Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, van 27 maart 2018, nr. IENW/BSK-2018/66380, houdende vaststelling van de Regeling vertrouwenspersonen ongewenste omgangsvormen en integriteit in de arbeidsorganisatie Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

Regeling vertrouwenspersonen integriteit en ongewenste omgangsvormen Infrastructuur en Waterstaat 2018

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,
Gehoord de departementale ondernemingsraad van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat;

BESLUIT:

Hoofdstuk

1

Definities

Artikel

1

Hoofdstuk

2

Werkingsgebied

Artikel

2

De ambtenaar die wordt of is geconfronteerd met een serieus vermoeden van een vermeende integriteitsschending of een misstand kan zich wenden tot zijn manager, tot een vertrouwenspersoon, tot het diensthoofd of, indien dit niet in redelijkheid van hem kan worden gevraagd, kan hij rechtstreeks een melding doen bij de afdeling Onderzoek van het Huis voor klokkenluiders.

Artikel

3

Hoofdstuk

3

Vertrouwenspersoon integriteit en ongewenste omgangsvormen

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

De vertrouwenspersoon heeft op het gebied van ongewenste omgangsvormen in elk geval de volgende taken en bevoegdheden:

  • a.

    het opvangen, begeleiden en van advies dienen van eenieder die zich tot de vertrouwenspersoon wendt als klager en het zo nodig doorverwijzen naar een professionele hulpverlenende instantie of hulpverlener;

  • b.

    het met toestemming van de klager inwinnen van inlichtingen die noodzakelijk zijn om tot een goed inzicht te komen over de klacht en de mogelijkheden om te komen tot een oplossing, de vertrouwenspersoon doet nadrukkelijk niet aan waarheidsvinding;

  • c.

    het adviseren over het inschakelen van een deskundige, bemiddelaar of mediator, ten einde te komen tot een oplossing;

  • d.

    het adviseren over eventueel verder te nemen stappen en het behulpzaam zijn van de klager bij eventueel verder te nemen stappen;

  • e.

    het ondersteunen en begeleiden van de klager bij het indienen van een klacht bij de klachtencommissie en bij het horen door de klachtencommissie;

  • f.

    het verlenen van nazorg aan de klager;

  • g.

    het signaleren van knelpunten in de uitvoering van het beleid, het verstrekken van inlichtingen over de mogelijkheden tot voorkoming en bestrijding van niet integer en ongewenst gedrag in de organisatie en het geven van gevraagd of ongevraagd advies op dit gebied aan het diensthoofd;

  • h.

    het geven van voorlichting op het gebied van ongewenst (en niet integer) gedrag;

  • i.

    het registreren en (jaarlijks) anoniem rapporteren aan het diensthoofd.

Hoofdstuk

4

Rechten en plichten

Artikel

8

De vertrouwenspersonen zijn verplicht tot geheimhouding van enig gegeven over de klager dan wel de melder en de klacht of over een vertrouwelijk gesprek of signaal, dat hen uit hoofde van hun functie is toevertrouwd of is bekend geworden, tegenover eenieder die tot kennisneming daarvan niet bevoegd is.

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

11

Artikel

12

Indien de vertrouwenspersoon proceskosten maakt, dan is de vergoeding zoals opgenomen in de cao van overeenkomstige toepassing.

Artikel

13

Deze regeling wordt twee jaar na inwerkingtreding geëvalueerd.

Artikel

14

De Klachtenregeling Ongewenste omgangsvormen in de arbeidsorganisatie Ministerie van Verkeer en Waterstaat (Staatscourant 2016, 60493) wordt ingetrokken.

Artikel

15

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel

16

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vertrouwenspersonen integriteit en ongewenste omgangsvormen Infrastructuur en Waterstaat 2018.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, C. van Nieuwenhuizen Wijbenga