Artikel
1
De Raad voor de rechtspraak is bevoegd om ten aanzien van het ambt van rechter in opleiding bij een rechtbank namens de Minister van Veiligheid en Justitie de volgende hem toekomende bevoegdheid uit te oefenen: de benoeming in tijdelijke dienst op grond van artikel 2, achtste lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren.