Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 11 juli 2016, 2016-0000163111, houdende vaststelling van de Warenwetregeling drukapparatuur 2016, wijziging van de Warenwetregeling informatie- en rapportagebepalingen SZW-besluiten en wijziging van de Warenwetregeling machines (Warenwetregeling drukapparatuur 2016)

Warenwetregeling drukapparatuur 2016

Artikel

1

Begripsbepaling

In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a.

    aanwijzingskavel: een deel van het werkveld drukapparatuur waarvoor een NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of NL-keuringsdienst van gebruikers kan worden aangewezen;

  • b.

    besluit: Warenwetbesluit drukapparatuur 2016;

  • c.

    bierinstallatie: een installatie bedoeld voor het tappen van bier bestaande uit een of meer drukvaten, bijbehorende installatieleidingen, onder druk staande appendages en veiligheidsappendages, en waarbij de drukvaten per stuk een maximaal volume (V) hebben van 1.500 liter, de maximaal toelaatbare druk (PS) in installatieverband drie bar is, de drukvaten voorzien zijn van een kunststof of rubberen binnenmantel en gebruik maken van lucht als drijfgas;

  • d.

    flessen voor ademhalingstoestellen: flessen voor ademhalingstoestellen die onder de werkingssfeer van de richtlijn vallen;

  • e.

    huurketel: brandstofgestookte of anderszins verwarmde drukapparatuur waarbij gevaar voor oververhitting bestaat, bestemd voor de productie van stoom of oververhit water met een temperatuur hoger dan 110 °C met een volume van meer dan twee liter, die regelmatig van plaats van opstelling wisselt en geen eigendom is van de gebruiker;

  • f.

    inspectieafdeling van de gebruiker: inspectieafdeling van de gebruiker, genoemd in artikel 36 van het besluit;

  • g.

    kelderbierinstallatie: een bierinstallatie geplaatst bij de gebruiker in een afgesloten ruimte die alleen voor bevoegden toegankelijk is, en waarbij de drukvaten voorzien zijn van een koelmantel, de bijbehorende installatieleidingen geïsoleerd zijn of alle onderdelen van die installatie geplaatst zijn in een geconditioneerde ruimte;

  • h.

    mobiele kelderbierinstallatie: een bierinstallatie in een afgesloten ruimte die alleen voor bevoegden toegankelijk is, die op locatie wordt gebruikt waarbij alleen de bierleidingen nog moeten worden aangesloten aan het tappunt of afleverpunt, en waarbij de drukvaten voorzien zijn van een koelmantel, de bijbehorende installatieleidingen geïsoleerd zijn of alle onderdelen van die installatie geplaatst zijn in een geconditioneerde ruimte;

  • i.

    parallel werkende drukapparatuur: drukapparatuur die als kenmerk heeft dat ze van dezelfde constructie is, uit dezelfde soort materialen is vervaardigd, onder vergelijkbare bedrijfsomstandigheden wordt bedreven en op dezelfde toe- en afvoerleidingen is aangesloten; en

  • j.

    termijn: de toegestane tijdsduur tussen de eerste keuring voor ingebruikneming onderscheidenlijk intredekeuring en de eerste herkeuring dan wel de toegestane tijdsduur tussen twee opeenvolgende herkeuringen.

Artikel

2

Drukapparatuur aangewezen voor keuring voor ingebruikneming en herkeuring

Drukvaten en installatieleidingen, alsmede de bijbehorende veiligheidsappendages waardoor zij worden beveiligd, en bijbehorende onder druk staande appendages zijn aangewezen voor en worden onderworpen aan de keuring voor ingebruikneming, bedoeld in artikel 21, eerste lid, van het besluit, en de herkeuring, bedoeld in artikel 22, eerste lid, van het besluit, voor zover het betreft:

  • 1.

    Bijlage II, tabel 1, van de richtlijn:

    • a.

      categorie III en IV voor drukvaten met een gas ingedeeld in groep 1, bedoeld in artikel 13 van de richtlijn; of

    • b.

      categorie I en II voor drukvaten met een gas ingedeeld in groep 1, bedoeld in artikel 13 van de richtlijn, dat onstabiel, zeer vergiftig of ontplofbaar is;

  • 2.

    Bijlage II, tabel 2, van de richtlijn: categorie III en IV voor drukvaten met een gas ingedeeld in groep 2, bedoeld in artikel 13 van de richtlijn;

  • 3.

    Bijlage II, tabel 3, van de richtlijn:

    • a.

      categorie II en III voor drukvaten met een vloeistof ingedeeld in groep 1, bedoeld in artikel 13 van de richtlijn; of

    • b.

      categorie I voor drukvaten met een vloeistof ingedeeld in groep 1, bedoeld in artikel 13 van de richtlijn, die zeer vergiftig of ontplofbaar is;

  • 4.

    Bijlage II, tabel 4, van de richtlijn:

    • a.

      categorie II voor drukvaten met een vloeistof ingedeeld in groep 2, bedoeld in artikel 13 van de richtlijn; of

    • b.

      categorie I voor drukvaten met een vloeistof ingedeeld in groep 2, bedoeld in artikel 13 van de richtlijn, die gevaarlijk is voor het aquatisch milieu: acuut toxisch categorie 1 en chronisch toxisch categorie 1 en 2;

  • 5.

    Bijlage II, tabel 5, van de richtlijn: categorie III en IV;

  • 6.

    Bijlage II, tabel 6, van de richtlijn:

    • a.

      categorie II en III voor installatieleidingen met een gas ingedeeld in groep 1, bedoeld in artikel 13 van de richtlijn; of

    • b.

      categorie I voor installatieleidingen met een gas ingedeeld in groep 1, bedoeld in artikel 13 van de richtlijn, dat onstabiel, zeer vergiftig of ontplofbaar is;

  • 7.

    Bijlage II, tabel 7, van de richtlijn: categorie III voor installatieleidingen met een gas ingedeeld in groep 2, bedoeld in artikel 13 van de richtlijn;

  • 8.

    Bijlage II, tabel 8, van de richtlijn:

    • a.

      categorie II en III voor installatieleidingen met een vloeistof ingedeeld in groep 1, bedoeld in artikel 13 van de richtlijn; of

    • b.

      categorie I voor installatieleidingen met een vloeistof ingedeeld in groep 1, bedoeld in artikel 13 van de richtlijn, die zeer vergiftig of ontplofbaar is;

  • 9.

    Bijlage II, tabel 9, van de richtlijn:

    • a.

      categorie II voor installatieleidingen met een vloeistof ingedeeld in groep 2, bedoeld in artikel 13 van de richtlijn; of

    • b.

      categorie I voor installatieleidingen met een vloeistof ingedeeld in groep 2, bedoeld in artikel 13 van de richtlijn, die gevaarlijk is voor het aquatisch milieu: acuut toxisch categorie 1 en chronisch toxisch categorie 1 en 2.

Artikel

3

Beperkingen en uitzonderingen bij de keuring voor ingebruikneming en herkeuring

Artikel

4

Verklaringen

Artikel

5

Termijn van herkeuring

Artikel

6

Jaar van herkeuring

Artikel

7

Termijnverlenging en uitvoering

Artikel

8

Termijnflexibilisering en uitvoering

Artikel

9

Overschrijding termijn van herkeuring

De NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie en NL-keuringsdienst van gebruikers kunnen, indien dat om bijzondere redenen noodzakelijk is, toestaan dat na afloop van een termijn het jaar van herkeuring met maximaal 6 maanden wordt overschreden. Voor de vaststelling van het eerstvolgende jaar van herkeuring wordt geen rekening gehouden met de toegestane maximale overschrijding van 6 maanden.

Artikel

10

Verkorting termijn van herkeuring

De NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie en NL-keuringsdienst van gebruikers kunnen een kortere termijn vaststellen dan de vaste termijnen, genoemd in artikel 5, of het tijdstip nader aanduiden waarop de herkeuring in het betreffende jaar plaatsvindt. Bepalend daarvoor kunnen zijn:

  • a.

    de staat waarin de drukapparatuur zich bevindt;

  • b.

    de invloed van de in de drukapparatuur aanwezige stoffen;

  • c.

    de invloed van specifieke bedrijfsomstandigheden; of

  • d.

    de constructieve uitvoering van de drukapparatuur.

Artikel

11

Merktekens

Op flessen voor ademhalingstoestellen worden de datum van herkeuring en het identificatiemerk van de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of de NL-keuringsdienst van gebruikers goed leesbaar en onuitwisbaar aangebracht.

Artikel

12

Intredekeuring

De NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie en NL-keuringsdienst van gebruikers hanteren bij de beoordelingen en onderzoeken, bedoeld in artikel 23, zesde lid, onderdeel a en b, van het besluit, als basis de actuele versie van de oorspronkelijk toegepaste normen.

Artikel

13

Wijzigingen en reparaties

Artikel

14

Inspectieafdeling van de gebruiker

Artikel

15

Aanwijzingskavels voor een NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of NL-keuringsdienst van gebruikers

Artikel

19

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 19 juli 2016.

Artikel

20

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Warenwetregeling drukapparatuur 2016.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,L.F.Asscher