Artikel
1
1
De volgende betrokkenen hebben aanspraak op een eenmalige nominale bruto uitkering 2015 ter grootte van maximaal € 500:
-
a.
de militair aangesteld bij het beroepspersoneel die op 1 september 2015 met aanspraak op bezoldiging in werkelijke dienst was alsmede de ambtenaar die op 1 september 2015 met aanspraak op bezoldiging was aangesteld in burgerlijke openbare dienst om bij de krijgsmacht als geestelijk verzorger doorlopend werkzaam te zijn;
-
b.
de militair aangesteld bij het reservepersoneel die in de periode 1 januari 2015 tot en met 31 augustus 2015 met aanspraak op bezoldiging in werkelijke dienst is geweest;
-
c.
de ambtenaar aangesteld in burgerlijke openbare dienst die op 1 september 2015 met aanspraak op salaris in dienst was van het Ministerie van Defensie;
-
d.
de gewezen militair en de gewezen ambtenaar, die op 1 september 2015 een uitkering genoot ingevolge artikel 18, zesde lid, van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Defensie;
-
e.
de gewezen ambtenaar die op 1 september 2015 een uitkering genoot op grond van het Besluit uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag burgerlijke ambtenaren defensie;
-
f.
de gewezen militair die op 1 september 2015 een uitkering genoot op grond van de Uitkeringswet gewezen militairen.
2
De eenmalige uitkering 2015, bedoeld in het eerste lid, wordt toegekend ter grootte van:
-
a.
voor de betrokkenen bedoeld in het eerste lid, onder a, € 500 maal de factor van het voor hem op 1 september 2015 voor deeltijdarbeid afwijkende salaris gedeeld door het voor hem op 1 september 2015 geldende salaris;
-
b.
voor de betrokkenen bedoeld in het eerste lid, onder b, € 500 maal de factor aantal uren gewerkt in de periode 1 januari 2015 tot en met 31 augustus 2015 gedeeld door 1.320;
-
c.
voor de betrokkenen bedoeld in het eerste lid, onder c, € 500 maal de deeltijdfactor op 1 september 2015;
-
d.
voor de betrokkenen bedoeld in het eerste lid, onder d en e, € 500 maal de deeltijdfactor op de datum van ontslag;
-
e.
voor de betrokkenen bedoeld in het eerste lid, onder f, € 500.
3
In afwijking van artikel 1, eerste lid, is de aanspraak op de eenmalige uitkering 2015 ook van toepassing op de ambtenaar genoemd in artikel 1, eerste lid, onder a en onder c, die op 1 september 2015 ouderschapsverlof genoot. Het ouderschapsverlof heeft geen invloed op de hoogte van de eenmalige uitkering 2015.
4
De eenmalige uitkering 2015 wordt niet gerekend tot de bezoldiging in de zin van het Inkomstenbesluit militairen noch maakt zij deel uit van de pensioengrondslag of het inkomen in de zin van de Uitkeringswet gewezen militairen dan wel de Kaderwet militaire pensioenen.