Artikel
1
Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:
-
a.
hoofd dienstonderdeel
-
1°.
de Secretaris-Generaal, voor zover het betreft de Bestuursstaf;
-
2°.
de Commandant Zeestrijdkrachten, de Commandant Landstrijdkrachten, de Commandant Luchtstrijdkrachten, de Commandant Koninklijke Marechaussee, voor het desbetreffende commando;
-
3°.
de directeur van de Defensie Materieel Organisatie, voor zover het betreft de Defensie Materieel Organisatie, met uitzondering van het deel ondergebracht in de Bestuursstaf;
-
4°.
de commandant van het Commando DienstenCentra, voor zover het betreft het Commando DienstenCentra;
-
1°.
-
b.
de commandant de commandant van het onderdeel waar de militair is geplaatst.
-
c.
militair de militair, bedoeld in artikel 154a, eerste lid, van het AMAR.