Artikel
I
Wijzigt de Faillissementswet.
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Wijzigt de Faillissementswet.
Artikel I of onderdelen daarvan zijn na inwerkingtreding van toepassing op faillissementen die zijn uitgesproken na het tijdstip van inwerkingtreding.
In het geval een faillissement binnen drie jaar na de inwerkingtreding van artikel I, onder I, wordt uitgesproken, moet in artikel 106, eerste lid, Fw (nieuw) in plaats van «alsmede op eenieder die in de drie jaar voorafgaande aan het faillissement bestuurder of commissaris was» worden gelezen: alsmede op eenieder die na de inwerkingtreding van dit artikel bestuurder of commissaris was.
Onze Minister zendt binnen vier jaar na inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk. In het verslag wordt in ieder geval ingegaan op de gevolgen van deze wet voor het aantal fraudemeldingen en de financiële impact op crediteuren.
De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Deze wet wordt aangehaald als: Wet versterking positie curator.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.