Artikel
1
Met het toezicht op de naleving van artikel 41, tweede lid, van de Wet op het accountantsberoep worden belast de met toezicht belaste medewerkers van de Dienst Financieel-Economische Integriteit.
Besluit:
Met het toezicht op de naleving van artikel 41, tweede lid, van de Wet op het accountantsberoep worden belast de met toezicht belaste medewerkers van de Dienst Financieel-Economische Integriteit.
Aan de directeur van de Dienst Financieel-Economische Integriteit wordt mandaat verleend voor de uitoefening van de bevoegdheden van de Minister van Financiën, genoemd in artikel 56 van de Wet op het accountantsberoep.
Aan de directeur van de Dienst Financieel-Economische Integriteit wordt mandaat verleend voor het nemen van besluiten in het kader van de invordering van verbeurde dwangsommen of opgelegde boetes die voortvloeien uit de uitoefening van de bevoegdheden van de Minister van Financiën, genoemd in artikel 56 van de Wet op het accountantsberoep, met uitzondering van het in rekening brengen van een vergoeding voor een aanmaning.
Aan de directeur van de Dienst Financieel-Economische Integriteit wordt volmacht verleend voor het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen die verband houden met de invordering van verbeurde dwangsommen of opgelegde boetes die voortvloeien uit de uitoefening van de bevoegdheden van de Minister van Financiën, genoemd in artikel 56 van de Wet op het accountantsberoep.
Aan de algemeen directeur van het CJIB wordt machtiging verleend voor het verrichten van feitelijke handelingen die verband houden met de invordering van verbeurde dwangsommen of opgelegde boetes die voortvloeien uit de uitoefening van de bevoegdheden van de Minister van Financiën, genoemd in artikel 56 van de Wet op het accountantsberoep.
In het kader van de invordering van verbeurde dwangsommen of opgelegde boetes die voortvloeien uit de uitoefening van de bevoegdheden van de Minister van Financiën, genoemd in artikel 56 van de Wet op het accountantsberoep, wordt aan de algemeen directeur van het CJIB mandaat verleend voor het in rekening brengen van een vergoeding voor een aanmaning als bedoeld in artikel 4:113 van de Awb, alsmede voor het treffen van betalingsregelingen en het verlenen van uitstel van betaling als bedoeld in artikel 4:94 van de Awb.
Aan de directeur van de Dienst Financieel-Economische Integriteit wordt mandaat verleend om te beslissen op bezwaarschriften tegen besluiten als bedoeld in de artikelen 2 en 3.
De directeur van de Dienst Financieel-Economische Integriteit en de in artikel 4, tweede lid, bedoelde medewerkers zijn gemachtigd tot het voeren van verweer in gerechtelijke procedures die voortvloeien uit de uitoefening van de bevoegdheden van de Minister van Financiën, genoemd in artikel 56 van de Wet op het accountantsberoep.
Het krachtens mandaat, machtiging of volmacht ondertekenen van stukken geschiedt als volgt:
DE MINISTER VAN FINANCIËN,
namens deze,
(handtekening)
gevolgd door naam en functie van de (onder)gemandateerde functionaris.
De volgende besluiten worden ingetrokken:
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.
Dit besluit wordt aangehaald als: Aanwijzings- en mandaatbesluit Wet op het accountantsberoep 2016.
Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.