Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 29 september 2015, nr. PO/779628, houdende regels met betrekking tot subsidieverstrekking aan de Onderwijscoöperatie en aan bevoegde gezagsorganen ten behoeve van activiteiten van leraren ter bevordering van de onderwijskwaliteit, de versterking van de beroepsgroep en de professionalisering van leraren (Subsidieregeling LerarenOntwikkelFonds)

Subsidieregeling LerarenOntwikkelFonds

Paragraaf

1

Algemeen

Artikel

1.1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel

1.2

Doel

Paragraaf

2

Subsidie CAOP

Artikel

2.1

Activiteiten

De minister verstrekt aan het CAOP subsidie voor:

  • a.

    het instellen van een onafhankelijke jury, die is belast met het beoordelen van de aanvragen op basis van de beoordelingscriteria, bedoeld in artikel 3.5, en met het adviseren aan de minister over de ingediende subsidieaanvragen;

  • b.

    het geven van voorlichting over deze regeling en het stimuleren van aanvragen voor subsidie als bedoeld in artikel 3.1;

  • c.

    activiteiten rond het aanvraagproces, het voorbereiden van de jury beoordeling en doorgeleiding van jury adviezen naar de minister;

  • d.

    de organisatie van de begeleiding van leraren of docenten door coaches en het organiseren van bijeenkomsten waar leraren of docenten elkaar verder helpen;

  • e.

    de organisatie van kennisdeling;

  • f.

    het verrichten van onderzoek naar de effecten van de subsidie die op grond van deze regeling wordt verstrekt.

Artikel

2.2

Subsidiebedrag

Het subsidieplafond voor de activiteiten, bedoeld in artikel 2.1, die verband houden met het schooljaar 2018–2019 bedraagt vanaf 1 januari 2019 € 500.000 per jaar.

Artikel

2.3

Subsidieverlening, besteding, voorschot en betaling

Artikel

2.4

Verplichting

Het CAOP verstrekt de minister de adviezen van de jury uiterlijk vijf weken na de sluitingsdatum van de desbetreffende aanvraagronde.

Artikel

2.5

Verantwoording en vaststelling

Artikel

2.6

Evaluatie

Het CAOP werkt mee aan een evaluatie naar de uitvoering van de activiteiten als bedoeld in artikel 2.1.

Paragraaf

3

Subsidie LerarenOntwikkelFonds

Artikel

3.1

Activiteiten

De minister kan aan het bevoegd gezag subsidie verstrekken voor activiteiten opgesteld en uitgevoerd door leraren of docenten die gericht zijn op:

  • a.

    de vernieuwing en verbetering van de kwaliteit van het onderwijs;

  • b.

    het versterken van professionalisering leraren of docenten; en

  • c.

    het versterken van de beroepsgroep.

Artikel

3.2

Subsidieplafond

Het subsidieplafond voor het schooljaar 2020–2021 wordt vastgesteld op € 825.000,–, waarvan een derde bestemd is voor activiteiten in het primair onderwijs, een derde voor activiteiten in het voortgezet onderwijs en een derde voor activiteiten in het middelbaar beroepsonderwijs.

Artikel

3.3

Aanvraag

Artikel

3.4

Jury

Artikel

3.5

Beoordeling van de subsidieaanvraag door de jury

Artikel

3.6

Rangschikking aanvragen

De minister rangschikt de aanvragen, bedoeld in artikel 3.3, zodanig dat een aanvraag hoger wordt gerangschikt naarmate deze eerder is ontvangen en volledig is.

Artikel

3.7

Besluitvorming door de minister

Artikel

3.8

Betaling

De subsidie wordt ineens betaald.

Artikel

3.9

Subsidiebedrag

De hoogte van de subsidie betreft het bedrag dat gemoeid is met het uitvoeren van de activiteiten als bedoeld in artikel 3.1 zoals opgenomen in de aanvraag en door de jury aanvaardbaar geacht, en bedraagt minimaal € 4.000,– en maximaal € 30.000,–.

Artikel

3.10

Besteding van de subsidie en uitvoering activiteiten

De activiteiten, bedoeld in artikel 3.1, worden uitgevoerd in het schooljaar 2020–2021. Indien de activiteiten volledig zijn uitgevoerd en aan alle verplichtingen is voldaan, kan het niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging is verstrekt.

Artikel

3.11

Subsidieverplichting

Het bevoegd gezag stelt de leraar of de docent in staat de activiteiten waarvoor subsidie is verleend volledig uit te voeren en komt met de leraar of de docent overeen dat hij deelneemt aan de door het CAOP in het kader van de regeling te organiseren activiteiten tijdens de looptijd van zijn project.

Artikel

3.12

Verantwoording

De verantwoording van de subsidie geschiedt,

  • a.

    voor zover het een subsidie tot € 25.000 betreft, overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs in de jaarverslaggeving. De subsidieontvanger toont op verzoek van de minister aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan;

  • b.

    voor zover het een subsidie van € 25.000 tot en met € 75.000 betreft, overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs in de jaarverslaggeving met model G1. De subsidieontvanger toont op verzoek van de minister aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan;

  • c.

    vanaf schooljaar 2020–2021, overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs met model G1.

Paragraaf

4

Slotbepalingen

Artikel

4.1

Inwerkingtreding en vervaldatum

Artikel

4.2

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling LerarenOntwikkelFonds.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, S.Dekker