Artikel
1
De landelijke standaarden, bedoeld in artikel 7.4.4 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, worden vastgesteld overeenkomstig de bijlage behorend bij deze regeling.
Besluit:
De landelijke standaarden, bedoeld in artikel 7.4.4 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, worden vastgesteld overeenkomstig de bijlage behorend bij deze regeling.
De Regeling standaarden examenkwaliteit mbo 2012 wordt ingetrokken.
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 augustus 2017.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling standaarden examenkwaliteit mbo 2017.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
In onderstaande tabel staan de drie standaarden voor de examenkwaliteit met per standaard de uitwerking. De examenkwaliteit van elke mbo-opleiding moet voldoen aan de drie standaarden. De instelling moet dat realiseren, bewaken, eventueel tijdig verbeteren en zich daarover verantwoorden. Tevens heeft de inspectie tot taak om de examenkwaliteit te beoordelen aan de hand van de standaarden voor de examenkwaliteit.
|
1. |
De examencommissie borgt deugdelijke examinering en diplomering. |
De examencommissie stelt op objectieve en deskundige wijze vast of een deelnemer voldoet aan de voorwaarden voor het verkrijgen van een diploma, een certificaat of een instellingsverklaring. De examencommissie bewaakt, monitort en analyseert de kwaliteit van de exameninstrumenten, van de afname en beoordeling en van de diplomering en ziet in voorkomende gevallen toe op de realisatie van verbetermaatregelen. De examencommissie borgt in alle fases van de examinering de deskundigheid van de betrokken personen. Het beroepenveld is betrokken bij de examinering. De examencommissie stelt jaarlijks een verslag op over de examenkwaliteit per opleiding aan de hand van de examenstandaarden en over haar werkzaamheden. Het onafhankelijk en deskundig functioneren van de examencommissie is voldoende gewaarborgd door het bevoegd gezag. |
|
2. |
Het exameninstrumentarium sluit aan op de uitstroomeisen en voldoet aan de toetstechnische eisen. |
Het exameninstrumentarium dekt de eisen van de kwalificatie. Dit geldt ook voor de eisen van het keuzedeel of de keuzedelen van de opleiding van de betreffende deelnemer1. De examenvormen zijn afgestemd op de exameninhoud. Het exameninstrumentarium heeft een passende taakcomplexiteit. Het instrumentarium maakt evenwichtige waardering mogelijk en doet recht aan de kerntaken, werkprocessen en overige vereisten uit het kwalificatiedossier en die van de keuzedelen. De cesuur ligt op het niveau waarop de student aan de eisen voldoet. Het beoordelingsvoorschrift maakt objectieve beoordeling mogelijk. |
|
3. |
De inrichting en uitvoering van het examenproces van afname en beoordeling is deugdelijk. |
De afnamecondities en beoordelingen zijn voor deelnemers gelijkwaardig. De condities doen recht aan de context van het toekomstig beroep; onderdelen van het examen vinden in de (reële) beroepspraktijk plaats. De beoordeling levert betrouwbare uitkomsten op, vindt deskundig plaats en is gericht op een passende balans in vereiste kennis, houding en vaardigheden. De inrichting van het examen, de planning van de examenperiodes, de beoordelingswijze en de procedure voor beroep en bezwaar zijn tijdig voor deelnemers beschikbaar en voor alle betrokkenen transparant en eenduidig. |
1 Dit geldt voor opleidingen die zijn gestart op of na 1 augustus 2016.
De standaarden en de omschrijving onder ’Uitwerking’ zijn gebaseerd op de in de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB) neergelegde vereisten. De situatie bij de opleiding voldoet aan een standaard als aan de omschrijving onder ‘Uitwerking’ is voldaan.
Er is sprake van voldoende examenkwaliteit bij een opleiding als de situatie aan de drie standaarden voor de examenkwaliteit voldoet. En er is sprake van onvoldoende examenkwaliteit als de situatie niet aan één of meer van de drie standaarden voldoet.
Schematisch overzicht:
|
Voldoende (basiskwaliteit) |
De opleiding voldoet aan de criteria die staan aangegeven bij de standaard onder ‘Uitwerking’. |
|
Onvoldoende |
De opleiding voldoet in onvoldoende mate aan de criteria die staan aangegeven bij de standaard onder ‘Uitwerking’. |
|
Voldoende (basiskwaliteit) |
De drie standaarden zijn voldoende. |
|
Onvoldoende |
Eén of meer van de drie standaarden zijn onvoldoende. |
Indien voor een standaard of het gehele kwaliteitsgebied het oordeel ‘voldoende’ is, kan daaraan de bevinding ‘goed’ worden toegevoegd. Om te bepalen of de bevinding ‘goed’ kan worden afgegeven, wordt gekeken naar de eigen aspecten van kwaliteit. Dit zijn kwaliteitsdoelen en ambities die het bevoegd gezag zelf bepaalt en die verder reiken dan de vereiste basiskwaliteit.
Schematisch overzicht:
|
Goed |
De standaard is voldoende en de opleiding realiseert op overtuigende wijze eigen aspecten van kwaliteit. |
|
Goed |
De drie standaarden zijn voldoende en ten minste standaard 1 is goed bevonden. |