de operationele uitvoering van meldingen, communicatie, beslissingen en interventies zoals bedoeld in artikel 6 van de onderlinge regeling.

1ste

Paragraaf:

Het nationaal IGR-coördinatiepunt en (ei)landelijke IGR-contactpunten

Artikel 1:

  • 1.

    Het Centrum Infectieziektebestrijding van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM-CIb) functioneert als nationaal IGR-coördinatiepunt (National IHR Focal Point) van het Koninkrijk, in de betekenis van artikel 1 van de Internationale Gezondheidsregeling.

  • 2.

    De diensten bedoeld in artikel 4, tweedelid, van de onderlinge regeling treden op als (ei)landelijke IGR-contactpunten. (art. 3, lid 1 en 2 onderlinge regeling)

  • 3.

    Indien de directeur van het RIVM-CIb uitvoering geeft aan artikel 3, vierde lid,van de onderlinge regeling en derhalve wil voorzien in een gekwalificeerde arts-infectieziektebestrijding die als liaisonfunctionaris domicilie kan houden op een van de Caribische (ei)landen van het Koninkrijk, dan doet hij dit in consultatie met de hoofden van de gezondheidsdiensten genoemd in artikel 4, tweede lid, van de onderlinge regeling.

  • 4.

    Bij ontstentenis van de functionaris bedoeld in het vorige lid wordt deze vervangen door de dienstdoende arts van de 24-uurs bereikbaarheidsdienst voor de infectieziektebestrijding van het RIVM-CIb.

2e

Paragraaf:

De voorbereiding op ernstige gezondheidsincidenten

Artikel 2

  • 1.

    Voor de voorbereiding op de beheersing en bestrijding van ernstige gezondheidsincidenten en het ontwikkelen en onderhouden van voldoende capaciteit voor de uitvoering daarvan conform artikel 5, eerste lid, artikel 13, eerste lid, artikel 19, artikel 20, eerste en tweede lid, en de van toepassing zijnde Annexen van de Internationale Gezondheidsregeling, is elk land binnen zijn territoir zelfstandig verantwoordelijk. (art. 2, lid 1 onderlinge regeling)

  • 2.

    De landen staan, ieder naar vermogen, elkaar collegiaal bij, bij de voorbereidende activiteiten bedoeld in het vorige lid. De bijstand betreft het delen van kennis en ervaring, de uitwisseling van relevante documenten, het organiseren van opleiding, trainingen en oefeningen en al het overige dat bijdraagt aan een preparatieniveau passend bij de sociaaleconomische en epidemiologische omstandigheden van elk der (ei)landen. (art. 2, lid 2 onderlinge regeling)

3e

Paragraaf:

Milieugerelateerde gezondheidsincidenten

Artikel 3

  • 1.

    Onder milieugerelateerde gezondheidsincidenten wordt verstaan: incidenten van bacteriologische, chemische, radiologische-nucleaire, biologische (waaronder maritiem-biologische) aard, die kunnen resulteren in een noodsituatie van internationaal belang op het gebied van de volksgezondheid.

  • 2.

    Een milieugerelateerd gezondheidsincident dat potentieel een risico kan vormen voor de onbelemmerde voortgang van het internationaal, dan wel inter-eilandelijke verkeer van personen of goederen, wordt door het IGR-contactpunt van het betrokken (ei)land terstond gemeld aan het nationaal IGR-coördinatiepunt te Bilthoven.

  • 3.

    Voor de risicobeoordeling zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, van dit Protocol, van milieugerelateerde gezondheidsincidenten, zien het IGR-contactpunt van het betrokken (ei)land en het nationaal IGR-coördinatiepunt te Bilthoven er op toe, dat de ter plaatse betrokken eilandelijke bestrijdingsdienst in contact wordt gebracht met de deskundigen van de permanente bereikbaarheidsdienst van het Centrum Veiligheid van het RIVM (RIVM-VLH).

4e

Paragraaf:

Infectieziektebestrijding

Artikel 4

  • 1.

    Indien de directeur van het RIVM-CIb uitvoering geeft aan artikel 3, vierde lid, van de onderlinge regeling, dient telkens wanneer in deze en de volgende paragrafen gesproken wordt over het nationaal IGR-coördinatiepunt daarvoor gelezen te worden: de arts-infectieziektebestrijding/-liaisonfunctionaris welke door het RIVM-CIb is aangesteld en domicilie houdt op een van de Caribische (ei)landen van het Koninkrijk, tenzij gesproken wordt van ‘het nationaal IGR-coördinatiepunt te Bilthoven’.

  • 2.

    Met de ‘gezondheidsdienst’ of ‘gezondheidsdiensten’ wordt in dit hoofdstuk en de volgende hoofdstukken bedoeld, de (ei)landelijke diensten genoemd in artikel 4, tweede lid, van de onderlinge regeling

Artikel 5

Eilandelijke surveillance en vroegwaarschuwing ten behoeve van de IGR

  • 1.

    Elk land stelt een lijst van meldingsplichtige ziekten vast, waarop in ieder geval de ziekten worden opgenomen welke door het nationaal IGR-coördinatiepunt te Bilthoven worden voorgesteld, om te kunnen voldoen aan de verplichtingen in de IGR.

  • 2.

    De lijst wordt bij wet of verordening vastgesteld en ondervindt aanpassing wanneer nieuwe of opnieuw opkomende ziekten een bedreiging kunnen vormen voor de volksgezondheid in het land.

  • 3.

    Elk (ei)land onderhoudt een permanent toegankelijk meldpunt voor de wettelijk verplichte meldingen van ziektegevallen door artsen, laboratoria of andere bij wet daartoe verplichte functionarissen. (art. 6, lid 2 onderlinge regeling)

  • 4.

    Het RIVM-CIb voorziet zo nodig, en in overleg met de gezondheidsdiensten genoemd in artikel 4, tweede lid, van de onderlinge regeling, in een elektronisch communicatiesysteem voor de meldingen bedoeld in het vierde en vijfde lid van dit artikel.

  • 5.

    het nationaal IGR-coördinatiepunt ontvangt van de eilandelijke gezondheidsdienst binnen 24 uur de gegevens van de meldingen, bedoeld in het tweede lid. Ten aanzien van identificerende persoonsgegevens van patiënten heeft het nationaal IGR-coördinatiepunt eenzelfde geheimhoudingsplicht als de ambtenaar van de gezondheidsdienst van het betrokken land.

  • 6.

    Bij eerste melding door een arts of laboratorium aan de gezondheidsdienst van (een vermoeden van) een geval van pokken, poliomyelitis, severe acute respiratory syndrome (SARS), virale hemorragische koorts (ebola, lassa, marburg), of het Middle East Respiratory Syndrome-coronavirus (MERS-CoV)4Het betreft de ziekten genoemd in de linker box van het beoordelingsdiagram van Annex 2 van de Internationale Gezondheidsregeling, aangevuld op basis van recente bestrijdingservaringen met de importziekten virale hemorragische koortsen en Mers-CoV., wordt het nationaal IGR-coördinatiepunt hiervan onverwijld in kennis gesteld.

5e

Paragraaf

Internationale melding en communicatie

Artikel 6

Risicobeoordeling en melding

  • 1.

    Het nationaal IGR-coördinatiepunt beoordeelt de meldingen die het ingevolge artikel 3, tweede lid, en artikel 5, vierde en vijfde lid, van dit protocol heeft ontvangen op het internationale risico voor de volksgezondheid, aan de hand van de criteria van Annex 2 van de Internationale Gezondheidsregeling. (art. 6, lid 3 onderlinge regeling)

  • 2.

    De gezondheidsdienst van het land dat het aangaat verschaft het nationaal IGR-coördinatiepunt de aanvullende medische, epidemiologische, sociale en milieutechnische informatie die nodig is om de risico-inschatting, bedoeld in het vorige lid, uit te voeren en houdt zich beschikbaar voor alle nodige communicatie.

  • 3.

    Zowel in geval van een positieve beoordeling, als in geval van twijfel over de internationale meldingswaardigheid van een incident, overlegt de dienstdoende functionaris van het nationaal IGR-coördinatiepunt met het hoofd van de gezondheidsdienst van het (ei)land dat het aangaat en met de dienstdoende achterwacht van het nationaal IGR-coördinatiepunt te Bilthoven.

  • 4.

    Indien de dienstdoende functionaris van het nationaal IGR-coördinatiepunt oordeelt dat een incident aan de WHO gemeld dient te worden, dan rapporteert hij dit terstond aan de directeur van het RIVM-CIb. Hij overlegt daarbij de zienswijze van het hoofd van de gezondheidsdienst van het (ei)land dat het aangaat.

  • 5.

    Een besluit om als nationaal IGR-coördinatiepunt een incident conform artikel 6 of artikel 7 IGR aan de WHO te melden als ‘an event that may constitute a public health emergency of international concern’, wordt genomen door de directeur van het RIVM-CIb. (art. 6, lid 3 onderlinge regeling)

  • 6.

    Onder voorbehoud van het zevende lid van dit artikel, wordt de internationale melding binnen 24 uur na de beoordeling5Aldus het voorschrift in artikel 6, tweede lid IGR. gedaan door het nationaal IGR-coördinatiepunt aan het regiokantoor van de WHO voor de Amerika’s (PAHO) in Washington DC in de Verenigde Staten. Een afschrift wordt gelijktijdig verzonden aan het kabinet van de betrokken Minister, het hoofd van zijn gezondheidsdienst en het regiokantoor van de WHO voor Europa in Kopenhagen, Denemarken.

  • 7.

    De internationale melding bedoeld in het vorige lid wordt niet eerder gedaan dan nadat de Minister belast met volksgezondheid van het land dat het aangaat door het nationaal IGR-coördinatiepunt is geïnformeerd over de voorgenomen melding en over de omstandigheden van het incident. Bij ontstentenis van de Minister belast met de volksgezondheid ontvangt de Minister-President van het land de bedoelde informatie. (art. 6, lid 3 onderlinge regeling)

Artikel 7

De internationale communicatie inzake ernstige gezondheidsincidenten

  • 1.

    Het nationaal IGR-coördinatiepunt draagt zorg voor de onverwijlde doorgifte, via de (ei)landelijke IGR-contactpunten, aan de Minister belast met de volksgezondheid van het land dat het aangaat, van iedere alertering door de WHO van een ernstige gezondheidsdreiging die het land kan raken, zoals bedoeld in artikel 11, eerste lid, van de IGR.

  • 2.

    Na een internationale melding zoals bedoeld in artikel 6 van dit Protocol draagt de Minister belast met de volksgezondheid van het land dat het aangaat de verantwoordelijkheid voor de inhoud van alle nadere berichtgeving aan, en communicatie met, de WHO, zoals bedoeld in artikel 6 tweede lid, de artikelen 7 tot en met 10, en artikel 11, tweede, derde en vierde lid, van de IGR. (art. 6, lid 5 onderlinge regeling)

  • 3.

    Ingevolge het voorschrift van artikel 4, tweede lid, onderdelen a en b, van de IGR, verloopt de internationale communicatie bedoeld in het vorige lid, via het kanaal van het nationaal IGR-coördinatiepunt. (art. 6, lid 3 onderlinge regeling)

  • 4.

    Het nationaal IGR-coördinatiepunt treedt niet in de pers- of publiekscommunicatie van het land dat het aangaat. (art. 6, lid 5 onderlinge regeling)

6e

Paragraaf

Maatregelen ter beheersing en bestrijding van ernstige gezondheidsincidenten

Artikel 8

  • 1.

    De Minister belast met de volksgezondheid van het land dat het aangaat beslist over de maatregelen die binnen zijn territoir genomen dan wel opgelegd worden ter beheersing en bestrijding van ernstige gezondheidsincidenten zoals bedoeld onder de IGR. Daaronder worden tevens begrepen de maatregelen naar aanleiding van de aanbevelingen die de WHO op grond van de artikelen 15 tot en met 18 van de IGR aan een land kan doen. (art. 6, lid 5 onderlinge regeling)

  • 2.

    Alvorens de Minister belast met de volksgezondheid een maatregel zoals bedoeld in het vorige artikel neemt, wint hij advies in bij zijn gezondheidsdienst. De gezondheidsdienst wordt bij het opstellen van het advies bijgestaan door het nationaal IGR-coördinatiepunt. (art. 6, lid 5 onderlinge regeling)

  • 3.

    De Minister belast met de volksgezondheid van het land dat het aangaat kan de directeur van het RIVM-CIb verzoeken een Outbreak Management Team (OMT) bijeen te roepen om hem van het best mogelijke medisch-epidemiologische advies te dienen. De directeur beslist over de uit te nodigen experts in het OMT, met inachtneming van deelname door de gezondheidsdienst van het (ei)land dat het aangaat. De beraadslaging in het OMT is vertrouwelijk. Nadat de Minister, gehoord het advies van het OMT, besloten heeft over de te nemen maatregelen, is het advies voor eenieder ter inzage. (art. 6, lid 6 onderlinge regeling)

7e

Paragraaf

Slotbepalingen

Artikel 9

  • 1.

    Met het oog op de gevolgen voor de internationale positie van het Koninkrijk als geheel, informeert een Minister belast met de volksgezondheid die voornemens is een maatregel te nemen of na te laten en daarmee handelt contrair aan een aanbeveling van de WHO, eerst zijn ambtsgenoten van de overige 3 landen alvorens hij tot uitvoering van zijn besluit over gaat. (art. 6, lid 7 onderlinge regeling)

  • 2.

    Voor de communicatie met het hoofdkantoor van de WHO in Genève draagt de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van Nederland coördinerende verantwoordelijkheid.