Artikel
1
Algemene begrippen
In deze regeling wordt verstaan onder:
-
a.
minister: Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
- b.
Besluit:
In deze regeling wordt verstaan onder:
minister: Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
De minister kan van de termijn van vijf jaar, genoemd in artikel 5, tweede lid, van de wet afwijken, indien het kind:
in verband met een ziekte of handicap geen ingezetene is; en
de leeftijd van vijf jaar nog niet heeft bereikt.
Degene die in aanmerking wenst te komen voor kinderbijslag BES dient het aanvraagformulier, bedoeld in artikel 11, tweede lid, van de wet ondertekend en gedateerd in.
De persoon, bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de wet stelt de minister onverwijld in kennis van een wijziging in zijn adres of het adres van het kind.
Op verzoek van de minister verstrekt de persoon, bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de wet binnen een door de minister vastgestelde redelijke termijn en met gebruikmaking van een door de minister ter beschikking gesteld formulier informatie welke van belang kan zijn voor het recht op kinderbijslag BES of het geldend maken van het recht op kinderbijslag BES. De persoon, bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de wet overlegt daarbij op verzoek van de minister binnen de door de minister vastgestelde redelijke termijn tevens relevante bewijsstukken.
De persoon, bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de wet maakt voor het melden van wijzigingen gebruik van een door de minister ter beschikking gesteld wijzigingsformulier.
Op verzoek van de minister geeft de persoon, bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de wet op een door de minister vastgesteld tijdstip aan de minister documenten en andere informatiedragers ter inzage.
Op verzoek van de minister toont de persoon, bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de wet terstond een geldig identiteitsdocument als bedoeld in artikel 2 van de Wet identificatieplicht BES van zichzelf of het kind aan de minister.
De persoon, bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de wet verschijnt na een oproep op het kantoor van de minister op het openbaar lichaam waar de persoon woonachtig is.
De persoon, bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de wet maakt controle mogelijk door de functionarissen, bedoeld in artikel 26, eerste lid, van de wet.
Indien het kind geen ingezetene is om onderwijsredenen als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de wet overlegt de persoon, bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de wet op verzoek van de minister binnen een door de minister vastgestelde redelijke termijn een door de onderwijsinstelling ingevulde en ondertekende schoolverklaring, waarbij hij gebruik maakt van een door de minister ter beschikking gesteld formulier.
Indien het kind geen ingezetene is in verband met een ziekte of handicap als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de wet overlegt de persoon, bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de wet op verzoek van de minister binnen een door de minister vastgestelde redelijke termijn een ingevulde en ondertekende verklaring van een buiten het grondgebied van de openbare lichamen gevestigde persoon of rechtspersoon die in het land van vestiging aan het kind zorg verleent in het kader van het in dat land bestaande sociale zekerheidsstelsel, dan wel bij gebreke daarvan overeenkomstig de wetgeving van dat land rechtmatig aan het kind zorg verleent als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Besluit zorgverzekering BES, waaruit blijkt dat het kind geen ingezetene is in verband met een ziekte of handicap als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de wet, waarbij hij gebruik maakt van een door de minister ter beschikking gesteld formulier.
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2016.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling kinderbijslagvoorziening BES.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.