Gemeenschappelijke regeling schadevergoedingsschap HSL-Zuid, A16 en A4

De Minister van Verkeer en Waterstaat,
handelende in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad, en de raden van de gemeenten Haarlemmermeer, Alkemade, Jacobswoude, Leiderdorp, Leiden, Rijnwoude, Zoeterwoude, Bleiswijk, Berkel en Rodenrijs, Bergschenhoek, Rotterdam, Heerjansdam, Zwijndrecht, Binnenmaas, ’s-Gravendeel, Strijen, Dordrecht, Moerdijk, Made, Breda en Zundert;

Besluit:

Hoofdstuk

I

Begripsbepalingen

Artikel

1

In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    de regeling: deze gemeenschappelijke regeling ingevolge de artikelen 94 en 95 van de Wet gemeenschappelijke regelingen;

  • b.

    het Schap: het rechtspersoonlijkheid bezittend openbaar lichaam, bedoeld in artikel 3 van deze regeling en tevens bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1:1 van de Algemene wet bestuursrecht;

  • c.

    de Minister: de Minister van Infrastructuur en Waterstaat;

  • d.

    de deelnemers: de colleges van de gemeenten Haarlemmermeer, Kaag en Braassem, Alphen aan den Rijn, Lansingerland, Zoetermeer, Rotterdam, Zwijndrecht, Hoeksche Waard, Dordrecht, Moerdijk, Breda, en de Minister;

  • e.

    het college: het college van burgemeester en wethouders van een aan deze gemeenschappelijke regeling deelnemende gemeente;

  • f.

    het tracébesluit:

    • het uitvoeringsbesluit HSL-Zuid als bedoeld in artikel 24 (oud) van de Tracéwet (inclusief de werken aan de A 16 van Prinsenbeek-Noord tot knooppunt Galder, de werken aan de A 58 tot aan de gemeentegrens van Breda, en de aanleg van knooppunt Princeville, die in dat tracébesluit zijn opgenomen), respectievelijk

    • de uitvoeringsbesluiten tot de verbreding van de A 4 (gedeelte Zoeterwoude-knooppunt Burgerveen), als bedoeld in artikel 15 (oud) van de Tracéwet respectievelijk

    • het uitvoeringsbesluit tot de verbreding van de A 16 (gedeelte Moerdijk tot Prinsenbeek-Noord), als bedoeld in artikel 15 (oud) van de Tracéwet;

  • g.

    HSL-Zuid: voor deze gemeenschappelijke regeling schadevergoedingsschap HSL-Zuid worden hieronder mede verstaan de werken aan de A 4 en A 16, voorzover onder f) genoemd.

Hoofdstuk

II

Doel en reikwijdte van de regeling

Artikel

2

Hoofdstuk

III

Het Schap

Artikel

3

Artikel

4

De bestuursorganen van het Schap zijn:

  • a.

    het algemeen bestuur;

  • b.

    het dagelijks bestuur;

  • c.

    de voorzitter;

  • d.

    het uitvoeringsorgaan, bedoeld in artikel 17.

Hoofdstuk

IV

Het algemeen bestuur

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Is een voorstel door staking van de stemmen niet aangenomen, dan wordt over het voorstel beslist bij bindend advies dat uitgebracht wordt door een door het algemeen bestuur aan te wijzen commissie bestaande uit drie onafhankelijke deskundigen. Één van de onafhankelijke deskundigen wordt bij gewone meerderheid van stemmen door de leden als bedoeld in artikel 5 derde lid benoemd. Het lid als bedoeld in artikel 5 tweede lid benoemt één onafhankelijke deskundige. Beide op deze wijze benoemde onafhankelijke deskundigen benoemen tezamen de derde onafhankelijke deskundige.

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

Op de behandeling van en de beslissing op een aanvraag om schadevergoeding als bedoeld in artikel 9 is de door het algemeen bestuur vast te stellen nadeelcompensatieverordening van toepassing.

Hoofdstuk

V

Het dagelijks bestuur

Artikel

11

Artikel

12

Artikel

13

Artikel

14

Hoofdstuk

VI

De voorzitter

Artikel

15

Artikel

16

Hoofdstuk

VII

Het uitvoeringsorgaan

Artikel

17

Hoofdstuk

VIII

Ondersteuning

Artikel

18

Hoofdstuk

IX

Financiën

Artikel

19

De met de uitoefening van de in artikel 9 genoemde bevoegdheden gemoeide kosten komen ten laste van het Rijk.

Hoofdstuk

X

Archief

Artikel

20

De voorschriften omtrent de zorg, de bewaring en het beheer van de bescheiden van de Minister zijn van overeenkomstige toepassing op de zorg, de bewaring en het beheer van de bescheiden van het Schap.

Hoofdstuk

XI

Uittreding, toetreding, wijziging en opheffing

Artikel

21

Een deelnemer kan uittreden bij besluit van het college van de betrokken gemeente, onderscheidenlijk bij besluit van de Minister. Het besluit tot uittreding treedt in werking met ingang van de dag na de bekendmaking van het besluit. Besluit de Minister uit te treden dan is dit een besluit tot tussentijdse opheffing als bedoeld in artikel 23.

Artikel

22

Artikel

23

Hoofdstuk

XII

Slotbepalingen

Artikel

26

Deze regeling kan worden aangehaald als ’Gemeenschappelijke regeling schadevergoedingsschap HSL-Zuid, A16 en A4’. Zij zal in de Staatscourant worden gepubliceerd.