Bestuursreglement van de Koninklijke Bibliotheek

Hoofdstuk

1

Inleidende bepalingen

Artikel

1.1

Begripsbepalingen

In dit reglement wordt verstaan onder:

Hoofdstuk

2

Algemeen Bestuurscollege

Artikel

2.1

Taken en bevoegdheden

Artikel

2.2

Samenstelling

Het Algemeen Bestuurscollege bestaat uit een voorzitter, tevens lid, en ten hoogste vier andere leden. Het aantal leden wordt door Onze minister bepaald. (Ontleend aan wet).

Artikel

2.3

Benoeming, schorsing en ontslag

Artikel

2.4

Vertegenwoordiging

De voorzitter van het Algemeen Bestuurscollege vertegenwoordigt de Koninklijke Bibliotheek in en buiten rechte. (Ontleend aan art. 13.3, lid 6 van de wet).

Artikel

2.5

Vervanging van leden bij afwezigheid of ontstentenis

De voorzitter wordt bij afwezigheid of ontstentenis vervangen door het langst zittende bestuurslid, danwel – bij eenzelfde aantal zittingsjaren van twee of meer langst zittende bestuursleden – door de oudste van hen.

Artikel

2.6

Begroting

Artikel

2.7

Verslag

Het Algemeen Bestuurscollege dient jaarlijks voor 1 juli bij Onze minister een verslag in. Het verslag bestaat uit de jaarrekening met bijbehorende begroting, het jaarverslag en overige financiële gegevens. Uit het verslag dient te blijken in hoeverre sprake is van een behoorlijke uitvoering van de werkzaamheden ten behoeve waarvan de rijksbijdrage is verleend en van een doelmatige aanwending van de rijksbijdrage, mede in het licht van het instellingsplan. (Ontleend aan art. 2.9, lid 1 van de wet).

Artikel

2.8

Instellingsplan

Het Algemeen Bestuurscollege stelt een instellingsplan vast uiterlijk vier jaar na het tijdstip van vaststelling van het vorige plan en zendt dit na vaststelling onverwijld aan Onze minister. Het plan geeft een omschrijving van de inhoud en de specificatie van het voorgenomen beleid van de instelling voor die periode. Het Algemeen Bestuurscollege maakt het plan openbaar. (Ontleend aan art. 2.2 en 2.2a van de wet).

Artikel

2.9

Werkwijze

Hoofdstuk

3

Directeur-bibliothecaris

Artikel

3.1

Taken en bevoegdheden

Hoofdstuk

4

De organisatie

Artikel

4.1

Bijzondere regelingen

Het Algemeen Bestuurscollege kan bijzondere regelingen vaststellen inzake onderdelen of aspecten van de organisatie.

Hoofdstuk

5

Openbaarheid

Artikel

5.1

Informatie uit eigen beweging en op verzoek

Hoofdstuk

6

Rechtsbescherming

Artikel

6.1

Besluiten, beschikkingen, bezwaar en beroep

Hoofdstuk

7

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

7.1

Vervanging reglement van de Koninklijke Bibliotheek van 11 november 1994

Dit reglement vervangt het reglement van 11 november 1994.

Artikel

7.2

Inwerkingtreding

Het reglement treedt in werking 1 dag na bekendmaking van de vaststelling ervan in de Staatscourant.

Vastgesteld in de vergadering van het Algemeen Bestuurscollege op 15 oktober 2008.

Namens het Algemeen Bestuurscollege:
Voorzitter, L.C. Brinkman

Bijlage

Mandateringsregeling personeelsbeleid/personeelsbeheer

Het Algemeen Bestuurscollege van de Koninklijke Bibliotheek,

Gelet op artikel 3.1 lid 4 van het Reglement van de Koninklijke Bibliotheek;

Besluit:

De Algemeen Directeur van de Koninklijke Bibliotheek het navolgende mandaat inzake personeelsbeleid/personeelsbeheer te verlenen.

Artikel 1

  • 1.

    De Algemeen Directeur is bevoegd namens het Algemeen Bestuurscollege alle daden van personeelsbeleid/personeelsbeheer te verrichten met uitzondering van personeelsbeheersdaden die hemzelf betreffen. Aangelegenheden betreffende schorsing, disciplinaire maatregelen en disciplinair ontslag worden door de Algemeen Directeur tijdig ter kennis gebracht aan het Algemeen Bestuurscollege.

  • 2.

    Bij afwezigheid van de Algemeen Directeur is de Directeur Collecties en Dienstverlening bevoegd.

  • 3.

    Het mandaat omvat tevens het voeren van correspondentie ter zake.

Artikel 2

De uitoefening van het mandaat strekt zich niet uit tot het beslissen op een bezwaarschrift tegen een door de mandataris zelf genomen besluit (artikel 10:3 lid 3 Awb).

Artikel 3

De Algemeen Directeur is gemandateerd om namens het Algemeen Bestuurscollege het overleg te voeren met de Centrales voor overheidspersoneel.

Artikel 4

De Algemeen Directeur heeft de bevoegdheid ondertekeningsmandaat te verlenen voor uitvoeringstechnische zaken.

Artikel 5

De ondertekening van uitgaande stukken luidt als volgt: ‘namens het Algemeen Bestuurscollege van de Koninklijke Bibliotheek, (naam), Algemeen Directeur van de Koninklijke Bibliotheek’of bij diens afwezigheid ‘Directeur Collecties en Dienstverlening van de Koninklijke Bibliotheek’.

Artikel 6

  • 1.

    Dit besluit is in werking getreden na vaststelling in de vergadering van het Algemeen Bestuurscollege van 21 juni 2002 en (redactioneel) aangepast op 4 juni 2004.

  • 2.

    De mandateringsregeling personeelsbeleid/personeelsbeheer vastgesteld op 11 november 1994 wordt ingetrokken.

Artikel 7

Dit besluit wordt aangehaald als: Mandateringsregeling personeelsbeleid/personeelsbeheer KB 2004.

Namens het Algemeen Bestuurscollege:

Voorzitter,

H.J.L. Vonhoff.