Beleidsregel van De Nederlandsche Bank N.V. van 10 juli 2017 houdende regels met betrekking tot het samenstellen door banken van individuele klantbeelden ten behoeve van het depositogarantiestelsel en het afwikkelinstrumentarium (Beleidsregel Individueel Klantbeeld)

Beleidsregel Individueel Klantbeeld Wft 2017

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

De begrippen in deze beleidsregel hebben dezelfde betekenis als in de Wet op het financieel toezicht en de daarop gebaseerde lagere regelgeving, tenzij deze begrippen uitdrukkelijk anders worden gedefinieerd in deze beleidsregel.

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

Hoofdstuk

2

Inrichting individueel klantbeeld

Afdeling

2.1

Aanlevering en samenstelling IKB-bestand

Artikel

2

Artikel

3

Bij het samenstellen van het IKB-bestand, als vastgelegd in artikel 2, neemt een bank het volgende in acht:

  • 1.

    Een bank waarborgt dat de gerapporteerde saldi van alle deposito’s geen uitgaande betalingen bevatten die op het moment van het genereren van het individueel klantbeeld reeds zijn gedebiteerd van een depositotegoed, ongeacht de daadwerkelijke verwerking van de betaling door de bank zelf;

  • 2.

    Een bank waarborgt dat binnen de termijn als bedoeld in artikel 9, eerste lid, de gerapporteerde saldi van alle deposito’s zo veel mogelijk de inkomende betalingen bevatten die voortvloeien uit artikel 212b van de Faillissementswet en samenhangen met de deelname van een bank aan een systeem als bedoeld in artikel 212a, onderdeel b van de Faillissementswet;

  • 3.

    Een bank brengt bij het opstellen van het individueel klantbeeld geen markering aan van de aanvullende garantie in de zin van artikel 29.02, vierde lid van het Besluit bijzondere maatregelen, beleggerscompensatie en depositogarantie Wft;

  • 4.

    Een bank houdt bij het opstellen van het individueel klantbeeld geen rekening met deposito’s, aangehouden door natuurlijke personen en door kleine, middelgrote en micro-ondernemingen die in aanmerking komende deposito’s zouden zijn indien zij niet waren aangehouden bij een bijkantoor in een staat die geen lidstaat is als volgt uit artikel 29.01, eerste lid, sub a van het Bbpm;

  • 5.

    Voor deposito’s aangehouden bij bijkantoren in lidstaten waar bronbelasting wordt geheven, houdt een bank, bij het bepalen van het te rapporteren aangegroeide maar nog niet gecrediteerde rentebedrag, rekening met de in te houden bronbelasting en rapporteert deze niet;

  • 6.

    Een bank waarborgt dat alle slapende rekeningen als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel l per depositohouder in het IKB-bestand zijn opgenomen.

Afdeling

2.2

Berekening in aanmerking komende en gegarandeerde bedragen

Artikel

4

Afdeling

2.3

Identificatie deposito’s en depositohouders

Artikel

5

Artikel

6

Hoofdstuk

3

Afwikkeling banken

Artikel

7

Artikel

8

Hoofdstuk

4

Gegevensaanlevering

Artikel

9

Hoofdstuk

5

Waarborging gegevenskwaliteit

Afdeling

5.1

Beheersmaatregelen van een bank

Artikel

10

Artikel

11

Afdeling

5.2

Toezicht

Artikel

12

Artikel

13

Artikel

14

Artikel

15

Hoofdstuk

6

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

16

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na publicatie daarvan in de Staatscourant.

Artikel

17

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel Individueel Klantbeeld Wft 2017.

De beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Amsterdam
De Nederlandsche Bank N.V. F. Elderson, directeur