Beleidsregels van het Commissariaat voor de Media van 1 januari 2016 houdende beleidsregels omtrent nevenactiviteiten publieke media-instellingen (Beleidsregels nevenactiviteiten 2016)

Beleidsregels nevenactiviteiten 2016

Het Commissariaat voor de Media,

Besluit:

Artikel

1

Definities en reikwijdte

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

Artikel

2

Overeenkomstig artikel 2.132, derde lid, van de wet kan alleen toestemming worden gegeven voor een nevenactiviteit die verband houdt met of ten dienst staat van de verwezenlijking van de publieke media-opdracht en direct gerelateerd is aan het media-aanbod van de publieke media-instelling, op marktconforme wijze wordt verricht en ten minste kostendekkend is.

Artikel

3

Clusterindeling

Het Commissariaat onderscheidt de volgende clusters van nevenactiviteiten:

  • 1.

    De exploitatie van onverkort media-aanbod of publieke formats buiten de publieke media-opdracht.

  • 2.

    Het verhuren van personeel of middelen, waaronder mede te verstaan het produceren van AV-materiaal voor derden.

  • 3.

    Het op de markt (laten) brengen van bladen.

  • 4.

    Het verkopen van producten of diensten van derden.

  • 5.

    Het houden van een webshop.

  • 6.

    Het oprichten van, of voor >20% deelnemen in, een entiteit.

  • 7.

    Het op de markt (laten) brengen van overige producten of diensten; overig.

Artikel

4

Relatie

Een nevenactiviteit ‘houdt verband met’of‘staat ten dienste van‘ de verwezenlijking van de publieke media-opdracht en is ‘direct gerelateerd aan‘ het media-aanbod van de publieke media-instelling, als bedoeld in artikel 2.132, derde lid, van de wet, indien:

  • 1.

    het een nevenactiviteit in cluster 1 betreft;

  • 2.

    in geval van een nevenactiviteit in cluster 2 is voldaan aan de voorwaarde dat het personeel of de middelen niet zijn verworven met het oogmerk om te verhuren en daarnaast geldt dat:

    • a.

      niet meer dan 10% van de omvang van het totale personeelsbestand of de totale oppervlakte waarover de publieke media-instelling beschikt in het kader van nevenactiviteiten is verhuurd aan derden; of

    • b.

      sprake is van middelen die de publieke media-instelling nodig heeft voor de uitoefening van de publiek media-opdracht, maar die zij naar hun aard niet onafgebroken in gebruik heeft, en de publieke media-instelling op jaarbasis voor ten minste 50% van de tijd over de middelen kan beschikken; of

    • c.

      sprake is van een ander geval op basis waarvan het Commissariaat afwijking van de in sub a of sub b genoemde percentages gerechtvaardigd acht;

  • 3.

    in geval van een nevenactiviteit in cluster 3 is voldaan aan de voorwaarde dat minimaal 50% van de redactionele inhoud van het blad direct gerelateerd is aan het media-aanbod van de publieke media-instelling;

  • 4.

    in geval van een nevenactiviteit in cluster 4 is voldaan aan de voorwaarde dat de producten of diensten van derden een afgeleide verschijningsvorm zijn van media-aanbod dat door de publieke media-instelling wordt verspreid via één van de beschikbare aanbodkanalen;

  • 5.

    in geval van een nevenactiviteit in cluster 5 is voldaan aan de voorwaarden dat:

    • a.

      in de webwinkel producten of diensten worden verkocht die voortkomen uit toegestane nevenactiviteiten of uit verenigingsactiviteiten; en

    • b.

      de verkoopactiviteiten duidelijk zijn onderscheiden van het overige media-aanbod van de publieke media-instelling, doordat zij plaatsvinden via een – als zodanig herkenbare – separate webwinkel;

  • 6.

    in geval van een nevenactiviteit in cluster 6 is voldaan aan de voorwaarden dat:

    • a.

      het aandeel van de publieke media-instelling in de entiteit in evenwicht is met de activiteiten die in de entiteit plaatsvinden ten behoeve van de verwezenlijking van de publieke media-opdracht of nevenactiviteiten van de publieke media-instelling; en

    • b.

      er sprake is van een proportionele verhouding tussen de financiële inbreng van de publieke media-instelling en de netto omzet die deze publieke media-instelling in de entiteit genereert;

  • 7.

    in geval van een nevenactiviteit in cluster 7 is voldaan aan de voorwaarden dat:

    • a.

      de betrokkenheid van gebruikers bij het media-aanbod of de publieke media-instelling met de nevenactiviteit wordt vergroot of de innovatie van het media-aanbod wordt bevorderd; en

    • b.

      de activiteit aantoonbaar inhoudelijk aansluit bij het media-aanbod van de publieke media-instelling.

Artikel

5

Marktconformiteit

Artikel

6

Artikel

7

Het Commissariaat betrekt bij de beoordeling van marktconformiteit ACM bij aangelegenheden van wederzijds belang.

Artikel

8

Kostendekkendheid

Nevenactiviteiten zijn niet ‘kostendekkend‘, als bedoeld in artikel 2.132, derde lid, van de wet, indien zij direct of indirect worden bekostigd door of anderszins ten laste komen van de publieke media-opdracht.

Artikel

9

In afwijking van artikel 8 van deze beleidsregels wordt de nevenactiviteit als ‘kostendekkend‘ aangemerkt indien:

  • 1.

    aanloopverliezen bij de exploitatie van een nieuwe nevenactiviteit gedurende een periode van maximaal vier boekjaren gesaldeerd worden met de positieve financiële resultaten van één of meer andere nevenactiviteiten, onder de voorwaarde dat de publieke media-instelling bij nieuw te ondernemen nevenactiviteiten door middel van prognoses en een toelichting daarbij aannemelijk maakt dat deze activiteit binnen het geheel van vier boekjaren kostendekkend is; of

  • 2.

    een negatief resultaat van een bestaande nevenactiviteit, bij wijze van uitzondering, wordt gecompenseerd met de positieve financiële resultaten van één of meer andere nevenactiviteiten in het betreffende boekjaar.

Artikel

10

Alle nevenactiviteiten dienen te worden verantwoord conform de in het van toepassing zijnde Handboek financiële verantwoording voorgeschreven wijze.

Artikel

11

Meldingsprocedure reguliere nevenactiviteiten

Artikel

12

Besluitvormingsprocedure reguliere nevenactiviteiten

Artikel

13

Procedure generieke toestemmingen

Artikel

14

Meldingsprocedure experimentele nevenactiviteiten

Artikel

15

Beëindiging van nevenactiviteiten

Artikel

16

Uitingen in het kader van nevenactiviteiten

Oproepen in het kader van nevenactiviteiten in het media-aanbod zoals genoemd in artikel 2.90 van de wet zijn toegestaan, indien:

  • 1.

    het mededelingen over het ter beschikking stellen aan derden van producten of diensten die voortkomen uit nevenactiviteiten betreft, voor zover:

    • a.

      de mededeling ziet op een nevenactiviteit in cluster 1;

    • b.

      de nevenactiviteit niet eerder dan één maand na de laatste oproep terzake op de markt wordt gebracht;

    • c.

      in de mededeling de betrokken publieke media-instelling uitsluitend als uitgever wordt genoemd; en

    • d.

      de mededeling plaatsheeft in onmiddellijke aansluiting op het onderdeel van het media-aanbod waarop de mededeling betrekking heeft;

  • 2.

    het een programmatitel betreft die een gelijkluidende of nagenoeg gelijkluidende naam heeft als een product of dienst die wordt geëxploiteerd in het kader van een nevenactiviteit, voor zover:

    • a.

      de activiteit een toegestane nevenactiviteit is; en

    • b.

      eventuele derden waarmee de publieke media-instelling in het kader van de nevenactiviteit een samenwerkingsverband is aangegaan het betreffende media-aanbod niet sponsort.

  • 3.

    Het tweede is ook van toepassing op toegestane nevenactiviteiten die uit niet meer bestaan dan de licentieverlening van een auteurs- of merkrecht op een programmatitel aan een derde.

Artikel

17

Openbaarmaking

Het Commissariaat maakt de door hem genomen besluiten met betrekking tot nevenactiviteiten openbaar conform de in de Werkwijze Communicatie van het Commissariaat voor de Media voorgeschreven wijze.

Artikel

18

Artikel

19

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

20

Commissariaat voor de Media, M. de Cock Buning voorzitter
E. Eljon commissaris

Bijlage

1

Beslisschema clusterindeling

Bijlage

2

Transponeringstabel Beleidsregels nevenactiviteiten 2016

Artikel 1

Artikel 2

Artikel 1 (definities en reikwijdte)

Artikel 2 nieuw artikel: voorwaarden

Artikel 3 nieuw artikel: clusterindeling

Artikel 3 (relatietoets)

Artikel 4, eerste, derde, vierde, vijfde en zevende lid (relatietoets)

Artikel 4 (relatietoets):

Artikel 4 (relatietoets)

Artikel 4, eerste lid, onder a (deelneming)

Artikel 4, zesde lid (deelneming)

Artikel 4, eerste lid, onder b (verhuur)

Artikel 4, tweede lid (verhuur)

Artikel 5 (relatietoets)

Artikel 4 (relatietoets)

Artikel 6 (relatietoets):

Artikel 4 (relatietoets)

Artikel 6 (schade)

Artikel 7 (marktconformiteit)

Artikel 5 (marktconformiteit)

Artikel 8 (marktconformiteit)

Artikel 5 (marktconformiteit)

Artikel 9 (marktconformiteit)

Artikel 6 (marktconformiteit)

Artikel 10 (marktconformiteit)

Artikel 7 (marktconformiteit)

Artikel 11 (kostendekkendheid)

Artikel 8 (kostendekkendheid)

Artikel 12 (kostendekkendheid):

Artikel 9 (kostendekkendheid)

Artikel 12, eerste lid (negatieve resultaten)

Artikel 9, tweede lid (aanloopverliezen)

Artikel 12, tweede lid (aanloopverliezen)

Artikel 9, eerste lid (negatieve resultaten)

Artikel 10 nieuw artikel: verantwoording

Artikel 13 (procedure):

Artikel 11 (meldingsprocedure)

Artikel 12 nieuw artikel: besluitvormingsprocedure reguliere nevenactiviteiten

Artikel 13 nieuw artikel: procedure generieke toestemmingen

Artikel 14 nieuw artikel: meldingsprocedure experimentele nevenactiviteiten

Artikel 13, vijfde lid

Artikel 15, eerste lid (beëindiging van nevenactiviteiten)

Artikel 15, tweede lid: nieuw artikel: beëindiging van experimentele nevenactiviteiten

Artikel 13, zesde lid

Artikel 15, derde lid (beëindiging van nevenactiviteiten)

Artikel 16 nieuw artikel: uitingen in het kader van nevenactiviteiten

Artikel 17 nieuw artikel: openbaarmaking

Artikel 14 (register)

Artikel 18, eerste lid (register)

Artikel 15 (register):

Artikel 18 (register)

Artikel 15, eerste lid

Artikel 18, tweede lid (register reguliere nevenactiviteiten)

Artikel 15, tweede en derde lid

(register na beëindiging)

Artikel 18, derde lid: nieuw artikel: register experimentele nevenactiviteiten

Artikel 16 (register)

Artikel 18, eerste lid (register)

Artikel 18, vierde lid: nieuw artikel: register experimentele nevenactiviteiten

Artikel 17 (slotbepaling)

Artikel 20 (overgangs- en slotbepalingen)