Artikel
1
In dit besluit wordt verstaan onder:
-
a.
actief in de houtkap van oerbossen: activiteiten ontplooiend in oerbossen die vallen onder sectie A, afdeling 02, Groep 02.2, van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1893/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 tot vaststelling van de statistische classificatie van economische activiteiten NACE Rev. 2 (PbEU 2006, L 393);
-
b.
actief in de winningsindustrie: activiteiten ontplooiend op het gebied van de exploratie, prospectie, opsporing, ontwikkeling en winning van mineralen, aardolie, aardgas en andere stoffen, binnen de economische activiteiten die vallen onder sectie B, afdelingen 05 tot 08, van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1893/2006, hiervoor genoemd in onderdeel a;
-
c.
betaling: een in geld of in natura betaald bedrag voor in de onderdelen a en b beschreven activiteiten, van de volgende typen:
-
1°.
productierechten;
-
2°.
belastingen over de inkomsten, de productie of de winsten van rechtspersonen, met uitzondering van verbruiksbelastingen zoals belastingen over de toegevoegde waarde, inkomstenbelastingen of omzetbelastingen;
-
3°.
royalty's;
-
4°.
dividenden;
-
5°.
ondertekenings-, opsporings- en productiebonussen;
-
6°.
licentierechten, huurprijzen, toetredingsgelden en andere vergoedingen voor licenties of concessies; en
-
7°.
betalingen voor infrastructuurverbeteringen;
-
1°.
-
d.
grote rechtspersoon: een rechtspersoon die op twee opeenvolgende balansdata, zonder onderbreking nadien op twee opeenvolgende balansdata, niet heeft voldaan aan ten minste twee van de vereisten, bedoeld in artikel 397, eerste en tweede lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
-
e.
lidstaat: een staat die lid is van de Europese Unie alsmede een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte;
-
f.
organisatie van openbaar belang: een rechtspersoon als bedoeld in artikel 398, zevende lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
-
g.
overheid: elke nationale, regionale of lokale autoriteit van een lidstaat of van een derde land. Onder overheid vallen tevens departementen, organen of ondernemingen waarover die autoriteit overheersende zeggenschap uitoefent als bedoeld in artikel 406 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
-
h.
project: de operationele activiteiten die worden beheerst door één enkele overeenkomst of één enkele licentie, huurovereenkomst, concessie of soortgelijke overeenkomst, en die de basis voor betalingsverplichtingen ten aanzien van een overheid vormen. Indien verscheidene overeenkomsten van dien aard wezenlijk met elkaar zijn verbonden, wordt dit niettemin als één project beschouwd;
-
i.
uitgevende instelling: een uitgevende instelling als bedoeld in artikel 5:25e van de Wet op het financieel toezicht.