Besluit instelling Klachtencommissie ongewenste omgangsvormen Infrastructuur en Milieu van 1 november 2016

Besluit instelling Klachtencommissie ongewenste omgangsvormen Infrastructuur en Milieu

De Minister van Infrastructuur en Milieu,

Besluit:

§

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    minister: Minister van Infrastructuur en Milieu;

  • b.

    ministerie: Ministerie van Infrastructuur en Milieu;

  • c.

    secretaris-generaal: secretaris-generaal van het ministerie;

  • d.

    hoofddirecteur FMC: hoofddirecteur Financiën, Management en Control van het ministerie;

  • e.

    EC O&P: Expertisecentrum Organisatie en Personeel, onderdeel van de Uitvoeringsorganisatie Bedrijfsvoering Rijk van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

  • f.

    medewerker: degene die werkzaamheden verricht of heeft verricht bij het ministerie;

  • g.

    ongewenste omgangsvormen: factoren van direct of indirect onderscheid in de arbeidssituatie die stress teweegbrengen, met inbegrip van intimidatie, seksuele intimidatie, agressie, geweld en pesten;

  • h.

    vertrouwenspersoon: als zodanig aangewezen persoon;

  • i.

    klacht: schriftelijke klacht over ongewenste omgangsvormen;

  • j.

    commissie: klachtencommissie, bedoeld in artikel 3;

  • k.

    klager: medewerker die een klacht heeft ingediend bij de commissie;

  • l.

    aangeklaagde: degene op wie de klacht betrekking heeft.

§

2

Werkingsgebied

Artikel

2

§

3

Klachtencommissie ongewenste omgangsvormen Infrastructuur en Milieu

Artikel

3

Er is een Klachtencommissie ongewenste omgangsvormen Infrastructuur en Milieu.

Artikel

4

Artikel

5

De commissie wordt bijgestaan door een secretaris die wordt aangewezen door de Manager Dienstenstroom Arbeidsjuridisch Advies van EC O&P.

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

De commissie is bevoegd:

  • a.

    tot het oproepen van daarvoor in aanmerking komende derden. Iedere medewerker is verplicht aan een oproep van de commissie gehoor te geven en desgevraagd alle inlichtingen naar waarheid en zonder voorbehoud te verstrekken;

  • b.

    overlegging te vorderen van ter zake dienende bescheiden;

  • c.

    een onderzoek op de werkplek in te stellen of te doen instellen;

  • d.

    zich door deskundigen van advies en bijstand te laten dienen;

  • e.

    ook anderszins de medewerking te verlangen die zij nodig acht voor de behandeling van de klacht.

Artikel

9

Artikel

10

§

4

Rechtspositie

Artikel

11

§

5

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

12

Wijzigt de Klachtenregeling ongewenste omgangsvormen in de arbeidsorganisatie Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

Artikel

13

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Artikel

14

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit instelling Klachtencommissie ongewenste omgangsvormen Infrastructuur en Milieu.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Infrastructuur en Milieu,M.H.Schultz van Haegen