Artikel
I
Wijzigt de Wijzigingswet Mijnbouwwet, enz. (veiligheid offshore olie- en gasactiviteiten).
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Wijzigt de Wijzigingswet Mijnbouwwet, enz. (veiligheid offshore olie- en gasactiviteiten).
Indien het bij koninklijke boodschap van 24 september 2014 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Mijnbouwwet, de Wet milieubeheer en de Wet op de economische delicten in verband met implementatie van richtlijn nr. 2013/30/EU van het Europees Parlement en de Raad van 12 juni 2013 betreffende de veiligheid van offshore olie- en gasactiviteiten en tot wijziging van richtlijn 2004/35/EG (PbEU 2013, L 178), en wijziging van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek in verband met de omkering van de bewijslast bij schade binnen het effectgebied van een mijnbouwwerk tot wet is of wordt verheven en die wet in werking treedt, treedt deze wet onder toepassing van artikel 12 van de Wet raadgevend referendum op hetzelfde tijdstip in werking.
Deze wet wordt aangehaald als: Wet bewijsvermoeden gaswinning Groningen.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.