Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 5 augustus 2015, nr. 2015-0000232534, houdende de inrichting van de directie Wetgeving, Bestuurlijke en Juridische Aangelegenheden alsmede doorverlening van vertegenwoordigingsbevoegdheden van de directeur Wetgeving, Bestuurlijke en Juridische Aangelegenheden (Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit WBJA 2015)

Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit WBJA 2015

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Besluit:

§

1

Algemeen

Artikel

1

In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a.

    WBJA: de directie Wetgeving, Bestuurlijke en Juridische Aangelegenheden van het ministerie;

  • b.

    afdeling ABWA: de afdeling Arbeidsmarkt, Bestuurlijk en Wetgeving Algemeen;

  • c.

    afdeling JA-BBS: de afdeling Juridische Aangelegenheden – Bijstand, Bedrijfsjuridisch en Subsidies;

  • d.

    afdeling JA-SVIA: de afdeling Juridische Aangelegenheden – Sociale Verzekeringen, Internationaal en Arbeid;

  • e.

    teamleider BO: de functionaris die rechtstreeks ressorteert onder het hoofd van het Bureau Ondersteuning.

§

2

Organisatie en taken afdelingen

Artikel

2

WBJA bestaat uit:

  • a.

    de afdeling Wetgeving;

  • b.

    de afdeling ABWA;

  • c.

    de afdeling JA-BBS;

  • d.

    de afdeling JA-SVIA;

  • e.

    het Bureau Ondersteuning.

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Het hoofd van het Bureau Ondersteuning is verantwoordelijk voor de volgende taken:

  • a.

    het verlenen van ondersteuning bij de afhandeling van bezwaar- en beroepsprocedures;

  • b.

    het verlenen van ondersteuning bij de behandeling van verzoeken op grond van de Wet openbaarheid van bestuur;

  • c.

    het verlenen van ondersteuning bij gerechtelijke en internationaalrechtelijke procedures waarbij het ministerie betrokken is;

  • d.

    alle interne bedrijfsvoeringsaangelegenheden van WBJA met betrekking tot personeel, informatie, organisatie, financiën, algemene zaken en huisvesting, de zogenoemde PIOFAH-taken;

  • e.

    het aanleveren van managementinformatie ten behoeve van het management van WBJA, de voorbereiding en bewaking van managementafspraken, het beheer van bedrijfsvoeringsprocessen die bij WBJA gevoerd worden en de zorg voor een goede afstemming met de bedrijfsvoering die centraal voor het gehele ministerie wordt gevoerd;

  • f.

    de leiding van de secretariaten van de directie en, in overleg met de overige hoofden en de directeur WBJA, de inrichting daarvan.

Artikel

8

Elk van de hoofden van de afdelingen is belast met het leiding geven aan de medewerkers van de eigen afdeling.

§

3

Bevoegdheden

Artikel

9

De hoofden van de afdelingen worden gemachtigd tot het paraferen van stukken die betrekking hebben op de taken van de eigen afdeling, een en ander met uitzondering van stukken waarvan, gelet op het belang daarvan, redelijkerwijs vermoed kan worden dat deze door de directeur WBJA afgedaan moeten worden.

Artikel

10

Aan de hoofden van de afdelingen Wetgeving en ABWA wordt mandaat en machtiging verleend tot het nemen van besluiten over en het vaststellen en ondertekenen van stukken die betrekking hebben op:

  • a.

    het oordeel of, met het oog op het gestelde in artikel 6 van de Wet raadgevend referendum, over een wet een referendum kan worden gehouden;

  • b.

    het oordeel of, met het oog op het gestelde in artikel 14 van de Wet raadgevend referendum, over de stilzwijgende goedkeuring van een verdrag een referendum kan worden gehouden;

  • c.

    het ter kennis brengen van het onder a en b bedoelde oordeel aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister van Buitenlandse Zaken.

Artikel

11

Aan de hoofden van de afdelingen ABWA, JA-BBS en JA-SVIA wordt mandaat en machtiging verleend tot het nemen van besluiten over en het vaststellen en ondertekenen van stukken voor zover zij verband houden met de taken en verantwoordelijkheden van zijn afdeling en die betrekking hebben op:

  • a.

    de behandeling van gerechtelijke procedures waarbij de Staat of de bewindspersonen partij zijn;

  • b.

    het ter ondertekening voorleggen aan een bewindspersoon, de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal, een directeur-generaal of de inspecteur-generaal Sociale Zaken en Werkgelegenheid van stukken betreffende gerechtelijke procedures;

  • c.

    het machtigen van personen om een bewindspersoon in gerechtelijke procedures te vertegenwoordigen;

  • d.

    de afhandeling en ondertekening van stukken inzake bezwaarprocedures en gerechtelijke procedures, met inbegrip van het nemen van de beslissing op een bezwaarschrift.

Artikel

12

Aan het hoofd van de afdeling JA-BBS wordt mandaat en machtiging verleend tot het nemen van besluiten over en het vaststellen en ondertekenen van stukken die betrekking hebben op:

  • a.

    het machtigen van personen om een bewindspersoon in procedures bij de Nationale ombudsman te vertegenwoordigen;

  • b.

    de voorbereiding en de bekendmaking van een besluit op een verzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur waaronder de ondertekening van ontvangstbevestigingen van verzoeken op grond van de Wet openbaarheid van bestuur, de ondertekening van brieven waarbij aan derden verzocht wordt te reageren op een verzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur, de ondertekening van brieven waarbij de beslistermijn op een verzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur ex artikel 6 van die wet wordt verlengd en de ondertekening van brieven ter bekendmaking van een besluit op een verzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur aan derden.

Artikel

13

Aan het hoofd van de afdeling JA-SVIA wordt mandaat en machtiging verleend tot het nemen van besluiten over en het vaststellen en ondertekenen van stukken die betrekking hebben op procedures inzake uit internationale verdragen voortvloeiende notificatieverplichtingen.

Artikel

14

Artikel

15

Aan de hoofden van de afdelingen, alsmede aan de teamleider BO, wordt mandaat en machtiging verleend met betrekking tot het nemen van besluiten over en het vaststellen en ondertekenen van stukken die betrekking hebben op de personeelsaangelegenheden van de eigen afdeling, voor zover het betreft:

  • a.

    het opmaken, niet zijnde vaststellen, van een beoordeling van medewerkers;

  • b.

    het houden van manager-medewerkergesprekken;

  • c.

    verlof van medewerkers;

  • d.

    kleine beloningen, niet zijnde gratificaties, onder gelijktijdige mededeling daarvan aan de directeur.

§

4

Slotbepalingen

Artikel

16

De hoofden van de afdelingen kunnen na voorafgaande schriftelijke toestemming van de directeur WBJA bevoegdheden doorverlenen aan onder hen ressorterende functionarissen.

Artikel

17

Bij afwezigheid van de directeur WBJA worden, voor de duur van de afwezigheid of verhindering, diens taken waargenomen door het afdelingshoofd dat is aangewezen als plaatsvervangend directeur.

Artikel

18

Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
namens deze,
M.H.Houpt,Directeur Wetgeving, Bestuurlijke en Juridische Aangelegenheden