Artikel
1
In dit besluit wordt verstaan onder:
-
a.
minister: de Minister van Economische Zaken;
-
b.
CCD: de Centrale Commissie Dierproeven als bedoeld in art. 18 van de Wet op de dierproeven;
-
c.
Ondersteunend bureau dierproeven en alternatieven: de organisatie van het personeel als bedoeld in artikel 18 zevende lid van de Wet op de dierproeven;
-
d.
de voorzitter: de voorzitter van de Centrale Commissie Dierproeven als bedoeld in artikel 18 tweede lid van de Wet op de dierproeven;
-
e.
de plaatsvervangend voorzitter: het lid dat door de voorzitter is aangewezen om in geval van afwezigheid van de voorzitter als zijn plaatsvervanger te fungeren;
-
f.
het lid: het lid van de Centrale Commissie Dierproeven als bedoeld in artikel 18 tweede lid van de Wet op de dierproeven;
-
g.
de algemeen secretaris: de algemeen secretaris is belast met het geven van leiding aan het Ondersteunend bureau dierproeven en alternatieven;
-
h.
de plaatsvervangend algemeen secretaris: de senior medewerker die door de algemeen secretaris is aangewezen om in geval van afwezigheid van de algemeen secretaris als zijn plaatsvervanger te fungeren;
-
i.
de jurist: de jurist belast met het behandelen van een bezwaarschrift en/of een (hoger) beroep en werkzaam voor het Ondersteunend bureau dierproeven en alternatieven;