Besluit van de Staatssecretaris van Economische Zaken 9 december 2016, nr.16185574, houdende tijdelijke vrijstelling op grond van artikel 38 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden ter bescherming van de onbedekte teelt van lelie tegen bollenmijt (Tijdelijke vrijstelling ter bescherming van de onbedekte teelt van lelie tegen bollenmijt, 2016)

Tijdelijke vrijstelling ter bescherming van de onbedekte teelt van lelie tegen bollenmijt, 2016

De Staatssecretaris van Economische Zaken,
Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu;
Gelet op artikel 38 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden en artikel 53 van de Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europese Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen nr. 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad (PbEU 2009, L 309);

Besluit:

Artikel

2

De vrijstelling is slechts van toepassing indien de gebruiksvoorschriften in de bijlage bij dit besluit worden nageleefd.

Artikel

3

Dit besluit treedt in werking op 15 december 2016 en vervalt op 14 april 2017.

Artikel

4

Dit besluit wordt aangehaald als: Tijdelijke vrijstelling ter bescherming van de onbedekte teelt van lelie tegen bollenmijt, 2016.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Economische Zaken,M.H.P. vanDam

Bijlage

Wettelijk gebruiksvoorschrift Apollo (8794N)

Wettelijk Gebruiksvoorschrift

Het middel is uitsluitend toegelaten als mijtenbestrijdingsmiddel voor het professionele gebruik in de volgende toepassingsgebieden (volgens Definitielijst toepassingsgebieden versie 2.0 Ctgb juni 2011) onder de hierna vermelde toepassingsvoorwaarden.

Toepassingsvoorwaarden:

Lelie (m.u.v. bollen t.b.v. bedekte teelt)

Dompelbehandeling

Mijten2

0,078%

(78 ml middel per 100 literwater)

0,55 l/ha

1

1 Verlaging van de dosering is toegestaan, maar van het maximaal aantal toepassingen en de andere toepassingsvoorwaarden mag niet worden afgeweken. Werkzaamheid is bij lagere dosering niet beoordeeld.

2 Bollenmijt (Rhizoglyphus robini)

In verband met mogelijke residuen in granen, mogen in het eerstvolgende teeltseizoen geen graangewassen als volggewas geteeld worden.

Gevoeligheid gewassen:

Gezien het grote aantal variëteiten en verschillende teeltomstandigheden van in het Wettelijk gebruiksvoorschrift genoemde gewassen is het onmogelijk de gewasveiligheid voor alle gewassen onder alle omstandigheden te onderzoeken. De toepasser van dit product zal, indien met een cultivar/variëteit in een groeistadium of onder bepaalde teeltomstandigheden of teeltwijze nog geen eigen ervaring is opgedaan, zelf een proefbespuiting/toepassing op kleine schaal dienen uit te voeren onder de eigen teeltomstandigheden om verantwoordelijkheid voor de gewasveiligheid te kunnen nemen.

Voor bloembollen van lelie kan Apollo zowel in een koude ontsmetting als bij een warmwaterbehandeling worden toegepast.

Resistentiemanagement

Dit middel bevat de werkzame stof clofentezin. Clofentezin behoort tot de groep van groeiregulatoren voor mijten. De Irac code is 10, subgroep A. Bij dit product bestaat er kans op resistentieontwikkeling. In het kader van resistentiemanagement dient u de adviezen die gegeven worden in de voorlichtingsboodschappen, op te volgen.