Regeling van de Minister van Economische Zaken en de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 13 november 2016, nr. WJZ / 16160943, houdende vaststelling van de vaartoelage, regels omtrent de afbouw van verlofaanspraken en vaststelling van enige andere vaste vergoedingen en toeslagen voor medewerkers van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (Regeling vaartoelage, afbouw verlofaanspraken en enige andere vaste vergoedingen en toeslagen NVWA)

Regeling vaartoelage, afbouw verlofaanspraken en enige andere vaste vergoedingen en toeslagen NVWA

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    ARAR: het Algemeen Rijksambtenarenreglement;

  • b.

    BBRA ‘84: het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984;

  • c.

    de minister: de Minister van Economische Zaken;

  • d.

    medewerker: de medewerker van de NVWA die op grond van het ARAR in tijdelijke dienst of in vaste dienst is aangesteld;

  • e.

    ambulante medewerker: de medewerker wiens functie is opgenomen in bijlage 1;

  • f.

    NVWA: de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit;

  • g.

    oude regeling: de regeling die is vastgelegd in het directieraadbesluit van de Algemene Inspectiedienst van 10 augustus 1999, arbeidsvoorwaarden VIPOL;

  • h.

    controleschip: schip waarop toezichthoudende werkzaamheden voor of namens de NVWA worden verricht;

  • i.

    roosterdienst: het rooster als bedoeld in artikel 3 van de Werktijdenregeling Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit;

  • j.

    retribueerbaar werk: werkzaamheden die de NVWA op aanvraag van het bedrijfsleven verricht en waarvoor zij een retributie in rekening brengt.

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

De bij de divisie Veterinair & Import van de NVWA werkzame, niet-leidinggevende medewerker met salarisschaal 11 of hoger, die retribueerbaar werk heeft verricht, heeft aanspraak op een eenmalige toeslag als bedoeld in artikel 22a van het BBRA ‘84, waarvan de hoogte na afloop van een kalenderjaar wordt bepaald overeenkomstig artikel 23 van het BBRA ‘84.

Artikel

10

De minister kan, voor zover nodig in individuele gevallen waar de regeling naar zijn oordeel niet of niet in redelijkheid voorziet, in afwijking van deze regeling besluiten, indien bijzondere gevallen daartoe aanleiding geven.

Artikel

11

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2012.

Artikel

12

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vaartoelage, afbouw verlofaanspraken en enige andere vaste vergoedingen en toeslagen NVWA.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage
De Minister van Economische Zaken, H.G.J. Kamp
De Minister voor Wonen en Rijksdienst, S.A. Blok

Bijlage

1

behorende bij artikel 1, onder e, van de Regeling vaartoelage, afbouw verlofaanspraken en enige andere vaste vergoedingen en toeslagen NVWA

Lijst van ambulante functies NVWA

  • 1)

    Assistent Inspecteur (Ondersteunend medewerker toezicht bij de afdelingen toezichtuitvoering Landbouw, Plant & Natuur, Import, DVE, VIP, Horeca en PV)

  • 2)

    Assistent Toezichthoudend Dierenarts (Inspecteur medewerker toezicht afdelingen toezichtuitvoering V&I)

  • 3)

    Automatiseringsrechercheur (Inspecteur medewerker toezicht IOD)

  • 4)

    Rechercheur EDP auditor (Inspecteur medewerker toezicht IOD)

  • 5)

    Financieel Rechercheur (Inspecteur medewerker toezicht IOD)

  • 6)

    Forensisch Analist (Inspecteur medewerker toezicht IOD)

  • 7)

    Informatierechercheur (Inspecteur medewerker toezicht IOD)

  • 8)

    Internetrechercheur (Inspecteur medewerker toezicht IOD)

  • 9)

    Rechercheur (Inspecteur medewerker toezicht IOD)

  • 10)

    Rechercheur CIE (Inspecteur medewerker toezicht IOD)

  • 11)

    Inspecteur ((senior) Inspecteur medewerker toezicht afdelingen toezichtuitvoering Plant en Natuur, Landbouw, Import, Horeca, DVE, VIP, PV)

  • 12)

    Inspecteur Auditor (Inspecteur medewerker toezicht afdelingen toezichtuitvoering DVE, VIP)

  • 13)

    Inspecteur EDP Auditor (Inspecteur medewerker toezicht, afdeling toezichtuitvoering DVE en toezichtontwikkeling V&I en L&N DWL)

  • 14)

    Senior Inspecteur Auditor (Senior Inspecteur afdelingen toezichtuitvoering V&I, DVE, PV en VIP)

  • 15)

    Toezichthoudend Dierenarts (Senior Inspecteur Toezichtuitvoering afdelingen Landbouw, V&I en Import)

  • 16)

    Specialistisch Inspecteur Auditor (Coördinerend specialistisch inspecteur afdeling toezichtuitvoering PV)

Bijlage

2

behorende bij artikel 4 van de Regeling vaartoelage, afbouw verlofaanspraken en enige andere vaste vergoedingen en toeslagen NVWA

De berekening, bedoeld in artikel 4 van deze regeling, wordt als volgt verricht.

Samengevat kwam in de oude situatie, te weten de situatie tot 1 januari 2012, een vaarweek van maandag tot en met vrijdag op het volgende neer:

Maandag 14 arbeidsuren + 1 Kleemans uur

Dinsdag 14 arbeidsuren + 1 Kleemans uur

Woensdag 14 arbeidsuren + 1 Kleemans uur

Donderdag 14 arbeidsuren + 1 Kleemans uur

Vrijdag 8 arbeidsuren

In de oude situatie verrichtten de VIPOL medewerkers van de voormalige AID maximaal 14 uur arbeid per etmaal in geval van werkzaamheden op zee. De medewerkers schreven in de oude situatie standaard 14 arbeidsuren per dag, in geval van werkzaamheden op zee gedurende de dagen maandag tot en met donderdag. Op vrijdag schreven de medewerkers de daadwerkelijk gemaakte uren. Indertijd is overeengekomen dat de medewerkers naast de compensatie uren, die berekend werden op grond van de maximaal te werken 14 arbeidsuren per etmaal, 4 uur extra compensatie ontvingen in het kader van arbeid en rusttijden. Dit betroffen de zogenoemde ‘Kleemansuurtjes’.

Uitgaande van een arbeidsmodaliteit van 40 uur, betekent dit dat de medewerker in de oude situatie aanspraak had op in totaal 68-40 = 28 compensatie uren per week.

Teneinde conform de in de Arbeidstijdenwet neergelegde maxima te werken, is in de Overeenkomst Arbeidsvoorwaarden en in deze regeling vastgelegd dat de medewerker bij werkzaamheden op zee gedurende maximaal 12 uur per etmaal dienst verricht. Teneinde de achteruitgang in compensatie uren op te vangen, wordt aan de medewerker per dag aan boord van een controleschip 2 uur compensatieverlof toegekend. Samengevat komt in de nieuwe situatie een vaarweek van maandag tot en met vrijdag op het volgende neer:

Maandag 12 arbeidsuren + 2 uur compensatieverlof

Dinsdag 12 arbeidsuren + 2 uur compensatieverlof

Woensdag 12 arbeidsuren + 2 uur compensatieverlof

Donderdag 12 arbeidsuren + 2 uur compensatieverlof

Vrijdag 8 arbeidsuren + 2 uur compensatieverlof

Uitgaande van een arbeidsmodaliteit van 40 uur, zou dit betekenen dat de medewerker aanspraak heeft op 66-40 = 26 compensatie uren per week.

In dit voorbeeld komt het te compenseren verschil in de oude en de nieuwe situatie op twee uur compensatieverlof per gewone vaarweek neer.

In de oude situatie, te weten de situatie tot 1 januari 2012, werd in geval van meerweekse reizen ook op vrijdag, en de tweede maandag, dinsdag en woensdag 1 Kleemans uur toegekend. Daarnaast ontving de medewerker in een dergelijk geval 4 Kleemans uren op zaterdag. Uitgaande van een vaarweek van tien dagen, leverde de oude situatie het volgende op:

Maandag 14 arbeidsuren + 1 Kleemans uur

Dinsdag 14 arbeidsuren + 1 Kleemans uur

Woensdag 14 arbeidsuren + 1 Kleemans uur

Donderdag 14 arbeidsuren + 1 Kleemans uur

Vrijdag 14 arbeidsuren + 1 Kleemans uur

Zaterdag 14 arbeidsuren + 4 Kleemans uren

Zondag 14 arbeidsuren + 1 Kleemans uur

Maandag 14 arbeidsuren + 1 Kleemans uur

Dinsdag 14 arbeidsuren + 1 Kleemans uur

Woensdag 8 arbeidsuren + 1 Kleemans uur

Uitgaande van een arbeidsmodaliteit van 40 uur, betekende dit dat de medewerker in de oude situatie in geval van een meerweekse reis aanspraak had op in totaal 146-60= 86 compensatie uren per week.

In de nieuwe situatie ontvangt de medewerker, die gedurende meer dan vijf achtereenvolgende dagen aan boord van een controleschip dienst verricht, voor iedere dag aan boord die uur verlof. Uitgaande van een vaarweek van tien dagen, levert de nieuwe situatie het volgende op:

Maandag 12 arbeidsuren + 3 uur compensatieverlof

Dinsdag 12 arbeidsuren + 3 uur compensatieverlof

Woensdag 12 arbeidsuren + 3 uur compensatieverlof

Donderdag 12 arbeidsuren + 3 uur compensatieverlof

Vrijdag 12 arbeidsuren + 3 uur compensatieverlof

Zaterdag 3 uur compensatieverlof

Zondag 3 uur compensatieverlof

Maandag 12 arbeidsuren + 3 uur compensatieverlof

Dinsdag 12 arbeidsuren + 3 uur compensatieverlof

Woensdag 8 arbeidsuren + 3 uur compensatieverlof

Uitgaande van een arbeidsmodaliteit van 40 uur, betekent dit dat de medewerker in de nieuwe situatie in geval van een meerweekse reis van tien dagen aanspraak heeft op in totaal 122-60= 62 compensatie uren per week.

In dit voorbeeld komt het te compenseren verschil in de oude en de nieuwe situatie op 24 uur compensatieverlof per meerweekse reis neer.