Beleidsregels ter verdeling besteedbare middelen beheerskosten zorgkantoren Wlz 2017

§

1

Algemeen

Artikel

1

Dit besluit verstaat onder:

§

2

Voorlopige vaststelling beheerskostenbudget 2017

Artikel

3

Het Zorginstituut stelt in februari 2017 voor ieder zorgkantoor een voorlopig beheerskostenbudget vast ten laste van het Fonds langdurige zorg.

Artikel

4

Het Zorginstituut verdeelt het bedrag dat in artikel 2 van de Aanwijzing voor de taken op grond van artikel 4.2.4, tweede lid, van de Wlz beschikbaar is gesteld als volgt over de zorgkantoren:

  • a.

    een bedrag van 201,14 euro per budgethouder voor de uitvoeringskosten van het persoonsgebonden budget, vermenigvuldigd met het aantal budgethouders per regio op 30 juni 2016, zoals blijkend uit de tweede kwartaalstaat Wlz 2016 zorgkantoren, waarvoor het zorgkantoor is aangewezen;

  • b.

    een bedrag van 266,58 euro voor het voeren van bewuste-keuze gesprekken, vermenigvuldigd met het aantal nieuwe budgethouders waarvoor het zorgkantoor is aangewezen indien bij een budgethouder één of meer huisbezoeken zijn afgelegd, waarbij het aantal bewuste-keuze gesprekken wordt gerelateerd aan het aantal budgethouders, zoals genoemd in onderdeel a van dit artikel;

  • c.

    een bedrag van 512,57 euro per budgethouder voor elke budgethouder bij wie één of meer huisbezoeken zijn afgelegd, waarbij het aantal huisbezoeken wordt gerelateerd aan het aantal budgethouders, zoals genoemd in onderdeel a van dit artikel;

  • d.

    een bedrag van 5,509 miljoen euro verdeeld op basis van een gelijk bedrag per zorgkantoor;

  • e.

    een bedrag van 4,132 miljoen euro voor vier zorgkantoren die in 2017 geen deel uitmaken van een concern op basis van een gelijk bedrag per zorgkantoor;

  • f.

    een bedrag van 596,74 euro voor personen met een persoonsgebonden budget met Meerzorg op basis van de in de toelichting bij de Aanwijzing besteedbare middelen beheerskosten Wlz 2017 geschatte aantallen personen met een persoonsgebonden budget met Meerzorg per 31 december 2017, gerelateerd aan de werkelijke aantallen budgethouders per zorgkantoor, zoals genoemd in onderdeel a van dit artikel;

  • g.

    een bedrag van 357,84 euro voor personen met Zorg in Natura met Meerzorg op basis van de in de toelichting bij de Aanwijzing besteedbare middelen beheerskosten Wlz 2017 geschatte aantallen personen met Zorg in Natura met Meerzorg per 31 december 2017, gerelateerd aan de werkelijke aantallen budgethouders per zorgkantoor, zoals genoemd in onderdeel a van dit artikel;

  • h.

    een bedrag van 357,84 euro voor personen met Modulair Pakket Thuis op basis van de in de toelichting bij de Aanwijzing besteedbare middelen beheerskosten Wlz 2017 geschatte aantallen personen met Modulair Pakket Thuis met Meerzorg per 31 december 2017 gerelateerd aan de werkelijke aantallen budgethouders per zorgkantoor, zoals genoemd in onderdeel a van dit artikel.

Artikel

5

Artikel

6

§

3

Nadere vaststelling beheerskostenbudget 2017

Artikel

8

Het Zorginstituut verdeelt het bedrag dat in de in artikel 7 genoemde Nadere aanwijzing en Tweede nadere aanwijzing voor de taken op grond van artikel 4.2.4, tweede lid, van de Wlz beschikbaar is gesteld als volgt over de zorgkantoren:

  • a.

    een bedrag van 201,14 euro per budgethouder voor de uitvoeringskosten van het persoonsgebonden budget, vermenigvuldigd met het aantal budgethouders per regio op 30 juni 2017, zoals blijkend uit de tweede kwartaalstaat Wlz 2017 zorgkantoren, waarvoor het zorgkantoor is aangewezen;

  • b.

    een bedrag van 266,58 euro voor het voeren van bewuste-keuze gesprekken, vermenigvuldigd met het aantal nieuwe budgethouders, zoals blijkend uit de 4e kwartaalstaat Wlz 2017 zorgkantoren;

  • c.

    een bedrag van 512,57 euro per budgethouder voor elke budgethouder bij wie één of meer huisbezoeken zijn afgelegd, waarbij het aantal huisbezoeken wordt gerelateerd aan het aantal budgethouders, zoals genoemd in onderdeel a van dit artikel;

  • d.

    een bedrag van 5,509 miljoen euro verdeeld op basis van een gelijk bedrag per zorgkantoor;

  • e.

    een bedrag van 4,132 miljoen euro voor vier zorgkantoren die in 2017 geen deel uitmaken van een concern op basis van een gelijk bedrag per zorgkantoor;

  • f.

    een bedrag van 596,74 euro voor personen met een persoonsgebonden budget met Meerzorg op basis van de in de toelichting bij de Aanwijzing besteedbare middelen beheerskosten Wlz 2017 geschatte aantallen personen met een persoonsgebonden budget met Meerzorg per 31 december 2017, gerelateerd aan de werkelijke aantallen budgethouders per zorgkantoor, zoals genoemd in onderdeel a van dit artikel;

  • g.

    een bedrag van 357,84 euro voor personen met Zorg in Natura met Meerzorg op basis van de in de toelichting bij de Aanwijzing besteedbare middelen beheerskosten Wlz 2017 geschatte aantallen personen met Zorg in Natura met Meerzorg per 31 december 2017, gerelateerd aan de werkelijke aantallen budgethouders per zorgkantoor, zoals genoemd in onderdeel a van dit artikel;

  • h.

    een bedrag van 357,84 euro voor personen met Modulair Pakket Thuis op basis van de in de toelichting bij de Aanwijzing besteedbare middelen beheerskosten Wlz 2017 geschatte aantallen personen met Modulair Pakket Thuis met Meerzorg per 31 december 2017 gerelateerd aan de werkelijke aantallen budgethouders per zorgkantoor, zoals genoemd in onderdeel a van dit artikel.

Artikel

9

Artikel

10

§

4

Definitieve vaststelling beheerskostenbudget 2017

Artikel

11

Uiterlijk in 2020 stelt het Zorginstituut het beheerskostenbudget over het jaar 2017 definitief vast. Het Zorginstituut verdeelt het bedrag dat in de in artikel 7 genoemde Nadere aanwijzing, de Tweede en de Derde nadere aanwijzing voor de taken op grond van artikel 4.2.4, tweede lid, van de Wlz beschikbaar is gesteld als volgt over de zorgkantoren:

  • a.

    een bedrag van 201,14 euro per budgethouder voor de uitvoeringskosten van het persoonsgebonden budget, vermenigvuldigd met het aantal budgethouders per regio op 30 juni 2017 waarvoor het zorgkantoor is aangewezen;

  • b.

    een bedrag van 266,58 euro voor het voeren van bewuste-keuze gesprekken, vermenigvuldigd met het aantal nieuwe budgethouders, zoals blijkend uit de 4e kwartaalstaat Wlz 2017 zorgkantoren;

  • c.

    een bedrag van 512,57 euro per budgethouder voor elke budgethouder bij wie één of meer huisbezoeken zijn afgelegd, zoals blijkend uit de tweede kwartaalstaat 2018;

  • d.

    een bedrag van 5,509 miljoen euro verdeeld op basis van een gelijk bedrag per zorgkantoor;

  • e.

    een bedrag van 4,132 miljoen euro voor vier zorgkantoren die in 2017 geen deel uitmaken van een concern op basis van een gelijk bedrag per zorgkantoor;

  • f.

    een bedrag van 596,74 euro op basis van de werkelijke aantallen personen met een persoonsgebonden budget met Meerzorg per 31 december 2017, zoals blijkend uit de tweede kwartaalstaat 2018;

  • g.

    een bedrag van 357,84 euro op basis van de werkelijke aantallen personen met Zorg in Natura met Meerzorg per 31 december 2017, zoals blijkend uit de tweede kwartaalstaat 2018;

  • h.

    een bedrag van 357,84 euro op basis van de werkelijke aantallen personen met Modulair Pakket Thuis met Meerzorg per 31 december 2017, zoals blijkend uit de tweede kwartaalstaat 2018;

  • i.

    een bedrag van 1,849 miljoen euro tot dekking van de kosten die zijn gemaakt met betrekking tot Te goeder trouw en terugvorderen, zoals verantwoord in het financieel verslag Wlz-uitvoerder 2017.

Artikel

12

Artikel

13

§

5

Slot

Artikel

14

Deze beleidsregels treden in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin deze worden geplaatst, en werken terug tot en met 1 januari 2017.

Artikel

15

Dit besluit wordt aangehaald als: Beleidsregels ter verdeling besteedbare middelen beheerskosten zorgkantoren Wlz 2017.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Voorzitter Raad van Bestuur A. Moerkamp