Regeling van de Minister van Infrastructuur en Milieu, van 22 februari 2016, nr. IENM/BSK-2016/6326, houdende vaststelling van regels voor een goede uitvoering van de Wet tijdelijke tolheffing Blankenburgverbinding en ViA15 (Regeling tijdelijke tolheffing Blankenburgverbinding en ViA15)
Regeling tijdelijke tolheffing Blankenburgverbinding en ViA15
Het toltarief voor de Blankenburgverbinding bedraagt, uitgaande van het prijspeil 2026:
a.
voor voertuigen met een maximaal toegestaan gewicht van 3.500 kg of voor emissievrije voertuigen met een maximaal toegestaan gewicht van 4.250 kg: € 1,57;
b.
voor voertuigen met een maximaal toegestaan gewicht van meer dan 3.500 kg, uitgezonderd emissievrije voertuigen als bedoeld onder a: € 9,49.
2
Het toltarief voor de ViA15 bedraagt, uitgaande van het prijspeil 2026:
a.
voor voertuigen met een maximaal toegestaan gewicht van 3.500 kg of voor emissievrije voertuigen met een maximaal toegestaan gewicht van 4.250 kg: € 1,57;
b.
voor voertuigen met een maximaal toegestaan gewicht van meer dan 3.500 kg, uitgezonderd emissievrije voertuigen als bedoeld onder a: € 9,49.
3
Het toltarief wordt jaarlijks geïndexeerd met de door het Centraal Planbureau geraamde Index Bruto Overheidsinvesteringen.
4
De Minister maakt voorafgaand aan de openstelling van de Blankenburgverbinding respectievelijk de ViA15 en vervolgens jaarlijks het geïndexeerde toltarief, bedoeld in het derde lid, bekend in de Staatscourant.
5
Het toltarief wordt geheven met ingang van de dag van openstelling van de Blankenburgverbinding respectievelijk de ViA15.
Artikel
2a
(vrijstelling motorrijtuigen bij calamiteiten)
1
Een vrijstelling als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de wet, geldt voor alle motorrijtuigen die zich bevinden in een rijrichting van een wegvak waar tol wordt geheven waarop een calamiteit heeft plaatsgevonden op het moment dat alle rijstroken in een rijrichting van het betreffende wegvak als gevolg van die calamiteit zijn afgesloten.
2
Een vrijstelling als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de wet, geldt voor alle motorrijtuigen die zich bevinden in een rijrichting van een wegvak waar tol wordt geheven op het moment dat alle rijstroken in een rijrichting van een hoofdweg, niet zijnde een wegvak waar tol wordt geheven, zijn afgesloten als gevolg van een calamiteit en het verkeer wordt omgeleid over een wegvak waar tol wordt geheven.
3
De vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, geldt alleen voor motorrijtuigen die de calamiteit nog niet waren gepasseerd voordat de betreffende rijstroken werden afgesloten.
andere motorrijtuigen dan ambulances die uitsluitend worden gebruikt voor het verlenen of coördineren van spoedeisende medische hulpverlening en die tevens voldoen aan het tweede lid;
b.
motorrijtuigen die worden ingezet voor het redden van drenkelingen en die tevens voldoen aan het derde lid.
2
De andere motorrijtuigen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a:
worden gebruikt door de noodhulpteams van het Rode Kruis die een convenant hebben gesloten met de Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio voor het verlenen van hulp als bedoeld in het Kaderbesluit mrb.
3
De motorrijtuigen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b:
a.
zijn geregistreerd op naam van een organisatie die krachtens haar statuten ten doel heeft het voorkomen van de verdrinkingsdood en is aangewezen als hulpverleningsdienst als bedoeld in artikel 1, Regeling optische en geluidssignalen 2009, en
b.
worden nagenoeg uitsluitend gebruikt voor activiteiten gericht op het redden van drenkelingen.
Artikel
2b
(kenbaar maken tolheffing)
1
Met informatieborden worden bestuurders van motorrijtuigen geïnformeerd over:
a.
de wegvakken waarop de verplichting tot het betalen van tol geldt;
b.
de wijze waarop de betaling van tol kan plaatsvinden.
2
Het informatiebord, bedoeld in het eerste lid, onder a, wordt in ieder geval geplaatst op voldoende afstand van de laatste afslag voorafgaand aan een wegvak waarop de verplichting tot het betalen van tol geldt.
Artikel
2c
(betalingstermijn toltarief zonder dienstverleningsovereenkomst)