Beleidsregel ontheffingverlening voertuigen met geautomatiseerde functies

§

1

Algemeen

Artikel

1

Definities

§

2

Aanvragen ontheffingen algemeen

Artikel

3

Aanvraag

Artikel

4

Wijze van indienen van de aanvraag

Indiening van aanvragen kan uitsluitend schriftelijk plaatsvinden.

Artikel

5

Intrekken van de aanvraag

Een ontheffingsaanvraag kan uitsluitend schriftelijk door de indiener worden ingetrokken.

§

3

Beoordeling aanvraag

Artikel

6

Schriftelijke stukken

Artikel

7

Startbijeenkomst

Artikel

8

Beoordeling door middel van testen

Na de beoordeling van de documenten als bedoeld in artikel 6, eerste lid, worden voor een of meerdere voertuigen dan wel de verbonden voertuigen op een door de RDW aangewezen locatie een happy flow test en een stress test uitgevoerd.

Artikel

9

Advisering door derden

De Dienst Wegverkeer kan advies vragen aan deskundigen ten behoeve van de testen en de uitvoering van de proef.

§

4

De Ontheffing

Artikel

10

Soorten ontheffingen:

Artikel

11

Ontheffingsdocument met bijlagen

Artikel

12

Beperkingen en voorschriften verbonden aan de ontheffing

§

5

Slotbepalingen

Artikel

13

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag na uitgifte van de Staatscourant waarin zij is geplaatst.

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel

14

Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel ontheffingverlening voertuigen met geautomatiseerde functies.

De directie van de Dienst Wegverkeer, Z. Baelde Directeur Bedrijfsvoering

Bijlage

II

als bedoeld in artikel 12, tweede lid

Algemene beperkingen

1

Combinatieverbod andere ontheffingen

De ontheffing mag niet worden gebruikt in combinatie met enig andere ontheffing.

2

Verbod vervoer gevaarlijke stoffen

Een ontheffing mag niet gebruikt worden voor vervoer van gevaarlijke stoffen als bedoeld in de Wet vervoer gevaarlijke stoffen.

Voorbeelden bijzondere beperkingen

1

Buitengewone omstandigheden

  • a.

    Van de ontheffing mag geen gebruik worden gemaakt bij gladheid van het wegdek en bij weersomstandigheden die het zicht beperken tot minder dan 200 m.

  • b.

    Indien zich dergelijke omstandigheden voordoen moet zo spoedig mogelijk het gebruik van de ontheffing worden beëindigd.

2

Bestuurders van de voertuigen

  • a.

    Het voertuig mag uitsluitend worden bestuurd door degene wiens naam is vermeld in de ontheffing.

  • b.

    De bestuurder moet aantoonbaar bekend zijn met de werking van de geautomatiseerde systemen, welke handmatige taken door de systemen worden overgenomen en de werking van de noodprocedure.

3

Personenvervoer

Personenvervoer als bedoeld in de wet personenvervoer 2000 is niet toegestaan.

4

Verbod uitrusting en vervoer vloeibare lading

Een ontheffing mag niet gebruikt voor voertuigen die zijn uitgerust of beladen met een tank voor vloeibare lading met een volume van meer dan 1.000 L.

Bijlage

III

als bedoeld in artikel 12, derde lid

Algemene voorschriften

1

Documenten en elektronische gegevensdragers

  • a.

    De voor het voertuig of de voertuigen afgegeven ontheffing en het -aanvullende- verzekeringsbewijs moeten bij gebruik van de ontheffing aantoonbaar aanwezig zijn.

  • b.

    De in onderdeel a bedoelde documenten mogen aanwezig zijn op een elektronische gegevensdrager.

2

Verzekering

  • a.

    De houder van de ontheffing is verantwoordelijk en aansprakelijk voor gebreken aan de voertuigen en de eventuele gevolgen daarvan.

  • b.

    De houder van de ontheffing vrijwaart de RDW van aansprakelijkheid.

3

Bijzondere omstandigheden

In geval van (lichte) materiële schade of (licht) persoonlijk letsel, in of buiten het voertuig, wordt het rijden met de ontheffing met directe ingang opgeschort en moet direct melding hiervan worden gemaakt bij de RDW en de wegbeheerder.

Het gebruik van de ontheffing mag hervat worden na toestemming van de RDW en wegbeheerder.

4

Gegevensverzameling en -verstrekking gebruik ontheffing

  • 1.

    Tijdens de proef wordt een logboek bijgehouden met daarin ten minste de volgende onderwerpen:

    • a.

      tijdstippen van rijden;

    • b.

      de totale route, inclusief de handmatig gereden gedeelten;

    • c.

      de naam van de chauffeur;

    • d.

      bijzonderheden (zoals weersomstandigheden, verkeersdrukte);

    • e.

      eventuele schades;

    • f.

      uitgevoerde manoeuvres;

    • g.

      waargenomen fouten, inconsistenties en onvolledige terugmeldingen.

  • 2.

    De aanvrager en gebruikers (bestuurders) van deze ontheffing zijn verplicht om de RDW periodiek het logboek te verstrekken en medewerking te verlenen aan onderzoek omtrent de ervaringen met de inzet van het voertuig of de samenstellen van voertuigen en het gebruik van de ontheffing.

Voorbeelden bijzondere voorschriften

  • 1.

    Elektronische Data Capture Systeem (EDC), dataverstrekking

    Het apparaat voor de gegevensvastlegging moet ten minste de volgende informatie van een voertuig vastleggen:

    • a.

      de geografische locatie;

    • b.

      of en welke geautomatiseerde functies ingeschakeld zijn;

    • c.

      versienummers software;

    • d.

      de snelheid;

    • e.

      besturingsopdrachten en -activering;

    • f.

      remopdrachten en -activering;

    • g.

      de activatie van een geluidsignaalinrichting;

    • h.

      de plaats op de rijbaan;

    • i.

      de werking van de lichten en richtingaanwijzers;

    • j.

      sensorgegevens over de aanwezigheid van andere weggebruikers of nabije voorwerpen;

    • k.

      van de op afstand gegeven opdrachten die van invloed kunnen zijn op de bewegingen.

  • 2.

    Deze informatie moet periodiek aan de Dienst Wegverkeer worden verstrekt.