Artikel
I
Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.
Wijzigt de Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001.
Wijzigt de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen.
Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964.
Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964.
Wijzigt de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen.
Wijzigt de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.
Wijzigt de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.
Wijzigt de Wet op de dividendbelasting 1965.
Wijzigt de Wet op de kansspelbelasting.
Wijzigt de Successiewet 1956.
Wijzigt de Registratiewet 1970.
Wijzigt de Wet op belastingen van rechtsverkeer.
Wijzigt de Wet op de omzetbelasting 1968.
Wijzigt de Wet op de accijns.
Wijzigt de Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992.
Wijzigt de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994.
Wijzigt de Wet belastingen op milieugrondslag.
Wijzigt de Provinciewet.
Wijzigt de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
Wijzigt de Invorderingswet 1990.
Wijzigt de Invorderingswet 1990.
Het ontwerp van het koninklijke besluit, bedoeld in artikel XXII, aanhef, wordt ten minste vier weken voordat het besluit wordt vastgesteld, toegezonden aan de Staten-Generaal.
Wijzigt de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen.
Wijzigt de Belastingwet BES.
Wijzigt de Belastingplan 2015.
Wijzigt de Wet uitwerking Autobrief II.
Wijzigt de Fiscale vereenvoudigingswet 2017.
Artikel 3.13, eerste lid, onderdeel i, van de Wet inkomstenbelasting 2001, zoals dat op 31 december 2017 luidde, en de op dat artikel gebaseerde bepaling, zoals die op 31 december 2017 luidde, blijven van toepassing op na 31 december 2017 op grond van daarbij aangewezen mobiliteitsprojecten genoten voordelen. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing bij de toepassing van artikel 8, eerste lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.
De artikelen 67n en 69 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, artikel 65 van de Invorderingswet 1990 en artikel 42 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, zoals die luidden op 31 december 2017, blijven van toepassing op aangiften, inlichtingen, gegevens of aanwijzingen met betrekking tot:
aangiften die vóór 1 januari 2018 zijn gedaan of hadden moeten zijn gedaan;
inlichtingen, gegevens of aanwijzingen die vóór 1 januari 2018 zijn verstrekt of hadden moeten zijn verstrekt.
Artikel 17, tweede lid, van de Invorderingswet 1990, zoals dat luidde op 31 december 2017, blijft van toepassing op dagvaardingen als bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de Invorderingswet 1990 die voor 1 januari 2018 zijn uitgebracht.
Wijzigt deze wet.
Wijzigt de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet.
Onze Minister van Financiën zendt binnen drie jaar na de inwerkingtreding van artikel XXI, onderdeel A, aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten in de praktijk van de daarin opgenomen wijziging van artikel 17, tweede lid, van de Invorderingswet 1990.
Wijzigt de Invorderingswet 1990.
Wijzigt de Invorderingswet 1990 en het Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Kunsten vanaf 1945 (Minister van Financiën).
Onder toepassing van artikel 12 van de Wet raadgevend referendum treedt deze wet in werking met ingang van 1 januari 2018, met dien verstande dat artikel VII, onderdeel J, voor het eerst toepassing vindt met betrekking tot het eerste verslagjaar van de multinationale groep dat begint op of na 1 januari 2016.
In afwijking van het eerste lid treden artikel IX, artikel XVII, onderdelen A tot en met G en I, artikel XIX en artikel XXVI, onderdeel B, in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Artikel IV, onderdeel D, artikel VII, onderdelen B, C en D, en artikel VIII werken terug tot en met 1 januari 2017.
Deze wet wordt aangehaald als: Overige fiscale maatregelen 2018.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.