Regeling bedrijfsvakanties

De Minister van Defensie

Artikel

1

Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    ambtenaar: degene die wordt bedoeld in artikel 1 van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie

  • b.

    hoofd defensieonderdeel:

    • 1°.

      de Secretaris-Generaal, voor zover het betreft de Bestuursstaf;

    • 2°.

      de Commandant Zeestrijdkrachten, de Commandant Landstrijdkrachten, de Commandant Luchtstrijdkrachten, de Commandant Koninklijke Marechaussee, voor het desbetreffende commando

    • 3°.

      de directeur van de Defensie Materieel Organisatie, voor zover het betreft de Defensie Materieel Organisatie, met uitzondering van het deel ondergebracht in de Bestuursstaf;

    • 4°.

      de commandant van het Commando DienstenCentra, voor zover het betreft het Commando DienstenCentra.

  • c.

    bedrijfsvakantie: een periode van twee of meer aaneengesloten werkdagen waarin voor meerdere ambtenaren, werkzaam bij een dienstonderdeel, collectief vakantie is vastgesteld.

Artikel

2

Bevoegdheid tot vaststellen

Artikel

3

Artikel

4

Teveel verleende vakantie

De in enig kalenderjaar vastgestelde vakantie die, uitsluitend omdat de ambtenaar reeds toestemming is verleend vakantie op te nemen, leidt tot overschrijding van de aanspraak op vakantie van de ambtenaar in dat jaar, wordt niet in mindering gebracht op de aanspraak op vakantie over het volgend kalenderjaar of de volgende kalenderjaren.

Artikel

5

Overgangsbepaling

Afspraken voor het jaar 1991 over vakantieverlof niet-op-verzoek, gebaseerd op de ingetrokken circulaire van 4 maart 1987, nr. PB87/1557/1111, worden geacht te zijn gebaseerd op deze regeling.

Artikel

6

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de datum van ondertekening en werkt terug tot en met 11 juli 1991.

Artikel

7

Citeertitel

Deze regeling kan worden aangehaald als de ‘Regeling bedrijfsvakanties’.

De Minister van Defensie
Voor deze
Het Hoofd van de afdeling Arbeidsvoorwaardenbeleid B.H.J.J.M. Völkers