Artikel
I
Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.
Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964.
Wijzigt de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.
Wijzigt de Wet op de dividendbelasting 1965.
Wijzigt de Natuurschoonwet 1928.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Wijzigt de Wet op belastingen van rechtsverkeer.
Wijzigt de Wet op de omzetbelasting 1968.
Wijzigt de Algemene douanewet.
Wijzigt de Wet op de accijns.
Wijzigt de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994.
Voor zover de motorrijtuigenbelasting voor 1 juli 2016 over vier aaneensluitende tijdvakken is betaald blijft de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 van toepassing zoals deze luidde op 30 juni 2016.
Wijzigt de Wet belastingen op milieugrondslag.
Wijzigt de Belastingwet BES.
Wijzigt de Douane- en Accijnswet BES.
Wijzigt de Wet waardering onroerende zaken.
Wijzigt de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
Wijzigt de Invorderingswet 1990.
Onze Minister van Financiën zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de werking in de praktijk van artikel 67a van de Invorderingswet 1990, waar nodig in samenhang met artikel 64 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
Wijzigt de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen.
Wijzigt de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen.
Wijzigt de Wet strategische diensten.
Wijzigt de Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001.
Wijzigt de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd.
De in artikel XIX, onderdeel A, onder 1 en 2, opgenomen wijzigingen zijn mede van toepassing op:
vóór 1 juli 2015 gegeven toeslagbeschikkingen die op 1 juli 2015 nog niet onherroepelijk waren; en
na 30 juni 2015 gegeven toeslagbeschikkingen die betrekking hebben op berekeningsjaren tot 1 januari 2016.
Wijzigt deze wet.
Wijzigt de Erfgoedwet.
Wijzigt het Belastingplan 2015.
Wijzigt de Elektriciteits- en gaswet.
Onder toepassing van artikel 12 van de Wet raadgevend referendum treedt deze wet in werking met ingang van 1 januari 2016, met dien verstande dat:
artikel III, onderdeel G, voor het eerst toepassing vindt met betrekking tot te rapporteren jaren van multinationale groepen die aanvangen op of na 1 januari 2016;
de artikelen XIII en XX voor het eerst toepassing vinden met betrekking tot beboetbare en strafbare feiten die zijn begaan op of na 1 januari 2016;
artikel 25a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen zoals dat luidde op 31 december 2015, van toepassing blijft op bezwaren die ingevolge dat artikel vóór 1 januari 2016 zijn aangewezen als massaal bezwaar;
artikel XIX, onderdeel C, eerst toepassing vindt met betrekking tot uitspraken van de rechtbank of de voorzieningenrechter die zijn gedaan op of na 1 januari 2016.
In afwijking van het eerste lid treden de artikelen X en XI in werking met ingang van 1 juli 2016.
Deze wet wordt aangehaald als: Overige fiscale maatregelen 2016.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.