Beleidsregel van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 14 december 2015, nr. 765423 houdende de wijze waarop de bevoegdheid tot het ontnemen van rechten ten aanzien van een beroepsopleiding wordt uitgeoefend indien niet of niet meer wordt voldaan aan de zorgenplichten, omschreven in artikel 6.1.3 van de Wet educatie en beroepsonderwijs

Beleidsregel macrodoelmatigheid beroepsonderwijs

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, handelend in overeenstemming met de Staatssecretaris van Economische Zaken,

Besluit:

Paragraaf

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

Definities

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

Paragraaf

2

Zorgplichten macrodoelmatigheid

Artikel

3

Signalen niet-naleving zorgplichten

Artikel

4

Aanleiding voor een onderzoek door de commissie

Artikel

5

Criteria voor beoordeling naleving zorgplicht arbeidsmarktperspectief

Aan de hand van in ieder geval de volgende criteria wordt beoordeeld of voldaan is aan de zorgplicht arbeidsmarktperspectief:

  • a.

    heeft 70% of meer van de gediplomeerden van de betreffende beroepsopleiding ruim een jaar na afstuderen een baan gevonden;

  • b.

    heeft 50% of meer van de werkende gediplomeerden van de betreffende beroepsopleiding ruim een jaar na afstuderen een baan gevonden op het niveau van de opleiding;

  • c.

    heeft het bevoegd gezag zich voldoende rekenschap gegeven van de verwachte behoefte aan gediplomeerden van de betreffende beroepsopleiding op de regionale arbeidsmarkt, hetgeen wordt ondersteund met actuele en zo volledig mogelijke data waarmee die behoefte aannemelijk wordt gemaakt;

  • d.

    heeft het bevoegd gezag in voldoende mate bezien, indien het een beroepsopleiding betreft die mede op de landelijke arbeidsmarkt is gericht, wat de verwachte behoefte aan gediplomeerden op de landelijke arbeidsmarkt is, en is op basis hiervan het aanbieden van de betreffende beroepsopleiding te rechtvaardigen;

  • e.

    heeft het bevoegd gezag bij het inschrijven van studenten in voldoende mate met andere aanbieders van eenzelfde beroepsopleiding afstemming bereikt met het oog op het arbeidsmarktperspectief van de betreffende beroepsopleiding;

  • f.

    heeft het bevoegd gezag zich voldoende rekenschap gegeven van de bijdrage van de betreffende beroepsopleiding aan doorstroom naar een hoger opleidingsniveau of naar het hoger beroepsonderwijs;

  • g.

    heeft het bevoegd gezag onderzocht of de benodigde beroepspraktijkvormingsplaatsen in voldoende mate beschikbaar zijn voor het aantal studenten van de betreffende beroepsopleiding, en

  • h.

    borgt het bevoegd gezag de toegankelijkheid van onderwijs voor kansarme groepen in de arbeidsmarktregio met het verzorgen van de betreffende beroepsopleiding.

Artikel

6

Criteria voor beoordeling naleving zorgplicht doelmatigheid

Aan de hand van in ieder geval de volgende criteria wordt beoordeeld of voldaan wordt aan de zorgplicht doelmatigheid:

  • a.

    wordt door twee of meer instellingen in hetzelfde verzorgingsgebied eenzelfde beroepsopleiding aangeboden en zijn bij geen van de instellingen voor de betreffende beroepsopleiding, 18 of minder studenten ingeschreven,

  • b.

    zijn er landelijk minder dan 50 studenten ingeschreven voor de betreffende beroepsopleiding en zijn deze studenten niet verdeeld zijn over twee of meer instellingen;

  • c.

    heeft het bevoegd gezag zich voldoende rekenschap gegeven van het aantal vergelijkbare bekostigde beroepsopleidingen in hetzelfde verzorgingsgebied;

  • d.

    heeft het bevoegd gezag de afstemming met andere bevoegd gezagsorganen gezocht en afdoende aangestuurd op samenwerking opdat een doelmatig aanbod van de betreffende beroepsopleiding(en) tot stand komt;

  • e.

    heeft het bevoegd gezag zich voldoende rekenschap gegeven, indien het een beroepsopleiding betreft die mede op de landelijke arbeidsmarkt is gericht, van het aantal vergelijkbare bekostigde opleidingen op landelijk niveau;

  • f.

    heeft het bevoegd gezag aan de hand van een realistische onderbouwing de verwachte ontwikkeling van de studentenaantallen voor de betreffende beroepsopleiding in kaart gebracht. En heeft het bevoegd gezag zich voldoende rekenschap gegeven van de gevolgen die het opstarten van de nieuwe beroepsopleiding heeft op de studentenaantallen van vergelijkbare bekostigde beroepsopleidingen in dezelfde arbeidsmarktregio;

  • g.

    heeft het bevoegd gezag in voldoende mate de samenwerking gezocht met het bedrijfsleven om te komen tot een doelmatige organisatie van de betreffende beroepsopleiding en andere vergelijkbare beroepsopleidingen in de regio, en;

  • h.

    heeft het bevoegd gezag bij het starten van een nieuwe beroepsopleiding in voldoende mate rekening gehouden met de aanwezigheid van reeds bestaande (kapitaalintensieve) infrastructuren bij vergelijkbare beroepsopleidingen bij andere instellingen.

Artikel

7

Besluitvorming door de minister

Paragraaf

3

Alleenrecht kleinschalige en unieke opleidingen

Artikel

8

Signalen verdwijnen kleinschalige en unieke opleiding

Artikel

9

Aanleiding voor een onderzoek door de adviescommissie macrodoelmatigheid mbo

Artikel

10

Criteria kleinschalige en unieke beroepsopleiding

Artikel

11

Besluitvorming alleenrecht door de minister

Paragraaf

4

Slotbepalingen

Artikel

12

Inwerkingtreding

Deze beleidsregel treedt in werking de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin hij wordt geplaatst.

Artikel

13

Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel macrodoelmatigheid beroepsonderwijs.

Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,M.Bussemaker