Besluit van de Minister van Veiligheid en Justitie van 21 maart 2017, nr. 2015730 houdende verlening van mandaat, volmacht en machtiging aan de secretaris-generaal van het Ministerie van Veiligheid en Justitie en het College van procureurs-generaal ten aanzien van aangelegenheden van het openbaar ministerie die niet het beheer van het Openbaar Ministerie betreffen (Mandaatbesluit niet-beheersaangelegenheden Openbaar Ministerie)

Mandaatbesluit niet-beheersaangelegenheden Openbaar Ministerie 2017

De Minister van Veiligheid en Justitie,

Besluit:

Artikel

1

Artikel

2

Artikel

3

Aan het College wordt mandaat verleend ten aanzien van de tot de verantwoordelijkheid van de minister behorende aangelegenheden op het terrein van het Openbaar Ministerie, met uitzondering van:

  • a.

    het nemen van besluiten en het voeren van correspondentie neergelegd in een document, gericht tot:

    • 1°.

      de Koning;

    • 2°.

      de raad van ministers van het Koninkrijk, de ministerraad of een daaruit gevormde onderraad of commissie;

    • 3°.

      de voorzitter van de Eerste of Tweede Kamer der Staten-Generaal of van een uit die Kamer gevormde commissie;

    • 4°.

      de vice-president van de Raad van State van het Koninkrijk of de vice-president van de Raad van State;

    • 5°.

      de president van de Algemene Rekenkamer;

    • 6°.

      de Nationale ombudsman voor zover het gaat om het geven van een verbod als bedoeld in artikel 14 Wet Nationale ombudsman.

  • b.

    de bevoegdheden die in artikel 2, eerste lid, onder a, b en d aan de secretaris-generaal zijn verleend.

Artikel

4

Artikel

5

Indien een krachtens mandaat te nemen besluit belangrijke politieke, bestuurlijke of maatschappelijke gevolgen kan hebben, draagt het College zorg voor voorafgaande afstemming met de secretaris-generaal.

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

Vóór het tijdstip van inwerkingtreding van dit mandaatbesluit genomen besluiten waarin de in de Mandaatregeling niet-beheersaangelegenheden Openbaar Ministerie verleende mandaten verder zijn doorgegeven, blijven van kracht voor zover zij niet strijd zijn met het bepaalde bij of krachtens dit besluit, totdat op grond van dit besluit is voorzien in ondermandaat of het betrokken besluit wordt ingetrokken.

Artikel

10

Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt met mandaat onderscheidenlijk ondermandaat gelijkgesteld de verlening onderscheidenlijk doorgifte van:

  • a.

    volmacht om in naam van de minister privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten;

  • b.

    machtiging om in naam van de minister handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn.

Artikel

12

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel

13

Dit besluit wordt aangehaald als: Mandaatbesluit niet-beheersaangelegenheden Openbaar Ministerie 2017.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

‘s-Gravenhage
De Minister van Veiligheid en Justitie,S.A.Blok