Artikel
I
Wijzigt de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Wijzigt de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
Wijzigt de Flora- en Faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998.
Wijzigt de Waterwet.
Wijzigt de Wet op de economische delicten.
Wijzigt de Woningwet.
Onze Minister van Infrastructuur en Milieu zendt in overeenstemming met Onze Minister van Veiligheid en Justitie binnen vijf jaar na inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.
De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Artikel 5.3, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, zoals dat artikel komt te luiden na inwerkingtreding van deze wet, is niet van toepassing op de Regionale Uitvoeringsdienst Limburg Noord, de Regionale Uitvoeringsdienst Twente en de Regionale Uitvoeringsdienst IJsselland, zoals deze waren ingesteld op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 5.3, derde lid, van deze wet.
In gevallen als bedoeld in het eerste lid gelden de regels die voor omgevingsdiensten bij of krachtens de artikelen 5.3 tot en met 5.8 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, zoals deze komen te luiden na inwerkingtreding van deze wet, zijn gesteld, voor de gemeenten en provincies die samenwerken in de diensten, genoemd in het eerste lid.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.