Artikel
1
Doelstelling
Deze beleidsregel heeft tot doel specifieke taken van instellingen te stimuleren, die subsidie ontvangen op grond van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid.
Besluit:
Deze beleidsregel heeft tot doel specifieke taken van instellingen te stimuleren, die subsidie ontvangen op grond van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid.
De minister verstrekt op basis van een aanvraag eenmalig projectsubsidie aan een instelling als bedoeld in artikel 3.11, tweede lid; artikel 3.17, tweede lid; artikel 3.19 of artikel 3.33 van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid.
De minister neemt na 1 maart 2016 geen aanvragen in behandeling voor een projectsubsidie als bedoeld in artikel 2. De subsidieaanvraag gaat in ieder geval vergezeld van een activiteitenplan en een begroting.
De minister stelt eenmalig projectsubsidies beschikbaar voor specifieke activiteiten in 2016 voor een aanvulling op de vierjaarlijkse instellingssubsidie die door instellingen wordt ontvangen in de subsidieperiode 2013–2016.
Een instelling als bedoeld in artikel 3.11, tweede lid, of 3.17, tweede lid, van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid, zoals deze luidden op 3 november 2015, komt voor de eenmalige projectsubsidie in aanmerking voor het uitvoeren van aanvullende internationale activiteiten
Een instelling als bedoeld in artikel 3.19 van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid, zoals deze luidde op 3 november 2015, komt voor eenmalige projectsubsidie in aanmerking voor het uitvoeren van aanvullende educatieve activiteiten.
Een instelling als bedoeld in artikel 3.30 van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid, zoals deze luidde op 3 november 2015, komt voor eenmalige projectsubsidie in aanmerking voor het uitvoeren van aanvullende activiteiten op gebied van talentontwikkeling.
Er worden voor subsidieverstrekking op grond van artikel 4, ten hoogste de volgende bedragen beschikbaar gesteld:
voor een instelling als bedoeld in artikel 4, tweede lid: € 250.000;
voor een instelling als bedoeld in artikel 4, derde lid: € 250.000;
voor instellingen als bedoeld in artikel 4, vierde lid, gezamenlijk: € 500.000.
De minister kan, onverminderd het bepaalde in artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht, subsidie weigeren:
als de aanvraag onvoldoende concreet is met betrekking tot de uit te voeren activiteiten;
als de aanvraag betrekking heeft op een reeds geheel of gedeeltelijk voltooide activiteit.
Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel eenmalige cultuursubsidies 2016.
Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.