Artikel
1.1
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
-
1.
DNB: De Nederlandsche Bank N.V.;
-
2.
Besluit: Besluit bijzondere prudentiële maatregelen, beleggerscompensatie en depositogarantie Wft;
-
3.
De Wet: Wet op het financieel toezicht (Wft);
-
4.
Professionele administratie: de administratie van:
-
a.
een financiële onderneming als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet;
-
b.
degene die is vrijgesteld van het verbod als bedoeld in artikel 3:5, eerste lid van de Wet;
-
c.
degene die een ontheffing is verleend als bedoeld in artikel 3:5, vierde lid van de Wet;
-
d.
een curator als bedoeld in artikel 1:383 van het Burgerlijk Wetboek; of
-
e.
een curator als bedoeld in artikel 68 van de Faillissementswet.
-
a.
-
5.
Datum van het oordeel of uitspraak welke heeft geleid tot toepassing van het depositogarantiestelsel (DGS): datum van het oordeel van De Nederlandsche Bank of van de gerechtelijke uitspraak ten aanzien van de betreffende bank als bedoeld in artikel 3:260, eerste lid, onderdeel a, onderscheidenlijk onderdeel b van de Wet.