Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 11 augustus 2016, 2016-0000166615, houdende de inrichting van de Rijksschoonmaakorganisatie alsmede doorverlening van vertegenwoordigingsbevoegdheden van de directeur van de Rijksschoonmaakorganisatie (Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit Rijksschoonmaakorganisatie 2016)

Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit Rijksschoonmaakorganisatie 2016

§

1

Algemeen

Artikel

1

In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a.

    directie: de directie Rijksschoonmaakorganisatie van het ministerie;

  • b.

    de directeur: de directeur van de Rijksschoonmaakorganisatie.

§

2

Organisatie

Artikel

2

§

3

Verantwoordelijkheden

Artikel

3

De manager Operatie, de regiomanagers, de manager Bedrijfsbureau en de programmamanager zijn verantwoordelijk voor de volgende algemene taken:

  • a.

    het leiding geven aan de onder hen ressorterende medewerkers, waaronder begrepen de HRM- taken ten aanzien van de medewerkers en de coaching van de medewerkers;

  • b.

    het afleggen van verantwoording en het rapporteren aan de directeur over bijdragen van het eigen onderdeel aan de uitvoering van het jaarplan van de Rijksschoonmaakorganisatie;

  • c.

    het doen van voorstellen aan de directeur met betrekking tot het aantrekken en ontslaan van personeel.

Artikel

3a

De manager Operatie is verantwoordelijk voor:

  • a.

    het doorontwikkelen van de Operatie waarbij invulling wordt gegeven aan de visie en waarden van de Rijksschoonmaakorganisatie;

  • b.

    het aansturen van de operationele schoonmaak en hiervoor eindverantwoordelijkheid dragen.

Artikel

4

De regiomanagers zijn verantwoordelijke voor:

  • a.

    de uitvoering van de schoonmaakdienstverlening in de eigen regio;

  • b.

    het bepalen van de inzet van het personeel en de aansturing van de ingehuurde dienstverlening, in samenspraak met de rayonmanagers;

  • c.

    het voeren van accountgesprekken met opdrachtgevers voor de onder hen vallende accounts;

  • d.

    de aansturing van de rayonmanagers;

  • e.

    het afleggen van verantwoording aan de directeur;

  • f.

    de leiding, planning en inzet van mensen en middelen, de toegekende budgetten en de voortgangsbewaking van de resultaten in de eigen regio;

  • g.

    de interne communicatie, waarbij samenwerking tussen de rayons en de regio’s onderling en met het Bedrijfsbureau en het Programmateam Organisatieontwikkeling centraal staat;

  • h.

    het vastleggen van de te behalen resultaten in regioplannen en schoonmaakplannen;

  • i.

    de organisatie van de operationele schoonmaakwerkzaamheden en alle bijbehorende processen;

  • j.

    de tactisch- operationele voorbereidingen van de start van schoonmaakwerkzaamheden bij nieuwe afnemers die aansluiten op de dienstverlening van de Rijksschoonmaakorganisatie.

Artikel

5

De manager Bedrijfsbureau is verantwoordelijk voor:

  • a.

    het opstellen en monitoren van het jaarplan, de managementinformatie, de sturingsinformatie en de jaarrekening;

  • b.

    het financieel beheer van de directie en de aansturing van de financiële administratie die belegd is bij de Uitvoeringsorganisatie Bedrijfsvoering Rijk van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

  • c.

    het eerstelijns en strategisch HRM- advies;

  • d.

    de inkoop voor het realiseren van de eigen dienstverlening van de Rijksschoonmaakorganisatie en het aanbesteden, het contracteren, het contractbeheer en de voortgangsbewaking van de dienstverlening die door externe leveranciers wordt verricht, in samenwerking met de dienstverlening vanuit de Haagse Inkoop Samenwerking van de Uitvoeringsorganisatie Bedrijfsvoering Rijk van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

  • e.

    de inrichting en het beheer van de informatieprocessen en de informatiehuishouding van de Rijksschoonmaakorganisatie;

  • f.

    het adviseren omtrent ICT- gerelateerde onderwerpen;

  • g.

    de pandinventarisaties en de inschatting van de benodigde schoonmaakcapaciteit;

  • h.

    het opstellen van addenda op de dienstverleningsafspraken;

  • i.

    het beheren van de bedrijfsadministratie, waaronder het beheer van de informatie over dienstverleningsafspraken, het ruimtebeheer van de panden en ruimtes en het beheer van de afspraken over de kosten van de panden;

  • j.

    het organiseren van de kwaliteitsmetingen en het rapporteren hierover;

  • k.

    het vervullen van de verplichte rol van preventiemedewerker op het gebied van arbeidsomstandigheden;

  • l.

    het verzorgen van de communicatie van de Rijksschoonmaakorganisatie in de brede zin;

  • m.

    de administratieve en secretariële ondersteuning van de directeur, de regiomanagers, de manager Bedrijfsbureau en de programmamanager;

  • n.

    de aansturing van de dienstverlening belegd bij collega Shared Service Organisaties.

Artikel

6

De programmamanager is verantwoordelijk voor:

  • a.

    de strategische en bestuurlijke advisering over de doorontwikkeling van de Rijksschoonmaakorganisatie en de aansturing van projecten op dit terrein;

  • b.

    de politiek- bestuurlijke en juridische voorbereiding van de start van schoonmaakwerkzaamheden bij nieuwe afnemers die aansluiten op de dienstverlening van de Rijksschoonmaakorganisatie in nauwe samenwerking met de regiomanagers;

  • c.

    de politiek- bestuurlijke en juridische aangelegenheden en advisering van de Rijksschoonmaakorganisatie;

  • d.

    de strategische communicatie van de Rijksschoonmaakorganisatie.

§

4

Bevoegdheden

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

§

5

Slotbepalingen

Artikel

11

Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
namens deze,
N.T.C.M.DukkerDirecteur Rijksschoonmaakorganisatie