1
Zolang de bijzondere uitkering versterking openbaar bestuur nog niet overeenkomstig artikel 9, eerste lid, is vastgesteld, kan de minister het besluit, bedoeld in artikel 5, tweede lid, wijzigen of intrekken, indien:
-
a.
het openbare lichaam een melding heeft gedaan als bedoeld in artikel 6, derde lid;
-
b.
het openbare lichaam onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit omtrent de verlening van de uitkering zou hebben geleid;
-
c.
het besluit tot verlening van de uitkering onjuist was en het openbaar lichaam dit wist of behoorde te weten;
-
d.
activiteiten worden uitgevoerd op een wijze die niet voldoet aan het doel, bedoeld in artikel 2, of
-
e.
verleende voorschotten zijn besteed aan een ander doel dan waarvoor de uitkering is verstrekt.
2
De wijziging of intrekking werkt terug tot en met het tijdstip waarop een omstandigheid als bedoeld in het eerste lid, die aanleiding is om tot wijziging of intrekking over te gaan, zich heeft voorgedaan, tenzij bij het besluit tot wijziging of intrekking anders is bepaald.