Verordening Beroepsstage & Permanente Educatie KBvG

De ledenraad van de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders (KBvG);
Overwegende dat de KBvG tot taak heeft de stage als bedoeld in artikel 25, tweede lid van de Gerechtsdeurwaarderswet bij verordening te regelen;
Overwegende dat de KBvG tot taak heeft de bevordering van een goede beroepsuitoefening door de leden en van hun vakbekwaamheid;
Gezien het ontwerp van het bestuur en de bijbehorende toelichting;
Gehoord het advies van de algemene ledenvergadering van de KBvG;

Stelt de navolgende verordening vast:

Afdeling

A

Begripsbepalingen

Artikel

1

In deze verordening wordt verstaan onder:

Afdeling

B

De beroepsstage

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

De gerechtsdeurwaarder aan wie de kandidaat-gerechtsdeurwaarder is toegevoegd, draagt zorg voor voldoende begeleiding van diens werkzaamheden. Tevens geeft hij voorlichting en raad bij de uitvoering van die werkzaamheden.

Afdeling

C

De permanente educatie

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

Afdeling

D

Het reglement

Artikel

10

Afdeling

E

Overgang- en slotbepalingen

Artikel

11

Het bestuur van de KBvG geeft een stageverklaring af op verzoek van degene die voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel IV van de Wet van 17 februari 2016 tot wijziging van de Gerechtsdeurwaarderswet in verband met de evaluatie van het functioneren van de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders, alsmede de regeling van enkele andere onderwerpen in die wet (Stb. 2016. 93) de opleiding tot kandidaat gerechtsdeurwaarder heeft afgerond en minimaal twee jaren ambtelijk werkzaam is geweest. Artikel 3, tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel

12

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Beroepsstage & Permanente Educatie KBvG.

Artikel

13

Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag van de tweede maand na de bekendmaking door plaatsing in de Staatscourant.