Artikel
1
In deze wet wordt verstaan onder:
-
a.
Vreemdeling: ieder die de Nederlandse nationaliteit niet bezit en niet op grond van een wettelijke bepaling als Nederlander moet worden behandeld;
-
b.
Nederland: het land Nederland, met uitzondering van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
-
c.
Landen: de landen Curaçao, Aruba en Sint Maarten;
-
d.
Openbare lichamen: de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
-
e.
Visum voor de toegang tot de landen en de openbare lichamen: beslissing van de bevoegde autoriteit dat op het moment van afgifte geen bezwaar bestaat tegen de toegang tot de landen en openbare lichamen;
-
f.
Bevoegde autoriteit:
-
−
wat betreft de openbare lichamen: Onze Minister van Buitenlandse Zaken;
-
−
wat betreft de landen: de Minister van het desbetreffende land wie het aangaat;
-
−
-
g.
Geldigheidsduur van een visum: het tijdvak waarbinnen na afgifte van een visum daarvan gebruik kan worden gemaakt voor het verkrijgen van toegang;
-
h.
Verblijfstermijn: de maximale duur van het geoorloofd verblijf op grond van artikel 5, eerste lid;
-
i.
Landsregelgeving:
-
−
wat betreft de openbare lichamen: regeling van Onze Minister van Buitenlandse Zaken;
-
−
wat betreft de landen: algemeen verbindende voorschriften, vastgesteld door het daartoe bevoegde orgaan van het desbetreffende land.
-
−