Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 29 september 2017, kenmerk 1224864-167311-Z, houdende bepalingen omtrent de in de Zorgverzekeringswet bedoelde vereveningsbijdrage voor het jaar 2018 (Regeling risicoverevening 2018)

Regeling risicoverevening 2018

Hoofdstuk

1

Definities en algemene bepalingen

Artikel

2

Artikel

3

Hoofdstuk

2

Regels ten behoeve van de toekenning van de vereveningsbijdrage (ex ante) aan een zorgverzekeraar

Artikel

5

Artikel

6

In afwijking van artikel 5 en bijlage 1, tabellen 1.2, 1.3, 1.4, 1.5, 1.10, 1.11 en 1.12, en bijlage 2, tabellen 2.2 en 2.3, wordt een verzekerde die in het buitenland woont ingedeeld in de klassen ‘Geen FKG’, ‘Geen primaire DKG’, ‘Geen secundaire DKG’, ‘Geen HKG’, ‘Geen MHK’, ’Geen FDG’, ‘Geen VGG’, ‘Geen FKG psychische aandoeningen’ en ‘Geen DKG psychische aandoeningen’, waarbij voor hem het gewicht van die klassen door het Zorginstituut wordt vastgesteld op een percentage van de gewichten van de desbetreffende klassen zoals deze op grond van de genoemde tabellen voor in Nederland wonende verzekerden gelden.

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

Hoofdstuk

3

Regels ten behoeve van de vaststelling van de vereveningsbijdrage (ex post) ten behoeve van een zorgverzekeraar

Artikel

10

Artikel

11

Artikel

12

Artikel

13

Artikel

14

Artikel

15

Artikel

16

Artikel

17

Artikel 9 is van overeenkomstige toepassing bij de vaststelling van de vereveningsbijdrage ten behoeve van een zorgverzekeraar.

Hoofdstuk

4

Aanvullingen op de vereveningsbijdrage aan een zorgverzekeraar

Hoofdstuk

5

Betaling van de vereveningsbijdrage aan zorgverzekeraar door het zorginstituut

Artikel

19

De betaling van de bijdrage geschiedt overeenkomstig door het Zorginstituut te stellen beleidsregels, waarin een betaalschema is opgenomen dat rekening houdt met declaratiepatronen van zorgaanbieders.

Hoofdstuk

6

Wijziging van de Regeling risicoverevening 2017

Artikel

20

Wijzigt de Regeling risicoverevening 2017.

Hoofdstuk

7

Slotbepalingen

Artikel

21

Artikel

22

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling risicoverevening 2018.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E.I. Schippers

Bijlage

1

Normbedragen vereveningsmodel variabele zorgkosten (behorende bij artikel 5 van de Regeling risicoverevening 2018)

De bijlage betreft kosten van zorg behorende tot het cluster ‘variabele zorgkosten’. De in deze bijlage genoemde gewichten zijn bedoeld voor de ex ante berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar (artikel 5) en vormen de basis voor de ex post berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar (artikel 11, tweede lid).

Tabel 1.1. Gewichten voor het vereveningscriterium leeftijd en geslacht (in euro’s per verzekerde)

Mannen

0 jaar, geboren in het vereveningsjaar

9.646,47

0 jaar, geboren in het voorafgaande jaar

2.818,73

1–4 jaar

2.075,42

5–9 jaar

1.864,45

10–14 jaar

1.887,11

15–17 jaar

1.955,72

18–24 jaar

1.754,94

25–29 jaar

1.774,85

30–34 jaar

1.776,89

35–39 jaar

1.852,70

40–44 jaar

1.942,45

45–49 jaar

2.048,21

50–54 jaar

2.204,00

55–59 jaar

2.466,21

60–64 jaar

2.739,54

65–69 jaar

3.274,14

70–74 jaar

3.643,74

75–79 jaar

4.043,38

80–84 jaar

4.406,56

85–89 jaar

5.012,70

90+ jaar

5.519,87

Vrouwen

0 jaar, geboren in het vereveningsjaar

8.471,71

0 jaar, geboren in het voorafgaande jaar

2.545,14

1–4 jaar

1.827,62

5–9 jaar

1.834,62

10–14 jaar

1.917,99

15–17 jaar

2.071,62

18–24 jaar

2.033,58

25–29 jaar

2.519,16

30–34 jaar

2.661,19

35–39 jaar

2.304,23

40–44 jaar

2.067,41

45–49 jaar

2.137,18

50–54 jaar

2.224,60

55–59 jaar

2.333,45

60–64 jaar

2.473,20

65–69 jaar

2.853,68

70–74 jaar

3.114,65

75–79 jaar

3.465,20

80–84 jaar

3.812,26

85–89 jaar

4.370,51

90+ jaar

4.998,16

Tabel 1.2. Gewichten voor het vereveningscriterium FKG’s (in euro’s per verzekerde)

Geen FKG

–294,82

Glaucoom

169,06

Schildklieraandoeningen

63,83

Psychose, Alzheimer en verslaving

274,42

Depressie

208,54

Chronische pijn exclusief opioïden

933,52

Neuropathische pijn complex

1.968,02

Hoog cholesterol

84,04

Diabetes type II zonder hypertensie

535,72

COPD/Zware astma

1.617,76

Astma

442,47

Diabetes type II met hypertensie

908,36

Epilepsie

756,19

Ziekte van Crohn/Colitis Ulcerosa

528,32

Hartaandoeningen

1.662,15

Auto-immuunziekten o.b.v. add-on

6.868,62

Reuma

727,61

Parkinson

2.027,98

Diabetes type I

1.832,91

Transplantaties

1.585,51

Cystic fibrosis/pancreasenzymen

2.726,91

Aandoeningen van hersenen/ruggenmerg: multiple sclerose

4.539,37

Aandoeningen van hersenen/ruggenmerg: overig

3.056,50

Kanker

2.258,87

Hormoongevoelige tumoren

942,10

HIV/AIDS

5.948,18

Nieraandoeningen

7.996,22

Psoriasis

483,01

Pulmonale arteriële hypertensie

21.060,73

Kanker o.b.v. add-on

14.198,73

Groeistoornissen o.b.v. add-on

4.096,82

Extreem hoge kosten cluster 1

131.730,34

Extreem hoge kosten cluster 2

189.118,21

Extreem hoge kosten cluster 3

405.406,85

Tabel 1.3. Gewichten voor het vereveningscriterium primaire DKG’s (in euro’s per verzekerde)

Geen primaire DKG

–202,55

1

641,59

2

1.136,56

3

1.130,72

4

1.470,90

5

1.946,40

6

2.259,71

7

4.362,66

8

4.409,45

9

6.105,91

10

6.325,95

11

10.505,17

12

12.684,53

13

11.404,54

14

69.665,32

15

53.538,62

Tabel 1.4. Gewichten voor het vereveningscriterium secundaire DKG’s (in euro’s per verzekerde)

Geen secundaire DKG

–90,16

1

784,04

2

2.074,37

3

4.491,46

4

7.475,43

5

11.916,67

6

18.511,00

7

58.633,82

Tabel 1.5. Gewichten voor het vereveningscriterium HKG’s (in euro’s per verzekerde)

Geen HKG

–51,03

CPAP apparatuur

131,04

Therapeutische elastische kousen

568,81

Voorzieningen voor stomapatiënten

1.308,30

Vernevelaar met toebehoren

2.062,42

Middelen voor urine-opvang

1.922,87

Injectiespuiten met toebehoren (excl. diabetes)

2.213,90

Zuurstofapparaten met toebehoren

4.058,44

Voedingshulpmiddelen (excl. zuigelingen)

5.962,19

Slijmuitzuigapparatuur

30.460,82

Draagbare infuuspompen

10.148,11

Tabel 1.6. Gewichten voor het vereveningscriterium AVI (in euro’s per verzekerde)

0–17 jaar

0,00

65+ jaar

0,00

Duurzaam en volledig arbeidsongeschikten (IVA)

18–34 jaar

1.408,86

35–44 jaar

1.947,69

45–54 jaar

1.247,96

55–64 jaar

976,94

Arbeidsongeschikten excl. IVA

18–34 jaar

244,02

35–44 jaar

474,40

45–54 jaar

517,26

55–64 jaar

437,78

Bijstandsgerechtigden

18–34 jaar

250,42

35–44 jaar

265,78

45–54 jaar

356,32

55–64 jaar

394,78

Studenten

18–34 jaar

–182,41

Zelfstandigen

18–34 jaar

–99,71

35–44 jaar

–143,20

45–54 jaar

–169,16

55–64 jaar

–231,86

Hoogopgeleiden

18–34 jaar

–4,18

35–44 jaar

–79,97

Referentiegroep

18–34 jaar

25,79

35–44 jaar

–19,29

45–54 jaar

–61,70

55–64 jaar

–96,55

Tabel 1.7. Gewichten voor het vereveningscriterium regio (in euro’s per verzekerde)

1

65,90

2

42,71

3

15,91

4

4,16

5

9,74

6

–14,44

7

–14,85

8

–43,27

9

–30,76

10

–34,51

Tabel 1.8. Gewichten voor het vereveningscriterium SES (in euro’s per verzekerde)

1 (zeer laag)

0–17 jaar

87,76

18–64 jaar

15,36

65+ jaar

526,01

2 (laag)

0–17 jaar

37,98

18–64 jaar

23,45

65+ jaar

-2,29

3 (midden)

0–17 jaar

–27,81

18–64 jaar

13,48

65+ jaar

–155,00

4 (hoog)

0–17 jaar

–56,24

18–64 jaar

–39,69

65+ jaar

–277,64

Tabel 1.9. Gewichten voor het vereveningscriterium PPA (in euro’s per verzekerde)

0–17 jaar

0,00

Wlz-instelling, blijvend

18–4 jaar

–377,69

65–79 jaar

–2.600,33

80+ jaar

–4.632,54

Wlz-instelling, instromend

18–64 jaar

7.339,08

65–79 jaar

11.685,00

80+ jaar

5.168,60

Eenpersoonshuishouden

18–64 jaar

9,83

65–79 jaar

54,25

80+ jaar

539,01

Overig

18–64 jaar

–2,95

65–79 jaar

–33,36

80+ jaar

100,65

Tabel 1.10. Gewichten voor het vereveningscriterium MHK (in euro’s per verzekerde)

Geen MHK

–570,63

Ten minste 1 van de 3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 30 procent

113,21

2 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 10 procent

2.472,82

3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 15 procent

2.293,37

3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 10 procent

3.688,85

3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 7 procent

5.497,31

3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 4 procent

8.570,11

3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 1,5 procent

17.112,85

3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 0,5 procent

44.194,51

Tabel 1.11. Gewichten voor het vereveningscriterium FDG (in euro’s per verzekerde)

Geen FDG

–22,03

1

636,72

2

1.614,47

3

1.703,05

4

10.200,47

Tabel 1.12. Gewichten voor het vereveningscriterium VGG (in euro’s per verzekerde)

Geen VGG

–185,42

Voorafgaande jaar kosten V&V in top 2,5 procent

2.028,47

Voorafgaande jaar kosten V&V in top 2,0 procent

3.532,13

Voorafgaande jaar kosten V&V in top 1,5 procent

6.823,62

Voorafgaande jaar kosten V&V in top 1,0 procent

10.538,32

Voorafgaande jaar kosten V&V in top 0,5 procent

12.464,17

Voorafgaande jaar kosten V&V in top 0,25 procent: 0–17 jaar

51.378,51

18+ jaar

30.123,79

Bijlage

2

Normbedragen vereveningsmodel GGZ (behorende bij artikel 5 van de Regeling risicoverevening 2018)

De bijlage betreft de kosten van zorg behorende tot het cluster ‘kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’.

De in deze bijlage genoemde vereveningscriteria zijn van toepassing voor verzekerden van achttien jaar en ouder; de gewichten zijn bedoeld voor de ex ante berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar (artikel 5) en vormen de basis voor de ex post berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar (artikel 11, tweede lid).

Tabel 2.1. Gewichten voor het vereveningscriterium leeftijd en geslacht (in euro’s per verzekerde)

Mannen

18–24 jaar

328,02

25–29 jaar

327,21

30–34 jaar

331,36

35–39 jaar

320,71

40–44 jaar

302,41

45–49 jaar

271,19

50–54 jaar

271,19

55–59 jaar

260,32

60–64 jaar

260,32

65–69 jaar

249,00

70–74 jaar

251,04

75–79 jaar

249,80

80–84 jaar

251,10

85–89 jaar

251,10

90+ jaar

251,10

Vrouwen

18–24 jaar

364,43

25–29 jaar

360,39

30–34 jaar

336,53

35–39 jaar

321,24

40–44 jaar

302,41

45–49 jaar

286,91

50–54 jaar

276,15

55–59 jaar

260,32

60–64 jaar

260,32

65–69 jaar

249,00

70–74 jaar

249,00

75–79 jaar

249,00

80–84 jaar

251,10

85–89 jaar

251,10

90+ jaar

251,10

Tabel 2.2. Gewichten voor het vereveningscriterium FKG’s psychische aandoeningen (in euro’s per verzekerde)

Geen FKG psychische aandoeningen

–22,76

Psychose

1.431,32

Psychose depot

4.053,67

Chronische stemmingsstoornissen

240,07

Verslaving

338,23

Bipolair regulier

382,67

Bipolair complex

1.132,36

ADHD

69,91

Tabel 2.3. Gewichten voor het vereveningscriterium DKG’s psychische aandoeningen (in euro’s per verzekerde)

Geen DKG psychische aandoeningen

–122,73

1

1.107,48

2

878,34

3

1.840,08

4

3.957,71

5

5.048,20

6

5.425,06

7

7.629,28

8

10.955,91

9

11.906,52

10

18.402,32

11

20.035,23

12

29.157,08

13

32.965,31

14

40.111,16

15

55.273,94

16

86.058,03

17

38.805,24

Tabel 2.4. Gewichten voor het vereveningscriterium AVI (in euro’s per verzekerde)

65+ jaar

0,00

Duurzaam en volledig arbeidsongeschikten (IVA)

18–34 jaar

–79,87

35–44 jaar

135,41

45–54 jaar

–23,85

55–64 jaar

–12,98

Arbeidsongeschikten excl. IVA

18–34 jaar

458,26

35–44 jaar

407,84

45–54 jaar

162,88

55–64 jaar

72,15

Bijstandsgerechtigden

18–34 jaar

331,17

35–44 jaar

255,79

45–54 jaar

125,08

55–64 jaar

73,83

Studenten

18–34 jaar

–54,08

Zelfstandigen

18–34 jaar

–75,95

35–44 jaar

–55,07

45–54 jaar

–23,85

55–64 jaar

–12,98

Hoogopgeleiden

18–34 jaar

–76,33

35–44 jaar

–55,07

Referentiegroep

18–34 jaar

–11,09

35–44 jaar

–26,51

45–54 jaar

–18,54

55–64 jaar

–12,98

Tabel 2.5. Gewichten voor het vereveningscriterium GGZ-regio (in euro’s per verzekerde)

1

94,41

2

6,60

3

–0,18

4

–6,86

5

–15,14

6

–15,71

7

–15,71

8

–15,71

9

–15,71

10

–15,71

Tabel 2.6. Gewichten voor het vereveningscriterium SES (in euro’s per verzekerde)

1 (zeer laag)

18–64 jaar

2,93

65+ jaar

9,75

2 (laag)

18–64 jaar

–10,80

65+ jaar

0,47

3 (midden)

18–64 jaar

–10,80

65+ jaar

–4,64

4 (hoog)

18–64 jaar

15,98

65+ jaar

–3,72

Tabel 2.7. Gewichten voor het vereveningscriterium PPA (in euro’s per verzekerde)

Wlz-instelling, blijvend

18–64 jaar

–25,65

65–79 jaar

–34,13

80+ jaar

–36,22

Wlz-instelling, instromend

18–64 jaar

259,72

65–79 jaar

943,73

80+ jaar

233,82

Eenpersoonshuishouden

18–64 jaar

79,00

65–79 jaar

40,47

80+ jaar

–6,00

Overig

18–64 jaar

–11,91

65–79 jaar

–16,52

80+ jaar

–5,48

Tabel 2.8. Gewichten voor het vereveningscriterium GGZ-MHK (in euro’s per verzekerde)

Geen GGZ-MHK

–63,43

Ten minste 1 van de 3 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 98,5 procent met kosten GGZ >10 euro

207,04

Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 10 promille *

1.371,10

Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 5 promille *

3.009,46

Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 2,5 promille *

4.889,86

Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 1 promille *

9.460,54

5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 5 promille

13.670,37

5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 2,5 promille

21.367,09

* Voor verzekerden jonger dan 24 jaar: ten minste 1 van de 5 voorafgaande jaren.

Bijlage

3

Normbedragen vereveningsmodel voor de eigen betalingen onder het verplicht eigen risico

Alleen volwassenen zonder FKG/ primaire DKG/secundaire DKG/ HKG/ FDG en niet ingedeeld bij MHK-klasse “2 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 10 procent” of hoger (behorende bij artikel 8, tweede lid van de Regeling risicoverevening 2018)

De bijlage betreft het eigen risico.

De in deze bijlage genoemde gewichten zijn bedoeld voor de berekening van de specifiek voor een zorgverzekeraar geraamde opbrengst van het verplicht eigen risico (artikel 8, tweede lid) en vormen de basis voor de herberekening van de opbrengst van het verplicht eigen risico ten behoeve van de vaststelling van de vereveningsbijdrage van een zorgverzekeraar (artikel 16, tweede lid).

Tabel 3.1. Gewichten voor het vereveningscriterium leeftijd en geslacht (in euro’s per verzekerde)

Mannen

18–24 jaar

131,60

25–29 jaar

128,86

30–34 jaar

131,58

35–39 jaar

136,88

40–44 jaar

140,96

45–49 jaar

148,01

50–54 jaar

160,96

55–59 jaar

176,48

60–64 jaar

191,28

65–69 jaar

209,34

70–74 jaar

229,20

75–79 jaar

249,68

80–84 jaar

259,99

85–89 jaar

269,51

90+ jaar

273,71

Vrouwen

18–24 jaar

182,77

25–29 jaar

181,25

30–34 jaar

177,22

35–39 jaar

174,20

40–44 jaar

178,40

45–49 jaar

185,52

50–54 jaar

197,03

55–59 jaar

202,26

60–64 jaar

208,13

65–69 jaar

222,33

70–74 jaar

241,27

75–79 jaar

258,48

80–84 jaar

264,49

85–89 jaar

268,17

90+ jaar

258,79

Tabel 3.2. Gewichten voor het vereveningscriterium AVI (in euro’s per verzekerde)

65+ jaar

0,00

Duurzaam en volledig arbeidsongeschikten (IVA)

18–34 jaar

83,08

35–44 jaar

79,90

45–54 jaar

65,96

55–64 jaar

40,70

Arbeidsongeschikten excl. IVA

18–34 jaar

64,23

35–44 jaar

71,30

45–54 jaar

56,59

55–64 jaar

37,42

Bijstandsgerechtigden

18–34 jaar

49,00

35–44 jaar

51,55

45–54 jaar

40,26

55–64 jaar

20,41

Studenten

18–34 jaar

–11,43

Zelfstandigen

18–34 jaar

–6,03

35–44 jaar

–8,69

45–54 jaar

–9,74

55–64 jaar

–11,57

Hoogopgeleiden

18–34 jaar

–11,42

35–44 jaar

–13,73

Referentiegroep

18–34 jaar

0,72

35–44 jaar

–0,73

45–54 jaar

–3,44

55–64 jaar

–2,82

Tabel 3.3. Gewichten voor het vereveningscriterium regio (in euro’s per verzekerde)

1

6,83

2

2,97

3

0,94

4

0,33

5

–1,11

6

–1,11

7

–1,25

8

–2,41

9

–2,37

10

–2,14

Tabel 3.4. Gewichten voor het vereveningscriterium MHK (in euro’s per verzekerde)

Geen MHK

–29,32

Ten minste 1 van de 3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 30 procent

57,37

Bijlage

4

Toewijzing FKG’s diabetes 2018 op basis van farmaciegebruik voor diabetes en hypertensie

Bijlage bij artikel 9, lid 2, onderdeel a

>180

>180

>180

Diabetes type I

>180

>180

≤180

Diabetes type I

>180

≤180

>180

Diabetes type I

>180

≤180

≤180

Diabetes type I

≤180

>180

>180

Diabetes type II met hypertensie

≤180

>180

≤180

Diabetes type II zonder hypertensie

≤180

≤180

>180

Geen

≤180

≤180

≤180

Geen

Toelichting:

Groter of kleiner dan 180 verwijst naar de dagdosering voor de betreffende FKG. De tabel beschrijft de verschillende situaties die mogelijk zijn bij een samenloop van farmaciegebruik voor diabetes en hypertensie. In de laatste kolom staat aangegeven welke FKG’s toegewezen worden in de betreffende situatie.