Beleidsregel van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 25 juni 2016, nr. WJZ/1013167 (7544), inzake het aanwijzen van rijksmonumenten en het wijzigen van het rijksmonumentenregister, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, onderscheidenlijk artikel 3.4 van de Erfgoedwet (Beleidsregel aanwijzing rijksmonumenten en wijziging rijksmonumentenregister Erfgoedwet)

Beleidsregel aanwijzing rijksmonumenten en wijziging rijksmonumentenregister Erfgoedwet

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Besluit:

Paragraaf

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

  • Minister: minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

  • monument: monument als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet;

  • archeologisch monument: archeologisch monument als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet;

  • aanwijzingsprogramma: programma met als doel het op gestructureerde wijze uitbreiden van het rijksmonumentenbestand met een daarin nog niet vertegenwoordigde categorie monumenten of archeologische monumenten aan de hand van een overzicht van monumenten of archeologische monumenten die de Minister voornemens is op grond van artikel 3.1, eerste lid, van de Erfgoedwet aan te wijzen als rijksmonument;

  • rijksmonumentenbestand: het geheel van in het rijksmonumentenregister ingeschreven rijksmonumenten;

  • verbeterprogramma: programma met als doel het rijksmonumentenbestand of rijksmonumentenregister met betrekking tot een bepaalde categorie monumenten of archeologische monumenten op gestructureerde wijze te verbeteren aan de hand van een overzicht van:

  • waarderingscriteria: actuele uitwerking van de criteria schoonheid, betekenis voor de wetenschap en cultuurhistorische waarde in artikel 3.1, eerste lid, van de Erfgoedwet, zoals gepubliceerd op de website van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Artikel

2

Reikwijdte beleidsregel

Deze beleidsregel heeft betrekking op de wijze waarop de Minister gebruik maakt van de bevoegdheid tot het:

  • a.

    aanwijzen van monumenten of archeologische monumenten als rijksmonument, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van de Erfgoedwet;

  • b.

    aanbrengen van wijzigingen in het rijksmonumentenregister, bedoeld in artikel 3.4 van de Erfgoedwet, houdende:

    • 1°.

      het schrappen van een rijksmonument uit het rijksmonumentenregister, of

    • 2°.

      het wijzigen van de identificatie van een rijksmonument.

Paragraaf

2

Algemene criteria

Artikel

3

Terughoudend aanwijzingsbeleid

Artikel

4

Aanwijzing via aanwijzingsprogramma of verbeterprogramma

De aanwijzing van monumenten of archeologische monumenten als rijksmonument geschiedt bij voorkeur op basis van een aanwijzingsprogramma of verbeterprogramma.

Artikel

5

Criteria schrappen rijksmonument uit het rijksmonumentenregister

Artikel

6

Andere wijzigingen in het rijksmonumentenregister

Paragraaf

3

Monumenten

Artikel

7

Selectiecriteria aanwijzingsprogramma

De selectiecriteria voor een aanwijzingsprogramma worden samen met dit programma bekendgemaakt op de website van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Artikel

8

Criteria verbeterprogramma monumenten

Bij het opstellen van een verbeterprogramma voor monumenten past de Minister bij de aanwijzing van een monument als rijksmonument in ieder geval de volgende criteria toe:

  • a.

    het monument is van algemeen belang op grond van de waarderingscriteria, en

  • b.

    vormt als onderdeel van het desbetreffende verbeterprogramma een wezenlijke aanvulling op het rijksmonumentenbestand.

Artikel

9

Criteria incidentele aanwijzing van monumenten vervaardigd voor 1966

De Minister kan een monument dat is vervaardigd voor 1966 ambtshalve aanwijzen, indien het monument naar verwachting niet in aanmerking komt voor bescherming in het kader van een aanwijzingsprogramma of verbeterprogramma en het monument:

  • a.

    van evident algemeen belang is op grond van de waarderingscriteria,

  • b.

    op nationaal of internationaal niveau een mijlpaal is voor de architectuurgeschiedenis of kunstgeschiedenis, of een essentieel toonbeeld is van een belangrijke cultuurhistorische ontwikkeling,

  • c.

    indien het monument vervaardigd is na 1939, vergelijkbare monumentale waarde heeft als de monumenten die behoren tot de ongeveer 100 meest waardevolle monumenten die zijn gebouwd in de periode vanaf 1940 tot en met 1958, bedoeld in artikel 3, onderdeel b, van de Tijdelijke beleidsregel aanwijzing beschermde monumenten 2007 of de meest waardevolle monumenten uit de periode vanaf 1959 tot en met 1965, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de Beleidsregel aanwijzing beschermde monumenten 2013, en

  • d.

    naar het oordeel van de Minister een essentiële aanvulling op het rijksmonumentenbestand vormt en daarvoor van onmiskenbare meerwaarde is.

Artikel

10

Aanwijzing van monumenten van na 1965

De Minister kan monumenten die zijn ontworpen na 1965 uitsluitend aanwijzen als rijksmonument op basis van een aanwijzingsprogramma.

Paragraaf

4

Archeologische monumenten

Artikel

11

Criteria aanwijzingsprogramma

De selectiecriteria voor een aanwijzingsprogramma worden samen met dit programma bekendgemaakt op de website van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Artikel

12

Criteria incidentele aanwijzing van archeologische monumenten

De Minister kan ambtshalve een archeologisch monument aanwijzen als rijksmonument, indien

het archeologisch monument naar verwachting niet in aanmerking komt voor bescherming in het kader van een aanwijzingsprogramma of verbeterprogramma en het archeologisch monument:

  • a.

    vanwege zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde van evident algemeen belang is,

  • b.

    op nationaal of internationaal niveau een mijlpaal voor de archeologie is, en

  • c.

    naar het oordeel van de Minister een essentiële aanvulling op het rijksmonumentenbestand vormt en daarvoor van onmiskenbare meerwaarde is.

Paragraaf

5

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

13

Overgangsrecht

Artikel

14

Inwerkingtreding

Deze beleidsregel treedt in werking op het moment dat de Erfgoedwet in werking treedt. Indien deze beleidsregel is opgenomen in een Staatscourant waarvan de datum ligt na de datum van inwerkingtreding van de Erfgoedwet, werkt deze beleidsregel terug tot en met de datum van inwerkingtreding van de Erfgoedwet.

Artikel

15

Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel aanwijzing rijksmonumenten en wijziging rijksmonumentenregister Erfgoedwet.

Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,M.Bussemaker