Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 5 juli 2017, nr. WJZ / 17108187, houdende regels ten aanzien van de uitvoering van de gemeenschappelijke marktordening groenten en fruit (Regeling uitvoering GMO groenten en fruit 2017)

Regeling uitvoering GMO groenten en fruit 2017

De Staatssecretaris van Economische Zaken;
Gelet op de artikelen 1, 3, 32 tot en met 34, 36, 152 tot en met 156, 159 en 160 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (PbEU 2013 L 347);
Gelet op gedelegeerde verordening (EU) 2017/891 van de Commissie van 13 maart 2017 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit en tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de in deze sectoren toe te passen sancties en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 van de Commissie;
Gelet op uitvoeringsverordening (EU) 2017/892 van de Commissie van 13 maart 2017 tot vaststelling van voorschriften voor de toepassing van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad, wat betreft de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit;

Besluit:

Deel

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • aanvoerprognose: opgave door een lid van een producentenorganisatie van de hoeveelheid en aard van de producten die het lid in een door de producentenorganisatie te bepalen tijdvak bij de producentenorganisatie verwacht aan te voeren;

  • accountant: accountant die is ingeschreven in het accountantsregister, bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de Wet op het Accountantsberoep;

  • actiefonds: actiefonds als bedoeld in artikel 32 van verordening 1308/2013;

  • activiteit: actie als bedoeld in artikel 2, onderdeel g, van verordening 2017/891 ter uitvoering van een project;

  • areaalenquête: inventarisatie van een door een lid van de producentenorganisatie beteeld areaal en de door dit lid geteelde producten;

  • denatureren: ongeschikt maken voor menselijke consumptie.

  • duurzaam productiemiddel: tastbaar activum als bedoeld in artikel 2, onderdeel h, van verordening 2017/891, dat is gefinancierd met behulp van het actiefonds;

  • erkenningsaanvraag: een verzoek als bedoeld in artikel 154, eerste lid, van verordening 1308/2013;

  • erkenningsbesluit: besluit van de minister op een verzoek als bedoeld in artikel 154, eerste lid, van verordening 1308/2013;

  • forfaitair standaardtarief: vast of maximaal bedrag per eenheid dat wordt gebruikt om de te declareren bedragen vast te stellen;

  • gedeeltelijke betaling: gedeeltelijke betaling als bedoeld in artikel 12 van verordening 2017/892;

  • gekwantificeerd streefcijfer: gekwantificeerd streefcijfer als bedoeld in artikel 27, derde lid, van verordening 2017/891;

  • goederenlogistiek: het verzamelen, ophalen, sorteren, opslaan, verpakken, transporteren en distribueren van het product;

  • lid: aangesloten producent als bedoeld in artikel 2, onderdeel b van verordening 2017/891;

  • meetbaar streefdoel: meetbaar streefdoel als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, van verordening 2017/892;

  • minister: Minister van Economische Zaken;

  • nationaal kader: nationaal kader als bedoeld in artikel 36, eerste lid, van verordening 1308/2013;

  • nationale strategie: nationale strategie als bedoeld in artikel 36, tweede lid, van verordening 1308/2013;

  • niet-producerend lid: lid van een producentenorganisatie dat meer dan één teeltseizoen geen producten teelt waarvoor de producentenorganisatie is erkend;

  • operationeel programma: programma, bedoeld in artikel 33 van verordening 1308/2013;

  • producentenorganisatie: door de minister erkende producentenorganisatie als bedoeld in artikel 152 van verordening 1308/2013;

  • project: samenhangend geheel van activiteiten die subsidiabel zijn gesteld in deze regeling ter uitvoering van een strategisch doel dat door een producentenorganisatie wordt nagestreefd met haar operationeel programma;

  • richtlijn 2000/29: Richtlijn 2000/29/EG van de Raad van 8 mei 2000 betreffende de beschermende maatregelen tegen het binnenbrengen en de verspreiding in de Gemeenschap van voor planten en voor plantaardige producten schadelijke organismen (PBEU 2000, L 169);

  • richtlijn 2002/63: Richtlijn 2002/63/EG van de Commissie van 11 juli 2002 houdende vaststelling van communautaire bemonsteringsmethoden voor de officiële controle op residuen van bestrijdingsmiddelen in en op producten van plantaardige en van dierlijke oorsprong en tot intrekking van Richtlijn 79/700/EEG(PBEU 2002, L 187);

  • steunaanvraag: een aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van verordening 2017/892;

  • subsidie: financiële steun van de Unie als bedoeld in artikel 34 van verordening 1308/2013;

  • stadium af producentenorganisatie: moment waarop er een verkooptransactie plaatsvindt door of namens de producentenorganisatie met een derde partij of een minder dan 90 procent dochteronderneming;

  • strategisch doel: doelstelling als bedoeld in artikel 36, tweede lid, onderdeel c, van verordening 1308/2013 of een doel als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, van verordening 2017/892, dat een producentenorganisatie nastreeft met haar operationeel programma;

  • SWOT analyse: bedrijfskundig model dat intern de sterktes en zwaktes en in de omgeving de kansen en bedreigingen analyseert;

  • tussentijdse wijziging: een wijziging van het operationeel programma in de loop van het jaar als bedoeld in artikel 34, tweede lid, van verordening 2017/891;

  • uitvoeringsjaar: jaar van uitvoering van een operationeel programma;

  • unie van producentenorganisaties: unie van erkende producentenorganisaties als bedoeld in artikel 156 van verordening 1308/2013;

  • verkoper: natuurlijke of rechtspersoon die door een producentenorganisatie is belast met de verkoop van producten van de leden van de producentenorganisatie waarvoor de producentenorganisatie is erkend;

  • verordening 834/2007: Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad van 28 juni 2007 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 2092/91 (PBEU 2007, L 189);

  • verordening 874/2009: Verordening (EG) nr. 874/2009 van de Commissie van 17 september 2009 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 2100/94 van de Raad wat betreft de procedures voor het Communautair Bureau voor plantenrassen (PBEU 2009, L 251);

  • verordening 889/2008: Verordening (EG) nr. 889/2008 van de Commissie van 5 september 2008 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten, wat de biologische productie, de etikettering en de controle betreft (PBEU 2008, L 250);

  • verordening 2017/891: gedelegeerde verordening (EU) 2017/891 van de Commissie van 13 maart 2017 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit en tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de in deze sectoren toe te passen sancties en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 van de Commissie (PBEU 2017, L 138);

  • verordening 2017/892: uitvoeringsverordening (EU) 2017/892 van de Commissie van 13 maart 2017 tot vaststelling van voorschriften voor de toepassing van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad, wat betreft de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit (PBEU 2017, L 138);

  • verordening 1857/2006: Verordening (EG) nr. 1857/2006 van de Commissie van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen die landbouwproducten produceren, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 70/2001 (PBEU 2006, L 358);

  • verordening 1308/2013: Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001en (EG) nr. 1234/2007van de Raad (PBEU 2013, L 347);

  • verordening 2100/94: Verordening (EG) nr. 2100/94 van de Raad van 27 juli 1994 inzake het communautaire kwekersrecht (PBEU 1994, L 227);

  • voorschotaanvraag: aanvraag als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van verordening 2017/891;

  • waarde afgezette productie: de waarde van de afgezette productie van een producentenorganisatie als bedoeld in artikel 22 van verordening 2017/891;

Artikel

2

Artikel

3

Deel 2 tot en met 8 van deze regeling is van toepassing op de producten van de sector groenten en fruit, bedoeld in artikel 1, tweede lid, onderdeel i, van verordening 1308/2013 en op dergelijke producten die uitsluitend zijn bestemd om te worden verwerkt.

Deel

2

Erkenningen

Hoofdstuk

1

Erkenning van producentenorganisaties

Titel

1

Erkenningsvereisten

Afdeling

1

Rechtspersoonlijkheid

Artikel

4

De rechtspersoonlijkheid van een producentenorganisatie als bedoeld in artikel 154, eerste lid, van verordening 1308/2013 blijkt uit:

  • a.

    een in het handelsregister neergelegd authentiek afschrift van de oprichtingsakte van de producentenorganisatie, of

  • b.

    een in het handelsregister van de Kamer van Koophandel neergelegd authentiek afschrift van de statuten van de producentenorganisatie, en

  • c.

    een inschrijving bij het Handelsregister van de Kamer van Koophandel.

Afdeling

2

Lidmaatschap

Artikel

5

Van een producentenorganisatie kunnen lid zijn:

  • a.

    een natuurlijk persoon;

  • b.

    een rechtspersoon als bedoeld in artikel 2 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek of een rechtspersoon naar buitenlands recht, of

  • c.

    een in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel ingeschreven maatschap, vennootschap onder firma of commanditaire vennootschap.

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

Een producentenorganisatie kan niet-producerende leden hebben, indien in de statuten van de producentenorganisatie wordt bepaald dat deze leden:

  • a.

    reeds aangesloten waren bij de producentenorganisatie vóór zij gedurende meer dan één productieseizoen geen producten meer teelden waarvoor de producentenorganisatie is erkend;

  • b.

    opgenomen worden in een afzonderlijke ledenadministratie, en

  • c.

    niet mogen deelnemen aan de stemming van de algemene vergadering over besluiten inzake het actiefonds of het operationeel programma van de producentenorganisatie.

Afdeling

3

Verplichtingen voor producentenorganisaties

Artikel

9

Artikel

10

Een lid van het bestuur of de Raad van Commissarissen van een producentenorganisatie of een functionaris van een producentenorganisatie die betrokken is bij het verkoopbeleid, is geen afnemer van producten waarvoor de producentenorganisatie is erkend is ingevolge artikel 152, eerste lid, van verordening 1308/2013.

Artikel

11

Artikel

12

Producentenorganisaties bepalen op grond van artikel 152, eerste lid, onderdeel c, onder ii, van verordening 1308/2013 op welk moment leden hun product aan de producentenorganisatie ter verkoop aanbieden.

Artikel

13

Artikel

14

Artikel

15

Artikel

16

Producentenorganisaties beschikken op grond van artikel 7, onderdeel a, van verordening 2017/891 tenminste over een deugdelijk en accuraat systeem van areaalenquêtes en aanvoerprognoses.

Artikel

17

Producentenorganisaties, en voor zover van toepassing unies van producentenorganisaties, beschikken op grond van artikel 154, eerste lid, onderdeel c, van verordening 1308/2013 tenminste over een volledige beschrijving van de interne organisatie en van de administratieve en interne beheersing van:

  • a.

    de verkoop en prijsbepaling;

  • b.

    de goederenlogistiek;

  • c.

    de financiële administratie;

  • d.

    de beoordeling van investeringen en uitgaven waarvoor subsidie wordt aangevraagd;

  • e.

    het aannemen van nieuwe leden en het beëindigen van het lidmaatschap;

  • f.

    het vergaren van informatie van de leden en de verwerking van mutaties daarin, waaronder de controle op de juistheid van de ledenlijst;

  • g.

    de beoordeling van areaalenquêtes en aanvoerprognoses, waaronder de vergelijking met realisaties;

  • h.

    de controle op naleving van artikel 160 van verordening 1308/2013 door de leden waaronder het verlenen van toestemming als bedoeld in artikel 12 van verordening 2017/891;

  • i.

    het opleggen van sancties, en

  • j.

    het uitbesteden van activiteiten als bedoeld in artikel 155 van verordening 1308/2013.

Artikel

18

Artikel

19

Artikel

20

Artikel

21

Artikel

22

Afdeling

4

Eisen aan de statuten van producentenorganisaties

Artikel

23

Producentenorganisaties nemen in hun statuten op dat zij alle in artikel 152, eerste lid, onderdeel c, onder i, ii en iii, van verordening 1308/2013 genoemde doelstellingen nastreven en tonen aan dat zij uitvoering geven aan deze doelstellingen.

Artikel

24

Artikel

25

Titel

2

Aanvraag, verlening en beëindiging erkenning

Artikel

26

Een erkenning als bedoeld in artikel 154, eerste lid, van verordening 1308/2013 wordt verleend indien de aanvrager kan aantonen dat hij voldoet aan de op grond van de artikelen 152, 153, 154 en 155 van verordening 1308/2013 en titel 1van deze afdeling gestelde eisen.

Artikel

27

Artikel

28

Indien de minister op grond van artikel 27, tweede lid, aanvullende bewijsstukken opvraagt wordt de in artikel 154, vierde lid, van verordening 1308/2013 bedoelde termijn opgeschort tot de op grond van artikel 27, tweede lid, verzochte aanvullende bewijsstukken door de producentenorganisatie aan de minister zijn overlegd.

Artikel

29

Titel

3

Informatie- en rapportageverplichtingen

Artikel

30

De producentenorganisatie informeert de minister onverwijld over:

  • a.

    wijzigingen in hun statuten;

  • b.

    wijzigingen in hun organisatiestructuur, en

  • c.

    voornemens tot fusie of samenwerking.

Artikel

31

Hoofdstuk

2

Erkenning van unies van producentenorganisaties

Artikel

32

Artikel

33

De artikelen 7,1718 en 22 zijn van overeenkomstige toepassing op unies van producentenorganisaties.

Hoofdstuk

3

Niet naleving van de erkenningscriteria

Artikel

35

De erkenning van een producentenorganisatie wordt met ingang van het tijdstip van verstrijken van de in artikel 59, eerste lid, van verordening 2017/891 bedoelde in het aanmaningsbesluit vastgestelde termijn van rechtswege opgeschort als bedoeld in artikel 59, tweede lid, van verordening 2017/891, tenzij de minister schriftelijk aan de producentenorganisatie meedeelt dat de niet-naleving van de erkenningscriteria tijdig is gecorrigeerd.

Deel

3

Actiefonds en waarde afgezette productie

Hoofdstuk

1

Waarde afgezette productie

Artikel

36

De referentieperiode voor het bepalen van de waarde van de afgezette productie, bedoeld in artikel 23, eerste lid, van verordening 2017/891, is het kalenderjaar twee jaar vóór het uitvoeringsjaar waarvoor de waarde afgezette productie wordt vastgesteld.

Artikel

37

Artikel

38

De waarde van de afgezette productie van leden die zijn toegetreden tot de producentenorganisatie gedurende de referentieperiode, bedoeld in artikel 36, wordt in aanmerking genomen voor de bepaling van de waarde afgezette productie van de producentenorganisatie vanaf de datum die door het bestuur van de producentenorganisatie in haar schriftelijke bevestiging als bedoeld in artikel 7, vierde lid, is aangewezen als de datum waarop het lidmaatschap in werking treedt.

Artikel

39

Artikel

40

Artikel

41

Artikel

42

De waarde van de afgezette productie die is gerealiseerd door verkoop van producten van leden die op 1 januari van het uitvoeringsjaar waarvoor de waarde van de afgezette productie wordt berekend niet meer bij de producentenorganisatie zijn aangesloten, wordt aantoonbaar uit de waarde van de afgezette productie van de producentenorganisatie verwijderd voor het betreffende jaar.

Artikel

43

Hoofdstuk

2

Beheer van het actiefonds

Artikel

44

Artikel

45

Artikel

46

Hoofdstuk

1*

Eisen aan operationele programma’s

Artikel

47

Artikel

48

Artikel

49

De beschrijving van de uitgangssituatie, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, van verordening 2017/892 bevat een SWOT analyse waarin tenminste:

  • a.

    een beschrijving en onderbouwing is opgenomen van de sterke en zwakke punten van de producentenorganisatie, en

  • b.

    een beschrijving en onderbouwing is opgenomen van de kansen en bedreigingen voor de producentenorganisatie bij het realiseren van de visie, bedoeld in artikel 48, en de strategische doelen, bedoeld in artikel 47, van de producentenorganisatie.

Artikel

50

In de beschrijving van de doelen, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, van verordening 2017/892, onderbouwt de producentenorganisatie aan de hand van de SWOT analyse, bedoeld in artikel 49, de keuze om de strategische doelen, bedoeld in artikel 47, wel of niet na te streven met het operationeel programma.

Artikel

51

Artikel

53

Hoofdstuk

2*

Indienen, wijzigen en stopzetten operationeel programma

Artikel

54

Artikel

55

Artikel

56

Artikel

57

Artikel

58

Indien een producentenorganisatie of unie van producentenorganisaties de uitvoering van haar operationele programma voor het einde van de geplande looptijd ervan stopzet, meldt zij dit onverwijld aan de minister.

Artikel

59

Een verzoek om bij fusie operationele programma’s parallel uit te voeren tot het einde van de looptijd, als bedoeld in artikel 15, tweede lid, van verordening 2017/891, wordt ingediend voor 15 juli van het jaar van de fusie.

Hoofdstuk

3

Algemene voorschriften voor subsidiale uitgaven

Titel

1

Algemeen

Artikel

60

Artikel

61

Indien subsidiabele uitgaven worden onderbouwd met een factuur:

  • a.

    wordt deze geaccordeerd door de projectleider die verantwoordelijk is voor de uitvoering van de activiteit waarvoor de uitgaven zijn gedaan, en

  • b.

    bevat deze een omschrijving waaruit blijkt:

    • 1°.

      welke werkzaamheden zijn uitgevoerd of diensten zijn aangekocht, en

    • 2°.

      waar en wanneer deze werkzaamheden of diensten zijn uitgevoerd of aangekocht.

Artikel

62

Bij het bepalen van de factuurdatum van de laatste factuur voor een duurzaam productiemiddel worden facturen voor eventueel onvoorzien meerwerk niet meegerekend.

Titel

2

Personeelskosten

Artikel

63

Onder personeelskosten als bedoeld in punt twee van bijlage III van verordening 2017/891 worden verstaan:

  • a.

    de loonkosten voor personeel in dienst van:

    • 1°.

      de producentenorganisatie, of

    • 2°.

      een dochteronderneming die voor minimaal 90% eigendom is van de producentenorganisatie;

  • b.

    de kosten voor het inhuren van gedetacheerd personeel en uitzendkrachten ingehuurd door de in onderdeel a genoemde ondernemingen, en

  • c.

    de arbeidskosten van:

    • 1°.

      een lid, indien het lid een natuurlijk persoon is, of

    • 2°.

      de eigenaar of directeur van een lid, indien het lid een rechtspersoon is.

Artikel

64

Artikel

65

Artikel

66

Artikel

67

Artikel

68

Titel

3

Duurzame productiemiddelen

Afdeling

1

Algemeen

Artikel

69

Artikel

70

Artikel

71

Investeringen die voor 1 januari 2008 reeds in een operationeel programma waren opgenomen en ook na 1 januari 2008 nog in een operationeel programma zijn opgenomen, zijn voor het deel dat betrekking heeft op de periode voor 1 januari 2008 subsidiabel naar rato van het aandeel van de investering dat wordt gebruikt voor producten waarvoor de producentenorganisatie is erkend.

Artikel

72

Artikel

73

Artikel

74

Artikel

75

Artikel

76

Artikel

77

Artikel

78

Indien een producentenorganisatie, unie van producentenorganisaties of dochteronderneming die voor minimaal 90% eigendom is van de producentenorganisatie of unie van producentenorganisaties duurzame productiemiddelen gedurende de periode, bedoeld in artikel 77, verkoopt en niet vervangt, wordt de Uniesteun die is betaald voor de duurzame productiemiddelen naar evenredigheid van het aantal volledige jaren dat resteert tot het einde van die periode door de minister gerecupereerd, overeenkomstig artikel 31, zesde lid, van verordening 2017/891.

Artikel

79

Artikel

80

Artikel

81

Indien een producentenorganisatie of unie van producentenorganisaties uitgaven voor een investering in een duurzaam productiemiddel in identieke tranches in de steunaanvraag opneemt, als bedoeld in artikel 31, zesde lid, van verordening 2017/891, wordt de eerste tranche niet eerder opgenomen dan in de steunaanvraag die de periode betreft die de factuurdatum van de laatste factuur voor het duurzame productiemiddel omvat.

Artikel

82

Artikel

83

Artikel

84

Artikel

85

Artikel

86

Producentenorganisaties houden voor alle duurzame productiemiddelen die zijn opgenomen in een lopend operationeel programma, met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar gesteld middel, een actueel register bij.

Artikel

87

Afdeling

2

Duurzame productiemiddelen voor maatregelen op het gebied van energiebesparing, verbetering van de waterkwaliteit, waterbesparing en mineralenbesparing

Artikel

88

Artikel

89

Artikel

90

Artikel

91

Titel

4

Overige kosten

Artikel

92

Artikel

93

Artikel

94

Artikel

95

Hoofdstuk

4

Subsidiabele activiteiten

Titel

1

Verduurzaming

Afdeling

1

Algemene bepalingen

Artikel

96

Uitgaven van de producentenorganisatie voor activiteiten ter realisatie van het strategisch doel, bedoeld in artikel 47, eerste lid, onderdeel a, en ter uitvoering van de maatregel, bedoeld in artikel 2, onderdeel f, onder vii, van verordening 2017/891, zijn subsidiabel, indien wordt voldaan aan:

Artikel

97

De minister kan subsidie voor in het operationeel programma opgenomen milieuacties aanpassen wanneer het relevante referentieniveau wijzigt.

Artikel

98

Artikel

99

Investeringen in duurzame productiemiddelen die op grond van deze afdeling subsidiabel zijn kunnen gedurende de bedrijfseconomische levensduur vervangen worden, indien er significante milieuvoordelen zijn.

Afdeling

2

Uitgaven ten behoeve van aankoop van vaste activa en andere vormen van verwerving van vaste activa

Artikel

100

Artikel

101

Artikel

102

Uitgaven voor hygiënesluizen en hygiënestations ter voorkoming van insleep van ziekten in kassen door medewerkers en bezoekers zijn subsidiabel indien de sluis de enige toegang vormt tot de te betreden ruimte onder quarantaine.

Artikel

103

Artikel

104

Artikel

105

Artikel

106

Artikel

107

Artikel

108

Artikel

109

Artikel

110

Artikel

111

Uitgaven voor investeringen in zelfpersende containers zijn subsidiabel.

Artikel

112

Artikel

113

Afdeling

3

Uitgaven voor overige activiteiten ten behoeve van biologische productie

Artikel

114

Ter uitvoering van artikel 30, vierde lid, van verordening 2017/891 kunnen in uitzonderlijke gevallen de werkelijke kosten van milieuacties, anders dan de verwerving van vaste activa, subsidiabel worden gesteld indien de producentenorganisatie in haar operationeel programma onderbouwt dat dit, gezien de hoogte van de werkelijk uit de milieuactie voortvloeiende kosten, nodig is om rekening te houden met de specifieke omstandigheden van de milieuactie.

Artikel

115

Artikel

116

Artikel

117

Afdeling

4

Uitgaven voor overige activiteiten ten behoeve van geïntegreerde productie

Artikel

118

Ter uitvoering van artikel 30, vierde lid, van verordening 2017/891 kunnen in uitzonderlijke gevallen de werkelijke kosten van milieuacties, anders dan de verwerving van vaste activa, subsidiabel worden gesteld indien de producentenorganisatie in haar operationeel programma onderbouwt dat het, gezien de hoogte van de werkelijk uit de milieuactie voortvloeiende kosten, nodig is om rekening te houden met de specifieke omstandigheden van de milieuactie.

Artikel

119

Artikel

120

Artikel

121

Artikel

122

Uitgaven voor middelen voor biologische of geïntegreerde gewasbescherming en het voorkomen van ziekten en plagen zijn subsidiabel indien het uitgaven betreft voor:

  • a.

    macrobiologische bestrijders en aaltjes, die zijn toegelaten op grond van de Regeling natuurbescherming;

  • b.

    microbiologische bestrijders die zijn toegelaten op grond van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden;

  • c.

    overige gewasbeschermingsmiddelen van natuurlijke oorsprong die zijn toegelaten op grond van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden;

  • d.

    middelen voor feromoonverwarring die zijn toegelaten op grond van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden;

  • e.

    feromonen als lokstof in vallen of op rollertraps en vangplaten;

  • f.

    vangplaten en rollertraps;

  • g.

    kalkmelk voor de fruitteelt;

  • h.

    organismen, voeding en middelen voor dosering ter ondersteuning van biologische gewasbescherming, en

  • i.

    bakken om eitjes, poppen of larven van fruitvliegen te doden.

Artikel

123

Artikel

124

Artikel

125

Afdeling

5

Uitgaven voor activiteiten om afvalproductie te verminderen en afvalbeheer te verbeteren

Artikel

126

Ter uitvoering van artikel 30, vierde lid, van verordening 2017/891 kunnen in uitzonderlijke gevallen de werkelijke kosten van milieuacties, anders dan de verwerving van vaste activa, subsidiabel worden gesteld indien de producentenorganisatie in haar operationeel programma onderbouwt dat het, gezien de hoogte van de werkelijk uit de milieuactie voortvloeiende kosten, nodig is om rekening te houden met de specifieke omstandigheden van de milieuactie.

Artikel

127

Afdeling

6

Uitgaven voor overige activiteiten

Artikel

128

Titel

2

Marktgericht produceren

Afdeling

1

Activiteiten gericht op productieplanning

Artikel

129

Uitgaven van de producentenorganisatie voor activiteiten ter realisatie van het strategisch doel marktgericht produceren, bedoeld in artikel 47, eerste lid, onderdeel b, en ter uitvoering van de maatregel, bedoeld in artikel 2, onderdeel f, onder i, van verordening 2017/891, zijn subsidiabel, indien wordt voldaan aan:

Paragraaf

1

Duurzame productiemiddelen

Artikel

130

Paragraaf

2

Uitgaven voor overige kosten

Artikel

131

Indien dit noodzakelijk is voor het functioneren van de belichtingsinstallatie, bedoeld in artikel 130, eerste lid, zijn uitgaven van de producentenorganisatie voor de aansluiting van een extern trafostation van het energiebedrijf of de verzwaring van de netkoppeling op de warmte-krachtkoppelingsinstallatie, inclusief personeelskosten, subsidiabel.

Afdeling

2

Activiteiten gericht op verbetering of handhaving van productkwaliteit

Artikel

132

Uitgaven van de producentenorganisatie voor activiteiten ter realisatie van het strategisch doel marktgericht produceren, bedoeld in artikel 47, eerste lid, onderdeel b, en ter uitvoering van de maatregel, bedoeld in artikel 2, onderdeel f, onder ii, van verordening 2017/891, zijn subsidiabel, indien wordt voldaan aan:

Paragraaf

1

Uitgaven voor duurzame productiemiddelen

Artikel

133

Artikel

134

Paragraaf

2

Uitgaven voor overige kosten

Artikel

135

Artikel

136

Afdeling

3

Activiteiten gericht op verhoging van de commerciële waarde en afzetverbetering

Artikel

137

Uitgaven van de producentenorganisatie voor activiteiten ter realisatie van het strategisch doel marktgericht produceren, bedoeld in artikel 47, eerste lid, onderdeel b, en ter uitvoering van de maatregel, bedoeld in artikel 2, onderdeel f, onder iii, van verordening 2017/891, zijn subsidiabel, indien wordt voldaan aan:

Paragraaf

1

Duurzame productiemiddelen

Artikel

138

Artikel

139

Artikel

140

Artikel

141

Artikel

142

Artikel

143

Paragraaf

2

Overige kosten/activiteiten

Artikel

144

Artikel

145

Artikel

146

Artikel

147

Artikel

148

Artikel

149

Artikel

150

Artikel

151

Artikel

152

Artikel

153

Titel

3

Versterking afzetstructuur

Afdeling

1

Activiteiten gericht op productieplanning

Artikel

154

Uitgaven van de producentenorganisatie voor activiteiten ter realisatie van het doel versterking afzetstructuur, bedoeld in artikel 47, tweede lid, en ter uitvoering van de maatregel, bedoeld in artikel 2, onderdeel f, onder i, van verordening 2017/891, zijn subsidiabel, indien wordt voldaan aan:

Paragraaf

1

Uitgaven voor duurzame productiemiddelen

Artikel

155

Artikel

156

Artikel

157

Artikel

158

Artikel

159

In geval van uitgaven voor het huren van koelsystemen als bedoeld in artikel 157, eerste lid, of conditioneringssystemen als bedoeld in artikel 158, eerste lid, overlegt de producentenorganisatie ter uitvoering van artikel 31, eerste lid, en punt 10 van bijlage III van verordening 2017/891 jaarlijks bij het indienen van de steunaanvraag aan de minister een bewijs van die uitgaven, bestaande uit een registratie van de in- en uitslag.

Paragraaf

2

Uitgaven voor overige activiteiten

Artikel

160

Artikel

161

Uitgaven voor licenties voor aanvoermodules voor systemen voor aanvoerprognoses en areaalenquêtes als bedoeld in artikel 155, inclusief personeelskosten, gedaan voor het einde van het kwartaal dat de factuurdatum van de laatste factuur voor de aanvoermodule omvat, zijn eenmalig subsidiabel.

Artikel

162

Afdeling

2

Activiteiten gericht op verhoging van de commerciële waarde en afzetverbetering

Artikel

163

Uitgaven van de producentenorganisatie voor activiteiten ter realisatie van het doel versterking afzetstructuur, bedoeld in artikel 47, tweede lid, en ter uitvoering van de maatregel, bedoeld in artikel 2, onderdeel f, onder iii, van verordening 2017/891, zijn subsidiabel, indien wordt voldaan aan:

Paragraaf

1

Uitgaven voor duurzame productiemiddelen

Artikel

164

Artikel

165

Artikel

166

Artikel

167

Paragraaf

2

Uitgaven voor overige activiteiten

Artikel

168

Uitgaven van producentenorganisaties voor ICT systemen voor markt en afzet, bedoeld in artikel 164, eerste lid, inclusief personeelskosten, zijn subsidiabel indien het gaat om de kosten van de benodigde aanpassingen van het systeem en de interface, inclusief de benodigde aanpassingen ten behoeve van de werking van de interface, met:

  • a.

    een aanvoerregistratiesysteem;

  • b.

    een verkoopsysteem;

  • c.

    een verladingssysteem;

  • d.

    een orderregistratiesysteem, of

  • e.

    een facturatiesyteem

Artikel

169

Artikel

170

Afdeling

3

Onderzoeksactiviteiten en activiteiten gericht op experimentele productie

Artikel

171

Uitgaven van de producentenorganisatie voor activiteiten ter realisatie van het doel versterking afzetstructuur, bedoeld in artikel 47, tweede lid, en ter uitvoering van de maatregel, bedoeld in artikel 2, onderdeel f, onder iv, van verordening 2017/891, zijn subsidiabel, indien wordt voldaan aan:

Paragraaf

1

Uitgaven voor overige activiteiten

Artikel

172

Uitgaven van de producentenorganisatie voor activiteiten ten behoeve van versterking van de interne structuur van de producentenorganisatie door professionalisering van de producentenorganisatie richting de markt, inclusief personeelskosten, zijn subsidiabel, indien het gaat om de kosten voor:

  • a.

    onderzoek naar activiteiten van de producentenorganisatie op het gebied van:

    • 1°.

      afzet;

    • 2°.

      logistiek;

    • 3°.

      kwaliteit;

    • 4°.

      milieubescherming, en

    • 5°.

      teelttechnisch onderzoek.

  • b.

    experimentele productie.

Afdeling

4

Opleidingsactiviteiten, uitwisseling van beste praktijken en activiteiten ter bevordering van toegang tot adviesdiensten

Artikel

173

Uitgaven van de producentenorganisatie voor activiteiten ter realisatie van het doel versterking afzetstructuur, bedoeld in artikel 47, tweede lid, en ter uitvoering van de maatregel, bedoeld in artikel 2, onderdeel f, onder v, van verordening 2017/891, zijn subsidiabel, indien wordt voldaan aan:

Artikel

174

Paragraaf

1

Uitgaven voor overige activiteiten

Artikel

175

Artikel

176

Uitgaven voor activiteiten ten behoeve van versterking van de interne structuur van de producentenorganisatie door professionalisering richting de markt zijn subsidiabel, indien het gaat om de kosten van inhuur van externe deskundigen voor activiteiten van de producentenorganisatie op het gebied van:

  • a.

    afzet;

  • b.

    logistiek;

  • c.

    kwaliteit;

  • d.

    milieubescherming, en

  • e.

    teelttechniek.

Artikel

177

Artikel

178

Bij de indiening van de steunaanvraag verstrekt de producentenorganisatie in geval van uitgaven voor advies en begeleiding ten behoeve van de teelttechniek, bedoeld in artikel 176, onderdeel e, informatie daarover aan de minister per lid per gewas, met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar gesteld middel.

Artikel

179

Uitgaven van de producentenorganisatie voor advies en begeleiding ten behoeve van de teelt in geval van biologische productie, inclusief personeelskosten, zijn subsidiabel indien:

  • a.

    het gaat om:

    • 1°.

      biologische teelt;

    • 2°.

      bodemvruchtbaarheid;

    • 3°.

      biologische bemesting;

    • 4°.

      compostering;

    • 5°.

      vruchtwisseling;

    • 6°.

      rassenkeuze;

    • 7°.

      biologische bestrijding en biologisch evenwicht, of

    • 8°.

      biologische teelttechniek;

  • b.

    voldaan is aan de bepalingen opgenomen in verordening 834/2007, en verordening 889/2008, en

  • c.

    deelnemende leden van de producentenorganisatie beschikken over een geldig Skal certificaat of een bevestiging van Stichting Skal dat het bedrijf van het lid in omschakeling is naar biologische productie.

Artikel

180

Artikel

181

Afdeling

5

Activiteiten gericht op crisispreventie en crisisbeheer

Paragraaf

1

Algemene bepalingen inzake crisispreventie maatregelen

Artikel

182

Uitgaven van de producentenorganisatie voor activiteiten ter realisatie van het doel versterking afzetstructuur, bedoeld in artikel 47, tweede lid, en ter uitvoering van de maatregel, bedoeld in artikel 2, onderdeel f, onder vi, van verordening 2017/891, zijn subsidiabel, indien wordt voldaan aan:

Paragraaf

2

Uitgaven ten behoeve van afzetbevorderings- en communicatieactiviteiten

Artikel

183

Artikel

184

Paragraaf

3

Uitgaven ten behoeve van het uit de markt nemen van producten

Artikel

185

Artikel

186

Artikel

187

De minister stelt de door de lidstaten vast te stellen maximale steunbedragen, bedoeld in artikel 45, eerste lid, van verordening 2017/891 vast.

Artikel

188

Artikel

189

Artikel

190

Uit de bewijsstukken bedoeld in artikel 16, tweede lid, van verordening 2017/892 blijkt:

  • a.

    vanaf welk adres de uit de markt genomen producten bestemd voor gratis uitreiking vervoerd zijn;

  • b.

    het adres waar de uit de markt genomen goederen bestemd voor gratis uitreiking zijn afgeleverd aan een voedselbank als bedoeld in artikel 188, eerste lid, en

  • c.

    het aantal afgelegde kilometers.

Paragraaf

4

Uitgaven ten behoeve van het groen oogsten of niet oogsten van groenten en fruit

Artikel

191

Artikel

192

De minister stelt de voor groen oogsten en niet oogsten te betalen vergoedingen, vast overeenkomstig artikel 48, vierde lid, van verordening 2017/891.

Artikel

193

Artikel

194

Voor producten waarvan de normale oogst reeds begonnen is maar die een langere oogstperiode dan een maand hebben wordt de resterende oogstcapaciteit door de producentenorganisatie ten genoegen van de minister bepaald aan de hand van:

  • a.

    afleverbonnen van de planten;

  • b.

    de normale productiecyclus van een gewas, en

  • c.

    de oorspronkelijk geplande ruimdatum.

Artikel

195

Paragraaf

5

Uitgaven ten behoeve van oogstverzekering

Artikel

196

Afdeling

6

Andere activiteiten

Artikel

197

Uitgaven van de producentenorganisatie voor activiteiten ter realisatie van het doel versterking afzetstructuur, bedoeld in artikel 47, tweede lid, en ter uitvoering van de maatregel, bedoeld in artikel 2, onderdeel f, onder viii, van verordening 2017/891, zijn subsidiabel, indien wordt voldaan aan:

Paragraaf

1

Uitgaven voor andere activiteiten

Artikel

198

Uitgaven van de producentenorganisatie voor activiteiten ten behoeve van versterking van de interne structuur van de producentenorganisatie door fusies en overnames zijn subsidiabel, indien het gaat om:

  • a.

    de juridische kosten en administratiekosten, en

  • b.

    de kosten van haalbaarheidsstudies.

Artikel

199

Deel

5

Steunaanvraag, voorschotten en gedeeltelijke betalingen

Artikel

200

Indien een uitgave afwijkt van de in het operationele programma opgenomen begroting voor een uitgavenpost voor een activiteit, wordt deze afwijking in de steunaanvraag voldoende gemotiveerd.

Artikel

201

Artikel

202

Artikel

203

Artikel

204

Artikel

205

Producentenorganisaties overleggen ter uitvoering van artikel 27 van verordening 2017/892 jaarlijks tegelijk met de indiening van de steunaanvraag:

  • a.

    een digitale ledenlijst per 1 januari van het jaar volgend op het jaar waarop de steunaanvraag betrekking heeft met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar gesteld middel;

  • b.

    een overzicht van de leden die gedurende het jaar waarop de steunaanvraag betrekking heeft zijn uitgetreden, onder vermelding van de datum van uittreding, met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar gesteld middel, en

  • c.

    een parafenlijst van tekeningbevoegde personen binnen de producentenorganisatie.

Artikel

206

Artikel

207

Artikel

208

Artikel

209

Indien een producentenorganisatie werkt met een administratie van dertien perioden wordt, voor de toepassing van de artikelen 206, 207 en 208, onder kwartaal verstaan één keer een tijdvak van vier perioden en drie keer een tijdvak van drie perioden.

Artikel

210

Deel

6

Rapportageverplichtingen

Artikel

211

Ter uitvoering van artikel 54, onderdeel b, van verordening 2017/891 overleggen producentenorganisaties en unies van producentenorganisaties jaarlijks, uiterlijk op 25 oktober, aan de minister de informatie, bedoeld in bijlage V van verordening 2017/891, met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar gesteld middel.

Artikel

212

Het jaarverslag over de uitvoering van operationele programma’s dat samen met de steunaanvraag wordt ingediend ingevolge artikel 21, tweede lid, van verordening 2017/892, bevat ten aanzien van de tijdens het vorig jaar uitgevoerde operationele programma:

  • a.

    een beschrijving van de geplande en daadwerkelijke uitgevoerde werkzaamheden voor het betreffende jaar per activiteit;

  • b.

    een motivering van afwijkingen tussen geplande en daadwerkelijke uitgevoerde werkzaamheden als bedoeld in onderdeel a;

  • c.

    een beschrijving per activiteit van de geplande en daadwerkelijk bereikte realisatie voor het betreffende jaar van de in het goedgekeurde operationele programma vastgestelde meetbare streefdoelen als bedoeld in artikel 51, eerste lid, onderdeel c;

  • d.

    een motivering van afwijkingen tussen geplande en de daadwerkelijk bereikte realisatie, bedoeld in onderdeel c;

  • e.

    een beschrijving van de bijdrage die de uitvoering van het operationeel programma in het betreffende jaar geleverd heeft aan de realisatie van het operationeel programma, met name de strategische doelen, bedoeld in artikel 47, eerste en tweede lid;

  • f.

    een beschrijving van de, als gevolg van de afwijkingen, bedoeld in onderdeel d, noodzakelijke aanpassingen van de meetbare streefdoelen, bedoeld in artikel 51, eerste lid, onderdeel c;

  • g.

    een beschrijving en onderbouwing van de geplande en daadwerkelijke bijdrage die de gerealiseerde werkzaamheden in het betreffende jaar per project hebben geleverd aan de realisatie van:

  • h.

    een motivering van afwijkingen tussen de geplande en daadwerkelijk gerealiseerde bijdrage, bedoeld in onderdeel g.

Artikel

213

Deel

7

Uitbreiding van voorschriften en verplichte financiële bijdragen

Artikel

214

Paragraaf 5 van de Regeling producenten- en brancheorganisaties is van overeenkomstige toepassing op producentenorganisaties en unies van producentenorganisaties.

Artikel

215

Artikel

216

Een verzoek als bedoeld in de artikelen 164, eerste lid of 165, of een zienswijze als bedoeld in artikel 165, wordt ingediend met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar gesteld middel.

Artikel

217

De minister wijst een verzoek als bedoeld in artikel 164, eerste lid, of 165 van verordening 1308/2013 uiterlijk toe tot en met 31 december 2020.

Deel

8

Sancties

Artikel

219

Artikel

220

Artikel

221

Artikel

222

Artikel

223

Artikel

224

Indien uit een onderzoek als bedoeld in artikel 60, eerste lid, van verordening 2017/891 blijkt dat sprake is van fraude, worden de kosten van dit onderzoek ten laste van de producentenorganisaties gebracht.

Artikel

225

Bij samenloop van diverse subsidieverlagende factoren als bedoeld in de artikelen 219 tot en met 223 bedraagt de totale subsidieverlaging, indien er geen sprake is van opzet of grove nalatigheid, niet meer dan 50 procent.

Deel

9

Wijziging van andere regelingen

Artikel

226

Wijzigt de Regeling producenten- en brancheorganisaties.

Artikel

227

Wijzigt de Regeling uitvoering GMO groenten en fruit.

Deel

10

Slotbepalingen

Artikel

228

Artikel

229

Artikel

231

Deze regeling treedt in werking met ingang van 15 juli 2017, met uitzondering van artikel 227, dat in werking treedt met ingang van 14 juli 2017.

Artikel

232

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling uitvoering GMO groenten en fruit 2017.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage
De Staatssecretaris van Economische Zaken, M.H.P. van Dam

Bijlage

I

Niet limitatieve lijst van niet subsidiaire uitgaven en investeringen

  • 1.

    investeringen in kassen en tunnels;

  • 2.

    investeringen in substraat;

  • 3.

    investeringen in teeltgoten, teeltbakken en teeltstellingen;

  • 4.

    investeringen in dekwassers;

  • 5.

    investeringen in diamantglas;

  • 6.

    investeringen in verduisteringsschermen en zonwerende materialen;

  • 7.

    investeringen in vervroegingsdoek inclusief vliesdoek ter wering van insecten;

  • 8.

    investeringen in waterbassins;

  • 9.

    investeringen in uv-ontsmetting en drainwaterontsmetting ten behoeve van de recirculatie van water in de pré-oogstfase;

  • 10.

    investeringen in oogstmachines;

  • 11.

    investeringen in klimaatcomputers, meet- en regelapparatuur, tenzij deze op grond van andere punten specifiek subsidiabel zijn verklaard;

  • 12.

    investeringen in vernevelingsinstallaties; tenzij deze op grond van andere punten specifiek subsidiabel zijn verklaard; beregeningsinstallaties

  • 13.

    investeringen in watergoten;

  • 14.

    investeringen in verwarmingsbuizen, warmwaterslangen en leidingwerk (tenzij deze op grond van andere punten specifiek subsidiabel zijn verklaard);

  • 15.

    investeringen in bladzuigers;

  • 16.

    uitgaven voor water- en bodem- en bladanalyses voor bepaling hoeveelheid N en P;

  • 17.

    uitgaven voor verpakkingsmateriaal en werkzaamheden ten behoeve van het verpakken en marktklaarmaken van producten;

  • 18.

    investeringen in (magazijn) stellingen;

  • 19.

    investeringen in spuitleidingen;

  • 20.

    investeringen in biobranders;

  • 21.

    investeringen in elektrische hef- en pallettrucks;

  • 22.

    investeringen in palletkantelaars;

  • 23.

    uitgaven voor afdichtingsmateriaal ten behoeve van champignoncellen;

  • 24.

    uitgaven voor looftrekdoeken;

  • 25.

    uitgaven voor stomen van materialen in de kas;

  • 26.

    uitgaven voor messen ter voorkoming van verspreiding van virussen.

Bijlage

II

Subsidiabele en niet-subsidiabele ruimte

Deel

1

Subsidiabele ruimte

  • 1.

    inpandige deel van een dock, waarbij

    • a.

      de oppervlakte van het dock wordt niet meegerekend in de berekening van de subsidiabele oppervlakte, en

    • b.

      bij berekening van de oppervlakte voor de aankoop van de grond voor een dock wordt uitgegaan van een oppervlakte van 200 m2;

  • 2.

    dozenopzetruimte;

  • 3.

    fustopslag of fustloods;

  • 4.

    goederenlift van en naar ruimtes waar subsidiabele activiteiten plaatsvinden;

  • 5.

    jassenstraat;

  • 6.

    kantine en lunchruimte, indien

    • a.

      het personeel geen alternatief op de locatie kan worden geboden;

    • b.

      dergelijke ruimten in het kader van maatregelen voor hygiëne en voedselveiligheid noodzakelijk zijn, en

    • c.

      de producentenorganisatie voor deze ruimte beschikt over:

      • 1°.

        een HACCP certificaat;

      • 2°.

        een BRC certificaat;

      • 3°.

        een IFS certifcaat, of

      • 4°.

        een certificaat van een gelijkwaardig kwaliteitszorgsysteem;

  • 7.

    keuken, indien

    • a.

      deze ruimte in het kader van maatregelen voor hygiëne en voedselveiligheid noodzakelijk is, en

    • b.

      de producentenorganisatie voor deze ruimte beschikt over:

      • 1°.

        een HACCP certificaat;

      • 2°.

        een BRC certificaat;

      • 3°.

        een IFS certifcaat, of

      • 4°.

        een certificaat van een gelijkwaardig kwaliteitszorgsysteem;

  • 8.

    keurruimte en keurmeesterskantoor voor product waarvoor de producentenorganisatie erkend is;

  • 9.

    koelcellen en ruimte voor de koelinstallatie;

  • 10.

    kratten- of fustwasserij;

  • 11.

    laad- of loodskantoor;

  • 12.

    label- en stickerruimte;

  • 13.

    luchtbrug, entresol, galerij of balustrade;

  • 14.

    machinekamer of CV-ruimte, indien daar subsidiabele machines worden geplaatst;

  • 15.

    noodstroomaggregaat;

  • 16.

    noodtrap of vluchttrappenhuis van en naar ruimtes waar subsidiabele activiteiten plaatsvinden;

  • 17.

    opslagruimte voor verpakkingsmateriaal;

  • 18.

    ruimte voor bewaarproeven of shelve life room;

  • 19.

    sanitair, wasgelegenheden, kleedruimten, toiletten, indien

    • a.

      deze ruimten in het kader van maatregelen voor hygiëne en voedselveiligheid noodzakelijk zijn;

    • b.

      deze ruimten bestemd zijn voor personeel dat werkzaam is in het sorteer- en verpakproces en zo gelegen zijn dat aannemelijk is dit personeel hier gebruik van maakt, en

    • c.

      de producentenorganisatie voor deze ruimte beschikt over:

      • 1°.

        een HACCP certificaat;

      • 2°.

        een BRC certificaat;

      • 3°.

        een IFS certifcaat, of

      • 4°.

        een certificaat van een gelijkwaardig kwaliteitszorgsysteem;

  • 20.

    traforuimte;

  • 21.

    verladings- of expeditieruimte, of

  • 22.

    verpak- en sorteerruimte.

Deel

2

Niet subsidiabele ruimte

2.1 Inpandig

  • 1.

    archiefruimte;

  • 2.

    berging, werkkasten en schoonmaakkasten;

  • 3.

    ruimten voor bedrijfshulpverlening of eerste hulp verlening;

  • 4.

    chauffeursruimte;

  • 5.

    dealingroom of afmijnzaal;

  • 6.

    excursiebordes;

  • 7.

    gang of hal;

  • 8.

    kantoor;

  • 9.

    kledingwasserij;

  • 10.

    ontspanningsruimte;

  • 11.

    ontvangsthal, entree of receptie;

  • 12.

    ruimte voor P&O-faciliteiten;

  • 13.

    ruimte voor paspoortcontrole;

  • 14.

    presentatieruimte, projectieruimte of exclusieve ruimte;

  • 15.

    rookruimte en afgescheiden kantine voor rokers;

  • 16.

    serverruimte;

  • 17.

    spreekkamer;

  • 18.

    ruimte voor technische dienst of technische ruimte;

  • 19.

    terras of patio, of

  • 20.

    vergaderruimte of overlegruimte.

2.2 Buiten

  • 1.

    terreinverharding;

  • 2.

    groenvoorziening, inclusief groen- en grindstroken rondom gebouwen;

  • 3.

    ontsluiting op de openbare weg;

  • 4.

    parkeerterrein of Parkeergarage, of

  • 5.

    fietsenstalling.

2.3 Overig

  • 1.

    verhuurde ruimtes;

  • 2.

    ruimtes die niet in eigendom zijn van de producentenorganisatie, of

  • 3.

    overige opslagruimten.

Bijlage

III

Subsidiabele en niet-subsidiabele elementen bij nieuwbouw en volledige verbouwing (inclusief koelhuizen)

1.0

1.1

1.2

1.3

1.4

1.5

1.6

1.7

Voorbereidingen en overdracht

grondonderzoek

bodemonderzoek

sondering

architect / teken- en constructiewerk (staal- en fundering)

bouwkundig advies/deskundigenkosten

projectmanagement/bouwbegeleiding/ toezicht

notariële kosten

1.0

1.1

1.2

1.3

1.4

1.5

1.6

Voorbereidingen en overdracht

bouwaanvragen (bij gemeente)

milieuaanvragen (bij gemeente)

Construction all risk verzekering

rentekosten

bankgaranties

leges, kadastrale tarieven

2.0

2.1

2.2

2.3

2.4

2.5

2.6

2.7

2.8

2.9

Bouwplaatsvoorzieningen

loodsen en keten

beschikbaarstelling personeel

schoonmaak en preventief onderhoud

inrichting werkterrein

tijdelijke terreinverharding

(peil) uitzetten of maatvoering

bouwstroom en -water

tijdelijke elektriciteitsvoorzieningen

overige tijdelijke voorzieningen bij de bouw

2.0

2.1

2.2

2.3.

Bouwplaatsvoorzieningen

afsluitingen

reclame voor de aannemer

vuilafvoer

3.0

3.1

3.2

3.3

3.4

Grondwerk – bouwrijp maken

ontgraven van de grond

verwerken van grond en grondvervangende materialen

verdichten van grond

aanvulwerkzaamheden

3.0

3.1

3.2

3.3.

Grondwerk – bouwrijp maken

sloopwerkzaamheden (onder meer hak, breek en graafwerk van betonresten / asfalt / bestaande bebouwing)

rooiwerkzaamheden

demontagekosten, tenzij de onderdelen voor de betreffende investering worden hergebruikt

4.0

Buitenriolering en drainage

5.0

5.1

5.2

5.3

Terreinverharding (inpandig)

beton- of asfaltverharding

verhardingslagen van steenmengsel

geleidingscontructies

vloercoatingº

5.0

5.0

5.1

5.2

5.3

5.4

Terreinverharding (in- en uitpandig)

niet subsidiabele voorzieningen zoals

parkeerplaatsen en (openbare) weg

bewegwijzering

stoplichten

belijning

6.0

Funderingspalen

7.0

Betonwerk

8.0

Metselwerk

9.0

Vooraf vervaardigde steenachtige elementen

10.0

Metaalconstructiewerk

11.0

Kozijnen, ramen en deuren

12.0

Systeembekleding

13.0

13.1

13.2

Trappen en balustrade

vaste trappen naar subsidiabele ruimtes

balustraden

13.0

13.1

Trappen en balustrade

naar niet subsidiabele ruimtes, bijvoorbeeld kantoren

14.0

Beglazing

15.0

Stukadoorswerk

16.0

Tegelwerk

17.0

Dekvloeren en vloersystemen

18.0

Metaal- en kunststofwerk

19.0

Plafond- en wandsystemen

20.0

Afbouwtimmerwerk

21.0

Schilderwerk

22.0

Dakgoten en hemelwaterafvoeren

23.0

Binnenriolering

24.0

Waterinstallaties

25.0

25.1

25.2

Binneninrichting

keukenblok met blad, spoelbak en mengkraan

banken, kapstokken, lockers voor kleedkamer

25.0

25.1

25.2

25.3

25.4

25.5

Binneninrichting

kasten

werk- en buffetbladen

stelposten

geluidsinstallatie/telefoon e.d.

entree, receptie, ontvangstruimte (incl. sanitair)

26.0

Behangwerk, vloerdekking en stoffering

26.0

26.1

26.2

26.3

Behangwerk, vloerdekking en stoffering

behang

vloerbedekking

stoffering

27.0

27.1

27.2

27.3

27.4

27.5

Sanitair

douchecombinaties

closet- en urinoircombinaties

wastafel- en wastrogcombinaties

kranen en kraanafvoercombinaties

wateraanvoer

27.0

27.1

Sanitair

toebehoren sanitair

28.0

28.1

28.2

28.3

Brandbestrijdingsinstallaties

Brandblustoestellen/bluswatervoorziening

sprinklerinstallatie

brandwand of gordijn

29.0

29.1

29.2

29.3

29.4

Brand, toegang- en inbraakbeveiliging

brand- toegangs- en inbraaksysteem

toegangcontrole-installatie

camera observatiesysteem

codesloten

29.0

29.1

Brand, toegang- en inbraakbeveiliging

aansluiting meldkamer/bewakingsdienst

30.0

Verwarmingsinstallaties

31.0

Ventilatie- en luchtbehandelingsinstallaties

32.0

Koeling