Besluit van 4 september 2015 tot vaststelling van een luchthavenbesluit voor de militaire luchthaven Volkel (Luchthavenbesluit Volkel)

Luchthavenbesluit Volkel

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van onze Minister van Defensie van 16 juni 2015, nr. BS2015012434, Directie Juridische Zaken, gedaan in overeenstemming met de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu;
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 15 juli 2015, No.W07.15.0197/II);
Gezien het nader rapport van onze Minister van Defensie van 28 augustus 2015, nr. BS2015016446, Directie Juridische Zaken, uitgebracht in overeenstemming met de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu);

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

1.1

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a.

    extramurale opslag of verwerking: opslag of verwerking anders dan in een volledig afgesloten gebouw;

  • b.

    gebruiksjaar: de periode van een jaar die loopt van 1 januari tot en met 31 december;

  • c.

    recreatief burgerluchtverkeer: luchthavenluchtverkeer in de vorm van modelvliegen, motorsportvliegen, sleepvliegen of zweefvliegen, als bedoeld in artikel 20 van het Besluit militaire luchthavens;

  • d.

    uniforme daglichtperiode: het gedeelte van het etmaal tussen vijftien minuten voor zonsopgang en vijftien minuten na zonsondergang zoals geldt voor de positie 52°00' N en 05°00' O op zeeniveau;

  • e.

    vliegtuigbeweging: start of landing van een vliegtuig van of op de luchthaven;

  • f.

    wet: Wet luchtvaart.

Hoofdstuk

2

Het luchthavengebied en het beperkingengebied

Artikel

2.1

Hoofdstuk

3

Bestemming en gebruik van de grond

Paragraaf

3.1

Het luchthavengebied

Artikel

3.1.1

De gronden die zijn bestemd en worden gebruikt voor het banenstelsel van de luchthaven, de rolbanen, de vliegtuigopstelplaatsen, de hangars en vliegtuigshelters en de gronden die benodigd zijn voor de uitvoering van de taken en functies die zijn toegekend aan de militaire luchthaven Volkel, zijn als zodanig aangewezen op de kaart in bijlage 1 bij dit besluit.

Paragraaf

3.2

Het beperkingengebied

Artikel

3.2.2

Artikel 16 van het Besluit militaire luchthavens is van toepassing ten aanzien van de maximaal toelaatbare hoogten van objecten in verband met de veiligheid van het luchthavenluchtverkeer, onderscheidenlijk de veiligheid van het landen van luchtvaartuigen met behulp van een instrument landingssysteem, op de gronden zoals aangewezen op de kaarten in bijlagen 4 en 5 bij dit besluit.

Artikel

3.2.3

Hoofdstuk

4

Grenswaarden en regels voor het luchthavenluchtverkeer

Paragraaf

4.1

Grenswaarde en regels voor het militaire luchtverkeer

Artikel

4.1.1

Voor het militaire luchtverkeer geldt de in artikel 4 van het Besluit militaire luchthavens genoemde grenswaarde van de geluidsbelasting van 35 Kosteneenheden voor militair luchtverkeer, waarvan de geografische ligging is aangewezen op de kaart in bijlage 3 bij dit besluit.

Artikel

4.1.2

Paragraaf

4.2

Grenswaarden en regels voor het burgerluchtverkeer

Artikel

4.2.1

Artikel

4.2.2

Paragraaf

4.3

Afwijking van regels in verband met evenementen

Artikel

4.3.1

Hoofdstuk

5

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

5.1

Artikel 3.2.3, eerste lid, is niet van toepassing op een grondgebruik of een bestemming voor zover dit gebruik of die bestemming rechtmatig is op de dag voorafgaande aan de dag van inwerkingtreding van dit besluit.

Artikel

5.3

Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag van de kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Artikel

5.4

Dit besluit wordt aangehaald als: Luchthavenbesluit Volkel.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Wassenaar
Willem-Alexander
De Minister van Defensie, J.A. Hennis-Plasschaert
De Minister van Veiligheid en Justitie, G.A. van der Steur

Bijlage

1

Kaart luchthavengebied

Bijlage

2

Kaart beperkingengebied

Bijlage

3

Kaart geluidszone

Bijlage

4

Kaart obstakelbeheergebied vliegfunnel en IHCS

Bijlage

5

Kaart obstakelgebied instrument landingssysteem

Bijlage

6

Kaart vogelbeheersgebied

Bijlage

7

Evaluatie- en monitoringsprogramma

Artikel 7.39 van de Wet milieubeheer bepaalt dat de milieugevolgen van een besluit ten behoeve waarvan een Milieueffectrapport is opgesteld, geëvalueerd moeten worden. Deze bepaling geldt ook voor het luchthavenbesluit Volkel en is een verantwoordelijkheid van de Minister van Defensie en de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu.

Doel van de evaluatie is het bepalen van de daadwerkelijke effecten van de activiteit op het milieu door het verzamelen van gegevens over de feitelijke ontwikkeling van de milieubelasting van de luchthaven en de omgeving en het toetsen van de prognoses over de effecten van die activiteit in het milieueffectrapport, opdat zo nodig bijgestuurd kan worden.

De evaluatie zal onder de verantwoordelijkheid van het CLSK worden uitgevoerd, die over de resultaten daarvan rapporteert aan de Minister van Defensie.

De volgende punten dienen bij de evaluatie in kaart te worden gebracht:

  • de bijdrage van het luchtverkeer aan de geluidsbelasting zal vergeleken dienen te worden met de in het MER opgenomen vooronderstelde geluidsbelasting en de in de aanwijzing opgenomen geluidszone;

  • externe ontwikkelingen, maar ook nieuwe berekeningsmethodieken c.q. meetmethoden, welke relevant zijn voor de gekozen variant.

De volgende aspecten zullen in de evaluatie aan de orde dienen te komen.

  • voortschrijdende inzichten en waar mogelijk effecten op het gebied van milieu, inclusief geluidsbelasting, hinderbeleving, externe veiligheid en flora en fauna, in relatie tot de luchthaven en startende en landende vliegtuigen;

  • mogelijkheden om hinderbeleving in relatie tot ontwikkelingen in het vliegverkeer te monitoren door aan te sluiten bij de internationale standaard voor het meten van hinderbeleving conform ISO-15666:2002.

De evaluatie zal drie jaren na in werking treden van het besluit en aan de hand van actuele en beschikbare gegevens dienen plaats te vinden.