Artikel
1
In deze verordening wordt verstaan onder:
-
a.
KBvG: De Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders als bedoeld in artikel 56 van de Gerechtsdeurwaarderswet;
-
b.
Lid van de KBvG: De persoon als genoemd in artikel 56, tweede volzin, van de Gerechtsdeurwaarderswet, met uitzondering van degene die is toegevoegd in het kader van de stageverplichting bij de in artikel 25, eerste lid, van de Gerechtsdeurwaarderswet bedoelde opleiding;
-
c.
Kandidaat-gerechtsdeurwaarder: Het lid van de KBvG dat is toegevoegd in het kader van de stage als bedoeld in artikel 25, tweede lid, van de Gerechtsdeurwaarderswet;
-
d.
Beroepsstage: De stage als bedoeld in artikel 25, tweede lid, van de Gerechtsdeurwaarderswet;
-
e.
Opleidingspunt: De eenheid aan de hand waarvan de door het bestuur van de KBvG aan onderwijs toe te kennen waarde wordt uitgedrukt;
-
f.
Tijdvak: Een door het bestuur van de KBvG aangewezen periode van twee aaneensluitende kalenderjaren.